JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Even tussen door.....

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Even tussen door.....

6 minuten leestijd

A. B. W. M. Kok, bekend door zijn boekje „Verleidende Geesten", schreef enkele maanden geleden over „een rare kostganger in het Koninkrijk Gods", namelijk ds. H. .T. Budding.

(II)

Geen remmende invloed

't Zou voor Budding wel goed geweest zijn, wanneer hij een verstandige vrouw gehad had, die hem op zijn fouten had gewezen en een remmende invloed op hem had uitgeoefend. Budding is echter zijn leven lang vrijgezel gebleven. Éénmaal schijnt hij dicht bij een huwelijk geweest te zijn. Eén van zijn vrienden, die hem een handje wilde helpen, schreef: Indien U Eerwaarde een vrouw begeert, wijs ik U op Zij is weduwe, maar nog fris en maar drie a vijf jaar ouder dan U Eerw." Van een huwelijk met deze „frisse" weduwe is echter niets gekomen.

Gedeeltelijk kunnen de wonderlijke tegenstrijdigheden in zijn optreden verklaard worden uit zijn opvoeding en uit zijn ge-

zondheidstoestand. Reeds heel jong verloor hij zijn moeder en werd sedert dien met zijn zuster verzorgd door een eenvoudige, vrome dienstbode. De koesterende warmte van de moederliefde heeft hij, die geheel door vreemden werd grootgebracht, nimmer gekend en toen hij 40 jaar oud was, moest hij verklaren „dat hij nog nooit van iemand een kus uit liefde had gehad." Ook zijn gestel werkte prikkelend. In het voor-en najaar was hij veel opvliegender en gedroeg hij zich vreemder dan in andere tijden van het jaai\ Geen lief de voile, taktische vrouw werkte heilzaam in op zijn onrustige zwerversnatuur, zodat hij deed, waar hij op het moment zin in had en zich door niemand liet dwarsbomen.

Zijn milddadigheid

Budding gaf soms zijn laatste cent weg en bracht zijn dienstbode, die geen vast loon kreeg en meermalen niets had om uit te geven, haast tot wanhoop. Gedurende heel zijn leven heeft hij meer genot gehad in het geven dan in het ontvangen. Zijn vader kende hem en wist dat zijn zoon niet met geld om kon gaan. Daarom vermaakte hij hem alleen het vruchtgebruik van zijn erfdeel en gaf liet kapitaal in veiliger handen te bewaring over.

Dr. J. H. Gunning J.Hzn., die een interessant boek over Buddings leven en arbeid geschreven heeft, merkt hierover op: „Nooit klopte een arme tevergeefs bij hem aan; nooit zond hij een berooide ledig heen en menigmaal heeft hij zijn laatste jas, zijn laatste stuk vlees en brood weggegeven. Vaak gaf hij aan de boer, die hem een zending aardappelen kwam brengen (de gemeente voorzag hem mildelijk van alles) de last: „Bezorg dat maar bij die of die, daar is het nodiger clan hier." En dan had hij soms niets in de kelder of kast.

Toen hij in Amerika enige tijd als boer werkzaam was geweest liet hij zijn boerderij, die duizenden guldens waard was, zonder enig kontrakt aan anderen over, die geregeld „vergaten" hem de pachtsom te zenden. Hij had net genoeg geld om van zijn farm naar New York te reizen, maar kon zijn passagebiljet op de boot niet betalen. De kapitein nam hem gratis mee.

Budding heeft menige gierigaard een lesje gegeven.

Toen hij met een rijke gierigaard aan het wandelen was vroeg een bedelaar hem om een kleinigheid. Budding zocht naar zijn portemonnee, maar had die „vergeten." „Geef me maar de uwe", sprak hij tot zijn reisgenoot en daarop tot de bedelaar: „Houd je pet op!" En heel de inhoud van de beurs werd uitgeschud in de pet van de arme man.

Budding was een groot mensenkenner en vergiste zich zelden in het taxeren van de vele mensen met wie hij in aanmerking kwam. Menigeen zei: „Kiek, hij zag deur je heen."

Budding heeft een aantal oorspronkelijke en vertaalde geschriften nagelaten, die in de „tale Kanaans" gesteld zijn en in de woordkeus ons zoetelijk aandoen, maar die toch ook blijk geven van zijn innige vroomheid en brandende begeerte om zielen te redden van het bederf.

Wat we wellicht bij hem niet zouden verwacht hebben — hij waarschuwt er ernstig tegen om de zielen op te houden door te leren dat wij maar moeten „wachten" op Gods genade.

De oorzaak van veel verwarring en onzekerheid is het, het uit het verband rukken van teksten.

Letterlijk schrijft hij: „Met het doel om Gods genade te verheffen, is onder streng gereformeerde mensen die leer van 's mensen onmacht om te geloven opgekomen, maar zo verkleinen zij metterdaad de rijkdom van de genade, die in Christus gegeven is, en welke van Paulus genoemd wordt een onnaspeurlijke rijkdom van Christus."

Hartstochtelijk roept hij uit: „Vaarwel, lezer! geloof in de Heere Jezus Christus en gij zult zalig worden. Verlang niets bij, niets nevens, niets boven de Heere Jezus, maar Hern alleen."

En dan eindigt hij met een geloofsgetuigenis in dichtvorm:

Ik weet dat mijn Verlosser leeft, Die aan mijn ziel het leven geeft; Die ooic voor mij is opgestaan Hem bid ik als mijn Heiland aan.

Anekdotes

Eens klopte een evangelist bij hem aan de deur en hoopte bij hem te kunnen logeren. Budding was echter in een knorrige bui en weigerde hem logies. De volgende morgen was hij al voor dag en dauw in het hotel en probeerde zijn onbarmhartige handelwijze goed te maken door de rekening te betalen van de gast, die nog lag te slapen.

Op zekere morgen kwam er iemand bij hem met een merkwaardige boodschap: „Dominee, ik ben vannacht op U gewezen in mijn droom. U zoudt mij helpen aan f 500, — om mijn zaken voort te zetten."

„Dat is goed, " was Buddings antwoord, „dan moet je maar wachten tot ik op jou gewezen word."

In Axel had hij eens 's morgens in de woning van een boer gepreekt en zou 's middags weer voorgaan. De kerkgangers bleven bij de boer en werden in twee vertrekken op brood en koffie getrakteerd. In de „mooie" kamer zaten de boer met de dominee en enkele rijke mensen, in het dagelijkse vertrek het mindere volk. Plotseling stond Budding op en ging het andere vertrek binnen, waar hem eveneens een kop koffie werd aangeboden. Na die gedronken te hebben keerde hij terstond tot de boer terug en verweet hem in ongezouten taal, dat hij aan de arbeiders slechtere koffie durfde schenken dan aan hem en zijn vrienden.

Het gevolg was, dat Budding die middag niet kon preken.

Er was een „ban" in d.e vergadering!

Iemand schreef eens over Budding: „een man met een groot en goed hart; een man, die streed, wijl hij naar zijns harten overtuiging strijden moest, maar toch een vreedzaam kind Gods, wien 't strijden pijn deed en die toch weer door zijn eigenaardige opvattingen niet zelden de strijd verzwaarde, doch nooit vergiftigde."

DIA-AVONDEN OVER MERKSEM.

Over de evangelisatie-actie, die vorige zomer in Merksem en omstreken gevoerd is bestaat, zoals jullie misschien wel zullen weten, een dia-serie van ± 100 dia's. Deze werden al in verschillende plaatsen — tot volle tevredenheid — getoond.

Organiseer daarom als vereniging ook eens zo'n avond voor de gemeente en houd gelijk een collecte voor de evangelisatie te Merksem. De dia's zijn aan te vragen bij de heer K. Roos, Buitenwatersloot 12, Delft. Verdere inlichtingen kun je ook bij mij krijgen.

Actie-comité „Helpt Merksem"

p/a J. J. Visser,

Fred. Hendrikstr. 26, Utrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 februari 1967

Daniel | 16 Pagina's

Even tussen door.....

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 februari 1967

Daniel | 16 Pagina's