Eén dag in Uw huis
Wij, jongeren
Sommige mensen denken dat je 's zondags net zo goed thuis een preek kunt lezen of de radio of de kerktelefoon kunt aanzetten. Dan hoef je niet naar de kerk en toch hoor je liet Woord. Daar zit eigenlijk deze gedachte achter: als ik het maar hoor. En wat zijn ze dan helemaal vergeten? De gemeente. liet samenkomen van de gemeente. Terwijl de Ileere Jezus juist beloofd heeft dat Hij daar in het midden zijn zal, waar twee of drie — laat staan velen — in Zijn Naam vergaderd zijn. Wie Hem dus ontmoeten wil. moet — je kent de woorden van de catechismus wel — ..naar de gemeente Gods naarstig komen."
Maar ook als je dat steeds doet, kun je nog het idee hebben dat je alleen voor jezelf gaat. Dan vergeet je nog dat je naar de „gemeente Gods" gaat. Je zult je misschien afvragen waarom we dat met zoveel nadruk zeggen. Wel, om de volgende reden.
Met elkaar
Denk eens aan het gezin. Er zijn gezinnen waar je een echte band voelt als je cr komt. De kinderen zijn daar erg op hun ouders gesteld en die gaan zo fijn met de kinderen — ook de grotere — om. Als één het moeilijk heeft, leven de anderen met hem of haar mee. Je kent zulke gezinnen hopelijk wel. Maar er zijn ook gezinnen waar ieder eigenlijk elke dag weer zijn eigen gang gaat. Daar verzwijgt men de persoonlijke moeilijkheden voor elkaar. Daar is geen echt contact. Daar zijn ze eigenlijk ook nooit echt blij met elkaar.
En zo gaat het ook in de gemeente. Als het goed is voelen wij in de gemeente een band met elkaar. Niet alleen omdat we sommige mensen wel aardig vinden, of omdat je tenslotte van dezelfde kerk Uw huis bent. Het is vooral ook dit dat wij ons voor elkaar verantwoordelijk voelen. In de Hebreeënbrief staan deze twee zinnen direkt achter elkaar: „laat ons op elkaar acht geven" en „laat ons onze onderlinge bijeenkomsten niet nalaten." En daar hebben wij ook als jongeren al mee te maken. Op de jeugdvereniging bij voorbeeld. Komt er één niet meer, laten we hem dan eens aanschieten. Heeft iemand het moeilijk — thuis, of op zijn werk, of met de dingen van het geloof — laten we cr dan rustig met elkaar over spreken. Zie je iemand nog maar zelden of nooit meer in de kerk, laten we hem of haar dan eens opzoeken en vragen wat er is. Ja, ook in de Gereformeerde Gemeenten heb je veel „randkerkelijken", vooral in de stad. Daar moeten we nog meer „op elkaar acht geven." Er vervreemden zoveel jongeren van de kerk. En bij het ouder worden verdwijnen ze spoorloos. En hoe gemakkelijk schrijven we zulke mensen soms af. Dat is toch heel erg. Dat mag in de „gemeente Gods" niet voorkomen. De vader uit Jezus' gelijkenis heeft zijn verloren zoon geen dag vergeten....
En de anderen?
Als het goed is voelen we ons dus nauw verbonden aan de gemeente. Maar het gevaar bestaat nu dat we als het ware met „oogkleppen" gaan lopen. Er zijn 1 mensen die zo vol zijn van de kerk en van kerkelijke zaken dat ze de wereld uit het oog verloren hebben. Maar wij mogen om de kerk de wereld niet vergeten. Als je in de stad woont weet je het wel. Hoeveel deuren gaan er 's zondags 's morgens in de stille straten open? Hoeveel mensen gaan er in de grote stad nog naar de kerk? We hadden het zoeven over de verloren zoon.
Nu, al deze mensen worden wel eens de kinderen van de verloren zoon genoemd. Zij hebben het vaderhuis nooit gekend. Dat hebben hun ouders al verlaten. Zij zelf zijn in den vreemde geboren. Zij vinden maar zelden de weg terug naar de kerk. Zij hebben soms nog nooit een kerk van binnen gezien. Maar, zegt men dan wel eens, de kerkdeur staat toch voor hen open? Ja, maar deze mensen komen zo ontzettend moeilijk over de drempel heen. Zouden wij het er beter afbrengen? Daar wonen ze, achter al die gevels, in al die straten. Vervreemd van God. Niet alleen de Roomsen in België zijn van Hem vervreemd, niet alleen de negers in Nigeria of de Papoea's over wie wij — gelukkig! — nu zoveel horen. Zij ook. Gelukkig wordt in sommige van onze gemeenten het besef wakker dat ook in onze steden evangelisatie hard nodig is. Ook jongeren hebben begrepen dat Jezus Zelf gekomen is om te zoeken en zalig te maken wat verloren was.
Maar zonder deze Zaligmaker zijn wij net zo ver van God als dc onkerkelijken. Maar zie! juist in de kerk staat Hij aan dc deur en Hij klopt. Indien iemand Zijn stem hoort. . . .
Gasten?
We willen nu in gedachten de kerkdienst van het begin af aan gaan volgen. Eigenlijk moeten we dan terug tot vóór het begin, als de mensen de kerk binnengaan. Als wij binnenkomen denken we er meestal niet aan dat zoveel mensen bij de ingang moeten blijven wachten. Wij zijn daar zo aan gewend dat wij hen voorbijlopen om zelf naar onze eigen plaats te kunnen gaan. Of. . we horen zelf bij de mensen zonder vaste zitplaats, omdat b.v. de plaatsen allemaal al verhuurd zijn. Dan staan we zelf te wachten tot het lichtje gaat branden. Dan schuifelen de anderen voor cn achter ons langs het pad op. Hebben zc er eigenlijk wel erg in dat liet geen plezier is om hier te staan? Hebben ze er wel eens aan gedacht dat er ook mensen van buiten bij kunnen zijn? Mensen van andere gemeenten, van andere kerken, of.... — hopelijk! — iemand
van geen enkele kerk. Dan staan hier gasten. Stel je voor. Er wordt bij je thuis gebeld: er komt bezoek. Moet deze visite dan ook in de gang wachten tot het gezin zelf in de beste stoelen zit? Nee toch? Moeten dan in de gemeente de gasten wel zo behandeld worden? Wat een fijn gebaar als een gemeentelid je even op de schouders tikt en zegt: bij mij in de bank kun je nog wel zitten, hoor. En wat doet het je goed als een vriendelijke koster je even de plaatsen wijst, waarvan hij weet dat ze onbezet zijn. „Vergeet de herbergzaamheid niet." Ook niet in de gemeente. Juist niet.
Vooraf
Vooraf Dan gaan we zitten. En weldra gaat het orgel spelen. Hoor! „Ik hef tot U, Die in de hemel zit, mijn ogen op en bid". . Je luistert. Je gedachten zijn ineens niet meer bij het bezoek van gisteravond of het werk van morgen. Merk op, mijn ziel, welk antwoord God u geeft Of... . of.... heeft de organist niet begrepen dat muziek ons hart kan raken? dat het orgelspel onze afgedwaalde of verwarde gedachten kan richten op God?
Als het tijd is zwijgt het orgel. Het gaat zwijgen voor het Woord. Voor het levende woord moet dit instrument zwijgen. De dienst gaat beginnen.
Bij dat begin van de dienst willen we de volgende keer gaan stilstaan. Hopelijk doen jullie in gedachten mee. Misschien wil iemand ook metterdaad meedoen. Ook bij deze serie zouden we het fijn vinden als we eens een brief kregen. Dan kunnen wij weer op je reactie of op je opmerking of je vragen ingaan. We willen juist het gesprek over de eredienst op gang brengen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 februari 1967
Daniel | 16 Pagina's