JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

ONZE TIJD

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONZE TIJD

4 minuten leestijd

2.

9 Wanneer je met je ouders — zeker met je grootouders — spreekt zul je merken dat ze het verschil tussen vroeger en nu meestal heel concreet aanwijzen en niet op de manier zoals ik het de vorige keer deed. Je hoort dan dat ze in hun tijd geen vakanties hadden, veel langer moesten werken, niet konden doorleren, met veel minder het huwelijk in moesten en noem maar op. Zij moesten iedere week maar zien hoe ze „de eindjes aan elkaar konden knopen." Een wasmachine kenden ze niet, een koelkast evenmin, een eigen auto was een verre droom (misschien). Soms voegen ze je dan toe: „Jullie zijn weeidekindertjes!" En zit daar geen waarheid in? Veel dingen waar onze ouders vroeger helemaal niet aan dachten zijn voor ons heel gewoon, niet meer weg te denken zelfs. Het geld, nodig om allerlei dingen aan te schaffen, heeft men en waarom zou men het dan niet besteden om zich het leven gemakkelijk te maken? Trouwens, met geld ben je wat in de wereld. Geld brengt alles binnen je bereik. Al ben je nog zo'n nul maar je hebt geld dan kun je overal terecht. „Geld is een toverbcgrip, het ontsluit deuren van prachtige hotels, van comfortabele paleizen, van heerlijke tuinen."1)

heerlijke tuinen." ) Aan verheerlijking van de vroegere tijd, ook in dit opzicht, doen wij niet mee. „Die goeie, ouwe tijd" wordt vaak geromantiseerd en vele ouderen zullen, wanneer ze eerlijk zijn, moeten zeggen: „Wij zijn blij dat dat achter de rug is." En toch, wanneer we vragen of de genoemde veranderingen en het beschikken over veel meer geld dan vroeger nu werkelijk zoveel voordeel gebracht hebben zeggen we ook weer: nee! De zegen is veel in een vloek veranderd. Meer clan ooit is de mens, ook de kerkmens, in de ban van het geld, van wat hij met dat geld allemaal kan bereiken es

of bereikt heeft. Bontjas, brommer, auto, ijskast, televisie, buitenlandse reis — om maar iets te noemen — nemen heel het denken in beslag. Zo zelfs dat heel veel vrije tijd opgeofferd wordt om toch maar te sparen voor deze dingen. Ook al zou men er nog niet zon behoefte aan hebben, het feit dat de buurman het ook doet zegt vaak al genoeg. Het lijkt of er geen hoger dingen in het leven zijn dan lekker eten, je flink van allerlei comfort omringen en vakantie houden. (Ook onder de Christenen!). Voor dingen van hoger waarde is steeds minder belangstelling. Het liefst gaat men nog in zijn vrije tijd lekker lui in een stoel liggen kijken naar de t.v. of hangen de jongeren verveeld wat rond in de straat.

Dit is ook een gevolg van de toegenomen welvaart. Alles is zó gemakkelijk te bereiken dat men als vanzelf er toe komt in de leegheid van het leven, in alle problemen, in alle eenzaamheid zijn troost te zoeken bij het gekl en het goed. Velen zien geen andere weg dan zich over te geven aan de „dorst der zinnen, " die nooit gelest wordt en waaraan men alleen sterft van dorst.

Massamem

Zo ontstaat de massamens: hij waardeert de dingen net als ieder mens aan de hand van zijn portemonnaie en aan de hand van de vraag: wat heb je er aan? Ook wil hij, net als alle anderen (hoewel onbewust) individualist zijn en schuift hij tradities en gezag liefst terzijde. Hij wil zelf over de dingen oordelen maar praat intussen net zo als zijn krant of de t.v. hem voorschrijft. Hij vindt, net als alle anderen, minister Luns een aardige man; hij kijkt, net als alle anderen, naar Ajax—Liverpool en hij gaat, net als alle anderen, met vakantie naar het buitenland. Zijn huis is, natuurlijk, modern ingericht (al komt er veel namaak-antiek in de mode), zijn krant is, natuurlijk, de Telegraaf.

Vanzelf is dit, en dat mogen we niet vergeten, sterk gegeneraliseerd. Toch begrijpen we waarschijnlijk wat ik bedoel: hoewel ieder de pretentie voert zelf te kiezen en uit te maken hoe hij zijn leven inricht blijkt in de praktijk dat velen zich toch alleen maar laten leiden door krant, t.v. en reclame. Wat die hun voorschotelen wordt grif aanvaard. Zo leven velen als „halfbeschaafde" mensen met een massa-smaak. Wat ze kunnen zien, wat ze tastbaar in handen hebben is hun enig bezit, bepaalt hun waarde. Een hoger goed, laat staan het hoogste Goed, kennen ze niet. En.. deze mens leeft niet alleen buiten de kerk, maar ook in de kerk.


1) Prof. Dr. J. H. Bavinck: „Het raadsel van ons leven".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 februari 1967

Daniel | 16 Pagina's

ONZE TIJD

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 februari 1967

Daniel | 16 Pagina's