Gemeenschappelijke doop
Naar aanleiding van de gemeenschappelijke doop door een pater en een hervormd predikant schreef Ds. H. J. Hegger ons het volgende:
Met ontsteltenis namen wij kennis van het bericht, dat, tijdens een ambtelijke dienst in de hervormde gemeente van Delft, een r.k. priester, n.1. pater Jelsma, de r.k. doop heeft bediend aan een kind.
Wij zijn warme voorstanders van elke ontmoeting met de leden van de r.k. kerk, waarbij men in liefde en in ernst elkander tracht te begrijpen en waarbij men de diepe verschillen die nog steeds bestaan tussen Reformatie en Rome, met elkander tracht door te spreken.
Door een dergelijke handelwijze als heeft plaatsgegrepen in Delft, wordt echter gesuggereerd, dat er eigenlijk geen wezenlijke verschillen meer zijn tussen Reformatie en Rome. Daardoor wordt de grond onder het gesprek Reformatie—Rome weggenomen en wordt de weg gebaand naar een religieus syncretisme, dat moet uitlopen op totale geloofsonverschilligheid. Een dergelijke oecumene is een onwaarachtigheid en kan dus ook geen appèl meer in zich hebben.
De onwaarachtigheid van het gebeuren in Delft springt onmiddellijk in het oog, wanneer wij de belijdenis van ons Doopformulier omtrent de Drieënige God leggen naast de officiële belijdenis van de r.k. kerk.
Ons Doopformulier belijdt:
1. „Als wij gedoopt worden in de naam des Vaders, zo betuigt en verzegelt ons God de Vader, dat Hij met ons een eeuwig verbond der genade opricht...".
De r.k. kerk heeft echter de vervloeking uitgesproken over hen, die beweren, dat wij door Gods genade kwijtschelding krijgen van alle zondestraffen. God de Vader wil, dat wij een gedeelte van onze zondestraffen zelf uitboeten in het vagevuur. (Conc. van Trente, sess. VI, can. 30). Tevens heeft de r.k. kerk met vervloeking hen veroordeeld (anathemate damnat), die beweren dat de r.k. kerk niet de macht zou hebben om door het verlenen van aflaten gedeeltelijke of volledige kwijtschelding van de straffen in het vagevuur te schenken. (Conc. Trente, sess. XXV, dekreet over de aflaat).
De belijdenis omtrent een God en Vader, die uit loutere en volkomen genade de kwijtschelding verleent van alle zondestraffen, is een andere dan de belijdenis omtrent een God, die eerst de zondestraffen laat uitboeten door Zijn Zoon en ze daarna nog eens althans gedeeltelijk door ons laat uitboeten, en Die dan aan de kerk zou hebben overgelaten om die straffen al of niet in te korten.
2. Ons Doopformulier belijdt: „Als wij in de naam des Zoons gedoopt worden, zo verzegelt ons de Zoon, dat Hij ons wast in Zijn bloed van al onze zonden (...) alzo dat wij (...) rechtvaardig voor God gerekend worden".
De r.k. kerk heeft echter uitgesproken: „Indien iemand beweert, dat de mens slechts gerechtvaardigd wordt door de toerekening van de gerechtigheid van Christus, (...) die zij vervloekt" (Conc. Trente, sess. VI, can. 11). „Indien iemand beweert, dat het geloof waardoor wij gerechtvaardigd worden, niets anders is dan het vertrouwen op Gods barmhartigheid, die ons de zonden vergeeft om wille van Christus, of indien iemand beweert, dat wij alleen door zulk een vertrouwen worden gerechtvaardigd, die zij vervloekt" (can. 12). „Indien iemand beweert, dat de gerechtvaardigde mens door zijn goede werken, die hij verricht door Gods genade en de verdienste van Christus (waarvan hij een levend lidmaat is), niet waarlijk zou verdienen de vermeerdering van de genade, het eeuwige leven (indien hij althans in staat van genade sterft), alsook de vermeerdering van de heerlijkheid in cle hemel, die zij vervloekt" (can. 32).
De belijdenis omtrent Christus, wiens gerechtigheid ons enkel wordt toegerekend door de genade en langs de weg van het geloof, is een andere dan de belijdenis, dat wij de hemel waarlijk moeten verdienen door onze goede werken.
3. Ons Doopformulier belijdt: „Als wij gedoopt worden in de naam van de Heilige Geest, zo verzekert ons de H. Geest door het Heilige Sacrament, dat Hij in ons wonen en ons tot lidmaten van Christus heiligen wil, ons toeëigenende hetgeen wij in Christus hebben (...), totdat wij eindelijk in de gemeente der uitverkorenen in het eeuwige leven onbevlekt zullen worden gesteld".
De r.k. kerk echter heeft de vervloeking uitgesproken over hen die beweren, dat
een mens geloofszekerheid kan hebben van zijn eeuwig heil, „tenzij God hem dat in een speciale openbaring zou hebben gezegd" (can. 16).
De belijdenis, dat de H. Geest ons door het Woord Gods wil verzekeren van ons eeuwig heil, is een andere dan de belijdenis, dat de H. Geest dat slechts wil deen in uitzonderlijke gevallen en langs de weg van een speciale openbaring. De r.k. kerk gebruikt bij de Doop wel dezelfde formule als de kerken van de Reformatie, maar zij belijdt omtrent de Vader, de Zoon en de Heilige Geest iets wezenlijk anders dan de kerken der Reformatie.
Ook omtrent de werking van het Sakrament van de Doop heeft Rome een andere opvatting: „Indien iemand beweert dat de sacramenten van de Nieuwe Wet niet door eigen werking (ex opere operato) de genade mededelen, of dat het geloof in de goddelijke belofte voldoende zou zijn voor het verkrijgen van de genade, die zij vervloekt" (Conc. Trente, sess. VII, can. 8). Wij menen dat het een schijnvertoning is, een kerk van Christus onwaardig, wanneer een reformatorische kerk in een ambtelijke kerkdienst de Doop laat bedienen door een ambtsdrager van de r.k. kerk, die in het concilie van Trente de vervloeking heeft uitgesproken over verschillende kernpunten van het reformatorische belijden en die die vervloeking nooit heeft herroepen.
De waarachtige oecumene bestaat niet in een eenheid van (Doop-)formule, maar wordt slechts bereikt langs een eenheid in belijden, de eenheid in geloof in dezelfde Vader, Zoon en Heilige Geest.
ds. H. J. Hegger,
predikant-directeur van de stichting „In de Rechte Straat".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1967
Daniel | 16 Pagina's