Nieuwjaar
Beste vrienden. Wanneer U dit nummer van ons blad in huis ontvangt, dan is het zo rond de jaarwisseling. Wij mogen een oud jaar afsluiten. Ook van dit vervlogen jaar geldt: wat gedaan is, dat is gedaan, wat verzuimd is, dat is verzuimd en er is een gedenkboek voor Gods Aangezicht. Dit jaareinde stelt ons de ernstige vraag: „zal het goed zijn, als Hij U zal onderzoeken? "
De Heere heeft ons in dit achter ons liggende jaar nog weer gespaard en wij mogen een nieuw jaar binnengaan, het jaar onzes Heeren 1967.
Namens de redaktie van ons blad en namens het bondsbestuur van de bond van Jeugd-en Studieverenigingen willen wij U gaarne allen de zegen des Heeren toebidden voor dit nieuwe jaar.
De Heere zegene U allen en Hij schenke ook genadig Zijn gunst over al de arbeid, die in het belang van de jeugd van onze gemeenten verricht wordt. Ook deze arbeid op de plaatselijke verenigingen maar ook in regionaal en landelijk verband moge gebruikt worden om onze jongeren te bewaren bij Zijn Woord.
Het moge in ons aller hart leven, wat de dichter van Psalm 130 schrijft: „Ik verwacht de Heere, mijn ziel verwacht." Kent U in uw leven iets van dit verwachten van de Heere? Of is het eigenlijk zo, dat wij onze verwachting alleen hebben van dit leven, van de dingen die beneden zijn? Wat zijn wij dan nameloos arm. Bidt dan de Heere, dat Hij uw ogen opene, opdat ge zoudt zien het schijnschoon van heel de wereld buiten God en daartegenover de onvergankelijke schatten van Zijn hemels Koninkrijk. Dan zal het zeker anders worden in ons leven.
Veel mensen tegenwoordig klagen erover, dat zij het zo druk hebben, zodat ze geen tijd hebben om de Heere te verwachten. Ik denk aan zakenmensen, die overstelpt worden met orders en de mensen willen nu eenmaal alles zo vlug mogelijk in huis hebben.
En ik hoor een moeder van een groot gezin zeggen: „met die opgroeiende kinderen van tegenwoordig heb je heel wat zorgen. De Heere verwachten, neen, daar kom ik echt niet aan toe. Ik heb wel wat anders te doen."
Maar als wij zo redeneren en als wij menen, dat we het te druk hebben om de Heere te verwachten, clan moet ik U toch ernstig herinneren aan het woord van de Heere Jezus: „Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn." Want de diepste oorzaak van ons nietverwachten van de Heere kon dan wel eens hierin liggen, niet in onze drukte, maar in het feit dat wij nog gouden bergen van dit leven verwachten.
Er zijn ook mensen, die in het woord verwachten een wijziging aanbrengen.
Zij maken ervan „afwachten."
Je moet maar afwachten. Maar dit is heel iets anders. Verwachten, daar zit spanning in. Alle snaren van de ziel staan gespannen. Maar afwachten daar is alle spanning uit. We komen dan in de buurt van doffe berusting. Maar wie zo leeft in de sfeer van „maar afwachten" bewandelt de kortste weg naar de hel. Neen, niet afwachten, maar verwachten. „Ik verwacht de Heere." En dan zullen de verwachters van de Heere nooit tevergeefs wachten.
Leve het zo in ons hart voor dit nieuwe jaar: „En nu, wat verwacht ik, o Heere? Mijn hoop die is op U alleen."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 december 1966
Daniel | 15 Pagina's