JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Zending van  de Broedergemeente

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zending van de Broedergemeente

4 minuten leestijd

Onder de Hottentotten

De aandacht van Zinzendorf was ook op de Kaapkolonie gevestigd. Nog vóór Van der Kemp de grote zendeling onder de Hottentotten werd, begon in 1737 Georg Schmidt met zendingswerk in Kaapland.

Zoals wij weten, zagen de zendelingen van de Broedergemeente nergens tegen op. Dat was wel nodig, want tegenstand kregen ze van alle kanten. Ook in Kaapland. Door de Boeren werd Schmidt uitgelachen. Wat moest die „amechtige jood" hier komen doen? Was hij in de veronderstelling dat hij de Hottentotten zou bekeren? Dat zou alles vruchteloos zijn. Zo werd door de Boeren gedacht en gesproken.

Maar Schmidt begon zijn arbeid aan de rivier Zondereind. Hier probeerde hij rondzwervende nomaden bij elkander te krijgen en hen te vertellen over het grote Heil, dat in Christus gevonden wordt.

Een jaar later vestigde hij zich aan de Baviaanskloof, die nu Genadendal heet. En wat vroeger geen enkele zendeling in Afrika gelukt was, kreeg hij gedaan. \ Na moeizame arbeid en eindeloos geduld kon hij in 1742 de eerste Hottentotten dopen in de Naam van een drieënig God.

Nu kregen de spotters ongelijk. Zij moesten toezien dat de gedoopte Hottentotten in geestelijk opzicht nu met hen gelijk stonden. Dat mocht niet en dat zou zeker moeten veranderen. De predikanten in Kaapland waren Schmidt vijandig gezind en dienden een klacht in bij de classis Amsterdam. Men moet weten, dat de Kaapkolonie toen nog aan Nederland behoorde.

Er kwam nu een herderlijk schrijven van de classis Zuid-en Noord-Holland, waarin stond dat de doop, door Georg Schmidt bediend, onwettig was. Daaruit volgde dat de gedoopten als ongedoopt moesten worden beschouwd.

Verscheidene argumenten werden aangebracht om te maken dat het werk van Schmidt geen doorgang meer zou vinden. Er werd beweerd dat Georg Schmidt niet gereformeerd was, maar tot de sekte van de Ilerrnhutters behoorde. Ook was hij niet door handoplegging tot het werk bevestigd, maar alleen schriftelijk. Bovendien doopte hij op onkerkrechtelijke wijze: hij deed het in een rivier en niet in een kerk en zonder tegenwoordigheid van de christelijke gemeente.

De Compagnie deed het hare er nog bij en sprak haar vrees uit, dat er grote schade voor de Compagnie uit voort zou komen, als de Hottentotten christenen werden.

In 1744 was de zendeling in Herrnhut terug. Van hieruit werd hij naar Amsterdam gezonden om met de Compagnie te onderhandelen. Die besprekin-

gen liepen echter op niets uit. Schmidt ging terug naar Duitsland en keerde niet meer terug naar de Baviaanskloof. Een halve eeuw ging voorbij. De herrnhutter zending bleef al die tijd in Kaapland stil liggen. En toch waren de Broeders deze streek niet vergeten. Na een reeks van bijna vijftig jaren kwamen opnieuw zendelingen van de Broedergemeente.

Zie, daar komen de Hottentotten bijeen. De eerste prediking vindt onder de bomen plaats, in de open lucht. Het wordt een „hagepreek" onder perebomen, die door Georg Schmidt indertijd zijn geplant. Nu zijn het grote bomen geworden. Daar treedt een oude hottentotse vrouw naar voren. Zij vertelt van de zendeling uit haar jeugdjaren. Zij is door zendeling Schmidt gedoopt en ze heeft al die tijd haar geloof behouden. Zij heeft ook nog een herinnering aan de zendeling van vroeger. Zie maar, onder haar arm draagt zij een schapevel. Dat vel wordt ontrold en wat zien de aanwezigen nu? Het is een boek, het Nieuwe Testament, dat door Georg Schmidt eenmaal werd gebruikt en door hem is achter gelaten.

Een wonderlijke ontmoeting voor de nieuwe zendelingen en ook voor de oude vrouw. Het zaad, door Schmidt gestrooid, is ontkiemd en het zwakke geloof van de Hottentotse is in stand gehouden door het Woord des Heeren. Daaruit heeft zij op haar eentje kracht en troost mogen putten. Hoe wonderlijk werkt de Heere. Hij zoekt het verdrevene en onderhoudt Zijn volk door middel van Zijn Woord en Geest! Op deze plaats bij de perebomen van Schmidt kwam een zendingspost, die door de Boeren werd tegengewerkt. De zendelingen mochten geen vergaderlokaal bouwen, geen kerkklok hebben en ook geen school houden.

Hieraan kwam een einde toen de Kaapkolonie in 1795 aan Engeland overging. Door de Engelsen werden de zendelingen niet tegengewerkt. Integendeel, de zending werd gesteund. En zo zien we telkens weer, dat aan het zendingswerk strijd is verbonden, maar dat het werk des Heeren toch doorgaat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 december 1966

Daniel | 15 Pagina's

Zending van  de Broedergemeente

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 december 1966

Daniel | 15 Pagina's