Het gesprek (slot)
Dit is het laatste artikel over het gesprek. Volledig ben ik niet geweest. Ik heb slechts enkele dingen naar voren willen halen — vooral uit de praktijk — die ons hopenlijk aan het denken gezet hebben. Vragen, die gerezen zijn kun je naar het redaktiesekretariaat sturen. Met nog enkele opmerkingen ga ik nu besluiten:
1. Je hoort nogal eens zeggen: Een gesprek moet persoonlijk zijn! Tja, het is maar wat je daaronder verstaat. Wanneer iemand bedoelt dat je op vereniging, op een weekend of op een zomerkamp zoveel mogelijk gesprekken moet hebben over de persoonlijke verhouding tot God clan zeg ik: nee. Niet dat ik zo'n gesprek onbelangrijk vindt, dat is dacht ik uit de vorige artikelen wel gebleken. Ik vind het juist bedenkelijk wanneer in een gezin, op een vereniging of zomaar onder elkaar de vraag: Hoe is je verhouding tot God? nooit aan de orde komt. Maar we moeten ook nuchter zijn. Een gesprek is niet alleen „goed" of „fijn" of „persoonlijk" wanneer het gaat over je persoonlijke verhouding tot God en de vragen die daarmee samenhangen.
Is een zomerkamp, een weekend, een verenigingsavond waarop dergelijke gesprekken (vrijwel) niet voorkwamen waardeloos? Of liever: minder waard? Ben je mal. Moeten er speciaal veel (volgens sommigen: gevoelige) persoonlijke gesprekken gevoerd worden over de vraag: Hoe staat het nu met jou? (al stelt men die anders vanzelf). Nee. Een gesprek over je werk, je studie, je vakantie, je geldbesteding, je vrije tijd kan net zo „goed" zijn. We denken zo gauw: O dat zijn maar „natuurlijke dingen". Toch is dat „natuurlijke" ook geestelijk, in die zin dat het in overeenstemming moet zijn met Gods Woord en wij op al die genoemde terreinen verantwoording schuldig zijn aan de Heere. Daarom: spreken over eikaars verhouding tot God is nodig, maar niet alleen! Je dagelijks leven en je verhouding tot God hebben alles met elkaar te maken.
2. Spreek vanuit Gods Woord! Bedenk daarbij dat het geen handboek is voor geestelijke en natuurlijke zaken maar het levende Woord van God, Gods spreken tot jou persoonlijk. Dit betekent niet dat je op alle vragen een concreet antwoord vindt in de Bijbel, maar wel dat je daarin heel duidelijk de koers vindt aangegeven die je varen moet. Het heeft alles te zeggen over je verhouding tot God én over je dagelijks leven.
Vandaar dat een avond, een kamp, een weekend waarop het gesprek over die heel persoonlijke dingen niet vlotten wilde, waarop misschien ook de persoonlijke toon niet te horen was toch niet als mislukt beschouwd moet worden wanneer Gods Woord er geklonken heeft. De grote vraag is: Was er gelegenheid om het Woord van God door te geven? Wanneer dat het geval was is het grootste doel bereikt. Ik weet wel, ieder die al een poosje in het jeugdwerk „meedraait" zou dan wel eens een persoonlijke reaktie willen horen en b.v. in een diskussiegroep wat meer openheid, maar wanneer dat niet gebeurt mag je niet ontmoedigd zijn. Wees blij wanneer er aandacht is bij de lezing of de bijbelstudie of bij cle dagsluiting en weet dat Gods
Woord „niet ledig wederkeren" zal. 3. Spreken vanuit Gods Woord vraagt: bezig zijn met Gods Woord. Hoe kun je spreken vanuit Gods Woord wanneer je het niet kent? Zorg dat je dagelijks naar dat Woord terugkeert, dat het je Kompas is. Lees ook wat geschreven is tot uitleg van de Schrift. Ken je belijdenisgeschriften. Niet om deze boven de Bijbel te verheffen, maar wel om je vaster in je schoenen te doen staan. Anders vervallen de gesprekken zo gauw in vaagheden of gevoeligheden en missen ze de nuchterheid, het fundament, de kennis van de belijdenis der kerk. (Denk aan wat ds. H. Rijkscn onlangs schreef!)
4. Probeer kleine bijbelkringcn te vormen in je gemeente. Dat zijn kringen die bij iemand aan huis gehouden worden en waarin een kleine groep jongelui bij elkaar komt om een gedeelte van Gods Woord te bespreken. Dit geeft een veel ongedwongener sfeer dan op vereniging. Zorg wel dat dit voorbereid wordt. (Doe het b.v. aan de hand van een boekje of bijbelverklaring). Zorg ook dat de vraag centraal staat: Wat zegt de Heere in dit Bijbelgedeelte tot ons? Dat moet beslist no. 1 zijn!
Vanzelfsprekend moeten deze kringen de gemeente ten goede komen en mogen het geen aparte groepjes worden, die zich afzetten tegen de gemeente, of tegen de dominee b.v. Mooi zou zijn wanneer het kon in goede samenwerking met de kerkeraad. Zorg er voor dat de kringen open staan voor anderen, dat ouderen er, wanneer ze willen, ook bij kunnen komen of dat een andersdenkende, die interesse heeft, toegelaten en geaccepteerd wordt.
5. Je hoort nogal eens veel jongelui zeggen: Met ouderen kan ik vrijwel niet praten. Dat is jammer en heel vaak maar al te waar. Er zijn ouderen die, wanneer een jongen of meisje zich maar even „anders" of „gevaarlijk" of „persoonlijk" uitdrukt, direkt hun stekels opzetten en elke poging tot gesprek met een dooddoener afdoen. Ze proberen er niet achter te komen waarom die jongen of dat meisje zo spreekt of doet.
Ze denken ook dat jongeren het erg vinden wanneer ze moeten bekennen er zelf nog niet „uit" te zijn en doen zich daarom heel zeker voor. Ze vergeten daarbij dat de jongelui het nog niet zo belangrijk vinden of ze een antwoord krijgen, dan wel of er naar ze geluisterd wordt.
Maar je mag ook weer niet te gauw zeggen: Met ouderen kan ik niet praten. Heb je het werkelijk al zo vaak geprobeerd? Heb je geduld gehad? Heb je bedacht hoe moeilijk het is voor vele ouderen zich te verplaatsen in jouw gedachtenwereld? Denk erom, ik praat de houding van vele ouderen niet goed, maar wel zijn er jongelui die van hun kant ook niet erg hun best gedaan hebben om met ouderen te spreken. Ik wil er dit nog over zeggen: Al heb je in je omgeving maar één persoon met wie je eens kunt „uitpraten" wees dan blij en dank er de Heere voor.
Tot slot: Spreek niet teveel. De Heere moet ook aan het Woord komen. Ik besluit met wat ds. H. Veldkamp hierover zegt in zijn boek over Jeremia (Van reformatie tot deportatie): „God zoekt steeds weer contact en wij zijn in gesprek. Aldoor maar in gesprek, want er zijn zeer vele en interessante onderwerpen voor gesprekken. Waar praten wij al niet over de ganse lieve dag. Daar moet u 's avonds eens aantekening van maken, waar uw gesprekken over gegaan zijn. U zult er van blozen, als u dat nog kunt. Hoeveel dringende telefoongesprekken hadden we te voeren. En toen de hemel even aansluiting vroeg waren wc ook in gesprek. Alweer in gesprek. Geen gehoor, zegt God, een beetje verdrietig. Wanneer zou Ik eindelijk eens gehoor krijgen? Want Ik heb toch zon hoogst belangrijke boodschap."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 december 1966
Daniel | 16 Pagina's