JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Zending van de Broedergemeente

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zending van de Broedergemeente

4 minuten leestijd

Een zware tocht.

Het is een moeilijke tocht naar het binnenland. Zeisberger zwoegt om het ranke vaartuig door de bochtige rivier te sturen. De stroom is sterk en zo onverwacht kan de boot tegen de oevers lek stoten of op een zandbank terecht komen. Drijvende boomtakken versperren hier en daar de verdere voortgang. Cammerhof moet werkloos toezien. Hij heeft nooit in zijn leven geroeid en zeker niet in deze omgeving. De hitte is haast niet te dragen en als er een zwaar onweer plotseling opkomt, zit hij verschrikt voor zich uit te kijken. Heel die indrukwekkende natuur jaagt hem vrees aan.

Zeisberger stoort zich niet aan zijn metgezel. Hij roeit en stuurt als een volleerd vakman de boot naar de plaats van bestemming. Nu en dan wordt het vaartuigje naar een kleine baai gebracht. Daar zal Zeisberger een poosje rusten en de omgeving verkennen. Hij neemt zijn geweer bij het zien van wilde eenden; hij richt, een schot knalt door de stille vallei en een getroffen eend valt een eindje van de boot af in het water. Straks zullen zij het gedode beest aan het spit braden. Nu neemt de moedige man zijn speer. Hij heeft een grote vis gezien. Hij volgt hem met zijn ogen. De speer wijst naar het water en even lateiwordt dit wapen met kracht naar beneden gestoten. Eén korte beweging en een vis spartelt aan de punt van de speer en wordt met een behendige zwaai in de boot gegooid. Nu kunnen de mannen hun honger stillen.

Als het avond wordt, trekken ze de boot op de kant; er wordt een vuur aangelegd, waar omheen de zwervers zitten. Cammerhof zegt niet veel. Is de weg die hij heeft ingeslagen wel de goede? Wat staat hij ver af van de Herrnhutters, die van hun godsdienst een dweepziek zaakje hebben gemaakt. Hij denkt terug aan de zwelgpartijen en de zinnelijkheid, waarin een deel van de Gemeente is gezonken. Hij heeft meegeheuld met de afgeweken Broeders en hij heeft ook een leven van louter zinnelijk vermaak geleid, met een sausje van godsdienst erover. Het is nu wel anders, hier in de oerwouden.

Zeisberger, die ook nooit veel sprak, begint het gesprek:

„Is de toestand in de europese gemeenten echt zo, zoals hier verteld wordt? " Cammerhof schrikt op uit zijn gepeins en weet niet ineens wat hij moet zeggen. Hij wil ja zeggen, maar hij bedenkt zich. Schaamt hij zich er voor, nu hij hier het harde leven moet meemaken? Hij draait er om heen, zoclat Zeisberger niets wijzer wordt. Deze doet geen verdere pogingen om achter de waarheid te komen. Tot zijn schrik bemerkt hij dat zijn reisgezel misschien wel ziek gaat worden. Dat zou geen wonder zijn, want wat is zon man in zijn leven gewend geweest.

Dagen gaan voorbij en nog is het einddoel niet bereikt. Op zekere dag wordt de kano tussen het riet verborgen en begint een lange tocht te voet. Voor Cammerhof is dit gedeelte van de tocht nog zwaarder. In de kano had hij maar te zitten, maar nu moet hij zijn benen gebruiken. Dan eens gaat het door een dicht bos, dan weer loopt de weg door moerassen. De ene dag gaat het over bergruggen en dan weer door nauwe dalen. Het lichaam vraagt om voedsel en drank, maar die zijn niet overal te verkrijgen.

Cammerhof kan bijna niet meer. Zijn benen wegen als lood. „Nog een klein eindje", zegt Zeisberger en hij wijst vooruit. „Daar is een open plek in het woud en daar is het Indianendorp; daar moeten we zijn."

Zij gaan nog wat vooruit en dan blijft Zeisberger staan. Hij vertrouwt het

blijkbaar niet. Beide mannen luisteren. Er klinkt geschreeuw en klonken daar geen schoten? Dat zit daar niet pluis. Het beste is maar om niet verder het dorp te naderen.

Te laat! Zij zijn al ontdekt. Gewapende mannen te paard snellen aan. Zij springen van de paarden af en met veel geschreeuw stoten ze de zendelingen vooruit en slepen ze naar de tent van het opperhoofd.

Het opperhoofd omhelst de blanken, maar de mannen, die de twee hebben gevangen, schreeuwen luid. Meerdere mannen komen aan en eisen dat die twee gevangen moeten blijven.

Het ziet er slecht uit voor Cammerhof en zijn geleider.

Daar komt de vrouw van het opperhoofd naar buiten. In één ogenblik ziet zij wat er gaande is. Zij grijpt de blanken bij de hand en leidt ze naar binnen. In het huis van het opperhoofd zal niemand van de Indianen durven komen. In een voorraadschuur krijgen ze een voorlopige veilige plaats. Maar wat zal er morgen gebeuren?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 november 1966

Daniel | 16 Pagina's

Zending van de Broedergemeente

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 november 1966

Daniel | 16 Pagina's