JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

HERFSTGED ACHTEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HERFSTGED ACHTEN

4 minuten leestijd

Het kan niet anders of c!e jaargetijden hebben ons iets te zeggen: de kringloop in de natuur en de levensloop van een mensenleven. De lente is het onstuimige nieuwe leven dat baan breekt; de zomer is het hoogtepunt van het leven en de herfst tekent ons het voldragene, het gerijpte en het terugkeren tot het stof; de winter is de dood, die op elk leven zal volgen.

Het is geen wonder dat de jaargetijden bezongen worden; dat de schilders in vorm en kleur gestalte willen geven aan wat ze aanschouwen en gevoelen; dat de dichters niet kunnen achterblijven om dan eens over het prille leven zich te uiten, dan weer over de volle rijkdom van de zomer, maar zij worden voornamelijk door de herfstverschijnselen geboeid.

Het vallend blad kan ons wijzen op het vergankelijke van het mensenleven. Er worden echter niet alleen oude, verschrompelde bladeren van de bomen gerukt, maar ook jong, groen blad kan van de tak gescheurd worden. Dit laatste bezingt Niek Verhaagen in „Vers in de herfst" uit „Kort traject":

Dat ik geen blad ben tot de dood verschrompeld en met een glimlach zeggen kan: ik val... Is dat mijn angst? Dat God mij vinden zal ontijdig door de winden overrompeld?

Mijn groei kwam nog niet verder dan de morgen, zo hang ik blinkend aan een hoge tak... O God, wanneer mijn dunne stengel brak! Ik, groen blad, in de zwarte grond geborgen!

De dichteres Marja de Smet Vercauteren ziet na het herfstgebeuren de opstanding. In „Ongedesemd brood" schrijft ze:

Ik ben een dorrend blad dat door de winden wordt gedreven. Een eenzaam blad. Nu óp, dan néderwaarts gejaagd, tot 't meent te rusten in een ademlozer zweven maar wordt gegrepen door een nieuwe, feller vlaag.

Ik ben een dorrend blad waar vreemde krachten wild mee stoeien en vreten aan de vorm tot slechts een schaduw overblijft, die op de wateren terug naar d' eeuwigheid zal vloeien tot het aan de Boom des Lichts weer nieuwe vorm herkrijgt.

De dichter A. Roland Holst ziet in het najaar het verdwijnen van alles wat eens was. In „De wilde kim" lezen wij:

De nacht vaart door de roepende kruinen heen zwaar en onheuchelijk; ik loop beneden. Sinds gistren is het een leven geleden dat de zomer verdween.

Ik denk aan al wat heerste en ziende blind wervelend her, der, werd uiteengedwereld: de woestheid en de moeheid dezer wereld, aan eeuwen, aan den wind,

steden en tronen die niet meer bestaan, aan koningen, die uit een westwaarts vluchten omzagen naar een brandgloed in de luchten, puinen, de wilde maan, die boven 't onheil uitwaait en verdwijnt, aan het teloorgaan, vreemd, gelijk de wolken en spoorloos, van de droombevlogen volken, aan der werelden eind.

Diezelfde dichter denkt bij het herfstweer aan een gestorvene. Hij schrijft in „Omtrent de grens":

HERFSTWEER

Hier nog te staan bij de oude ramen waar zij lag lenig en welig als een clier dat te verdragen

al zo veel lange jaren, en nooit meer een dag, clie als een dag werd van die langvervlogen dagen

Zij vond haar weg naar dit verloren erf nooit weer, en de terugweg naar haar graf ging mij verloren; dit dak bleef, en die steen ook ergens, en oud zeer — herfstweer verwaait de rest — niet meer om aan te horen.

In „De nieuwe gids" van 1883 schreef Kloos:

Nu huilt de winter in mijn hart, De vlagen donkren buiten, Als wilden beiden van de smax^t De flauwende ogen sluiten.

Dat is gekomen van de pracht Dier schone zomerdagen, Wier gloed geen menselijke macht Noch bloeisel kan verdragen.

O droefheid van dit aards gezicht! Het moet toch al verdorren; Het mensenhart, het zonnelicht, Zij sterven zonder morren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 oktober 1966

Daniel | 16 Pagina's

HERFSTGED ACHTEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 oktober 1966

Daniel | 16 Pagina's