JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Het gesprek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het gesprek

7 minuten leestijd

liet gesprek is in de mode. Dat zal wel niemand willen ontkennen. Geen tijcl is er geweest waarin we het woord „gesprek" zoveel tegenkwamen als de onze. Politici voeren gesprekken, kerkgenootschappen, opvoeders, psychiaters, theologen, artsen en vul maar aan. Het gesprek is „in", zoals men dat zegt. Kijk maar om je heen, luister maar en sla de kranten maar op. Je hoort en leest van: „gesprekken tussen onderwijsorganisaties", of van „Johnson en Erhard spraken met elkaar, " weer ergens anders van een „gesprek tussen Chr. Ger. Kerk en Ger. Kerk onderh. artikel 31" en, om maar niet meer te noemen, van „topoverleg tussen werkgevers en werknemersorganisaties."

Werden er dan vroeger geen gesprekken gevoerd?

Natuurlijk wel. Spreken hoort bij de mens. Toch is er m.i. verschil. Iiet onopzettelijke is er wat uit. Men voert tegenwoordig vaak een gesprek omdat men daarvan juist iets verwacht. Het past bij de mens van deze tijd, vindt men. Denk maar aan het spraakgebruik: „Een goed gesprek lijkt me dó oplossing!" Daarmee wordt niet bedoeld het spontane gesprek, zoals dat helemaal bij de mens hoort en zoals het hem in staat stelt met de andere in kontakt te komen, maar meer het opzettelijke gesprek, waarvan men, gezien de tijd waarin we leven, het meeste resultaat verwacht.

Zo zoekt een dokter, die vroeger gevaar liep (en nog wel) zijn patiënt als „geval" te zien, tijd voor een gesprek. De ander is immers een mens met een eigen achtergrond en die „wereld" kan grote invloed uitoefenen op zijn ziekte. Met een psychiater en een „beroepskeuze-psycholoog" is het al net zo. Ook zij schakelen meer dan vroeger over op het gesprek. En dan geen gesprek in

de vorm van „vraag en antwoord" maar als uitwisseling van gedachten en zoeken van „de wereld" waarin de ander leeft.

Vele ouders voeren ook soms welbewust een gesprek met hun kinderen. Door middel van dat gesprek — „in een openhartige sfeer" liefst — proberen ze door te dringen in „de wereld" van hun kinderen, die zoveel verschilt vaak van de hunne.

Deze voorbeelden zijn uit te breiden. Ik wil er maar mee aantonen hoe men op allerlei terreinen van het leven doelbewust het gesprek hanteert omdat men de oplossing van allerlei problemen ervan verwacht. Daarmee hangt samen het besef dat er vroeger wel eens wat weinig gesproken werd. Dat er, bij allerlei meningsverschillen en uiteengaande wegen, wel eens erg weinig geprobeerd is elkaar nader te komen en elkaar te begrijpen. Voeg daarbij nog het gevoel van verbondenheid dat onze tijd kenmerkt — het gevoel samen onderweg te zijn en „in hetzelfde schuitje te zitten" — èn het feit dat de mens van vandaag overtuigd is van het betrekkelijke van vele dingen en „het gesprek" zoals we dat nu tegenkomen, heeft zijn verklaring. We moeten elkaar niet met allerlei „standpunten" en „principes" en „oplossingen" en „recepten" tegemoet komen (en intussen langs elkaar heenleven) maar we hebben elkaar te zoeken en doen dat in een gesprek, in een openstaan voor elkaar. Zo ongeveer denkt men.

Dit zijn enkel nog maar constateringen. Ik weet dat het erg summier is. Ik wil ook niet zeggen dat de geest die uit de voorbeelden spreekt de onze moet zijn. Iloewel niemand van ons, dunkt me, zal kunnen zeggen dat hij of zij ervan vrij gebleven is. Let maar op de manier van ons spreken (veelal ook, net als in de meeste gesprekken nü, doorspekt met uitdrukkingen als: „Ik meen, " „ik vraag me ergens af", „ik zeg niet dat hij geen gelijk heeft, maar toch....") Ook wij zijn „ergens" (!) kinderen van onze tijd. En aan „onze" gemeenten gaat deze tijd evenmin voorbij. Dat kan niet en dat hoeft niet. Ook „onder ons" dringt het gesprek, zoals dat allerwegen in de belangstelling staat, door. Het „we moeten open staan voor elkaar" is ook bij ons te horen. We komen wat uit ons isolement, dat is onmiskenbaar. (Ik bepaal me eerst tot het gesprek zoals dat naar buiten plaats vindt). Zo is er meer kontakt met andere kerken dan vroeger, officieel en officieus, door middel van de ambtsdragers én door middel van de „gewone" leden. Verder denk ik aan gezamenlijke Hervormingsdiensten die in verschillende plaatsen belegd worden, aan de samenwerking aan en voor een kweekschool, aan het kontakt via een politieke partij enz. Hier en daar worden van tijd tot tijd gezamenlijke verenigingsavonden belegd met een vereniging van een andere kerk of ervaringen uitgewisseld, opgedaan bij jeugdwerk en evangelisatie.... Kortom, er is een verblijdend streven om elkaar te zoeken, naar elkaar te luisteren en van elkaar te leren en dit hoeft (zoals sommigen altijd weer denken) beslist geen „verwatering" en „vervlakking" te betekenen.

Nu noem ik nog niet de kontakten die de individuele leden met andersdenkenden of gelijkdenkenden uit andere kerken hebben. Die nemen ook toe. Nogmaals: dit is verblijdend. IIet gesprek, zoals het ook in onze gemeenten groeit, mogen we beslist niet overlaten aan enkele „voortrekkers". We moeten het overnemen en proberen voort te zetten in onze kontakten met de ander. Alleen wel dit: dé oorzaak van ons gesprek moet niet zijn „zomaar een gevoel van verbondenheid en van het betrekkelijke van sommige verschillen" (dat ook wel), maar een groeiend besef dat wij elkaar „om des Heeren wil" moeten zoeken. Daarom past in deze tijd vooral een aanhoudend gebed om

de Heilige Geest. Die alleen kan ons leren „het goede voor Jeruzalem" te zoeken. Die alleen kan ons bewaren voor onheilig enthousiasme, voor kerkelijke hoogmoed ol : voor een onvruchtbaar vasthouden aan lege vormen. Die kan ons ook overtuigen van onze kerkelijke zonden en ons „in alle waarheid leiden." Laten we ons, èn individueel èn op de vereniging, eens afvragen in hoeverre dit een plaats heeft in ons leven. Of we het gewoon vinden dat (0111 dicht bij „huis" te blijven) een „bonder" naaide Grote kerk gaat, een Chr. Gereformeerde een paar straten verder, een „uitgetredene" weer ergens anders of dat het ons pijn doet dat we doodleuk langs elkaar heenlopen. Of we het kontakt — via de vereniging of individueel — uit de weg gaan of zoeken. Of we beseffen dat wij daarin ook een taak hebben of dat we het aan de dominees overlaten. Of we bidden om de werking van Gods Geest of dat we wel of niet zomaar aan het werk zijn gegaan. Aan deze vragen mogen we ons niet onttrekken. Die vragen om een onderling „gesprek".

Tot slot: Laten we èn in ons onderling gesprek hierover èn in ons — misschien aarzelend — gesprek met die ander, vragen om „leerling van de Heilige Schrift te mogen zijn. Dat zal ons bewaren voor een spreken alsof wij de waarheid in pacht hebben maar ook voor een gesprek in de trant van: , , 't is maar hoe je het bekijkt." Dat zal ons ook ootmoedig doen spreken. Ook in „onze" kerk leven fouten, ook bij ons zijn gebreken en ook wij laten Gods Woord niet altijd aan het woord komen. Dat moeten we wel bedenken. Daarom moeten we naar de ander luisteren en bereid zijn iets van hem te leren.

Nogmaals: broodnodig is hiertoe de werking van Gods Geest. Laat ons dat niet lijdelijk maken. Er staat in de Bijbel: „Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees." Erskine zegt: „Pleit dan op Gods Woord en zegt: „Ileere, doe gelijk als Gij gesproken hebt." Worden wij door die Geest geleid dan gaat het niet meer om „standpunten" of „meningen" of „kernen van waarheid" maar om: Wat spreekt de Iieere. Want in onze standpunten kan altijd weer veel van onszelf zitten. En ook al heeft iemand „ergens" wel gelijk en zullen we in eikaars „mening" veel kunnen waarderen, we moeten buigen voor Gods Woord. Bij alle kontakten en gesprekken immers heeft de Ileere het laatste woord. Daarom zegt Hij ons: „Gij doet wel dat gij daarop (op Mijn Woord) acht hebt!"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 oktober 1966

Daniel | 16 Pagina's

Het gesprek

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 oktober 1966

Daniel | 16 Pagina's