JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Nieuwe Testament

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Nieuwe Testament

7 minuten leestijd

(2)

In liet N.T. worden twee woorden gebruikt voor „zich bekeren": etanoëo en epistrefo. Hoewel het laatste oorspronkelijk de meer letterlijke betekenis van „omdraaien" heeft en het eerste van origine al meer „mentaal" betekent „van mening veranderen", duiden beide woorden in het Grieks van het N.T. practisch op dezelfde zaak: an gezindheid veranderen, tot op de wortel een andere mening krijgen, berouw hebben. Ook in het N.T. is het een zich bekeren van de zonde, de duisternis, de ijdelheid (vgl. Hand. 14 : 15, 26 : 18), naar God (1 Thess. 1 : 9). De bekering kan met vele andere woorden worden aangeduid, zoals: ichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen, het doden van de leden die op aarde zijn, het afleggen van de oude mens en aandoen van de nieuwe mens. Kort gezegd is het: ezus volgen. Maar we zullen dit nooit moralistisch mogen verstaan, alsof het zaak van louter doen-en-Iatcn zou zijn. Nee, ook in het N.T. gaat het om het hart, hoe dat hart voor God is. Om enkele voorbeelden te noemen: atth. 18 : 3 zegt dat de mens zodanig moet veranderen dat hij een kindekc wordt. Matth. 5 : 20 leert ons dat onze gerechtigheid overvloediger moet zijn dan die der Farizeeën en Schriftgeleerden. 2 Cor. 7 : 10 wijst op de waarachtige droefheid naar, volgens God. In het N.T. worden kenmerken en wezen van de bekering nog duidelijker en concreter dan in het O.T., lijkt me. De practijk van de bekering krijgt vooral ook bij Paulus volle nadruk, als hij over het leven der gemeente schrijft (b.v. Rom. 12, Corinthe-brieven, Gal. 5, 6, Efeze 5, 6 e.a.) Het totale leven wordt anders door en in de bekering: et geestelijke, het huiselijke, het „gemeente-lijke", het maatschappelijke. Toch blijven alle veranderingen gevolgen, het zijn vruchten des Geestes. Paulus brengt niet een bepaalde moraal, maar een Christelijke levenswandel, een ethiek vanuit Christus. De bekering komt op uit en richt zich zo tot de drieënige God. Immers is de Vader degene tot Wie we ons moeten bekeren. De Zoon is de prediker van de bekering, hetzij Hijzelf hetzij bij monde van Zijn apostelen; tegelijk is Christus de inhoud van de bekering, want het leven van de bekering is het leven in de nieuwe gehoorzaamheid, het leven in en uit Hem. Tenslotte is de Heilige Geest de kracht tot het nieuwe leven, èn de gave van dat leven. Zo is de bekering in wezen een werk van de drieënige God. Hij gebruikt daartoe middelen. Daar is in de eerste plaats de prediking: od roept zondaren tot bekering. Hij opent het hart, Hij legt de zonde bloot (Hand. 2 : 23), waarop inzicht en aanvaarding in en van de schuld volgt. In 2 Cor.

7 : 10 zien wij hoe Paulus de bekering ziet: Want de droefheid naar God werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid, maar de droefheid der wereld werkt de dood." Hèt kenmerk is blijkbaar de droefheid naar God. We moeten hierbij acht slaan op de betekenis van het woordje „naar". Het is hier niet het richtingaangevende „naar", maar het betekent „volgens", „overeenkomstig".

De tekst spreekt dus over een droefheid, overeenkomstig God, naar de wil van God. Het is dus een droefheid die door Gods genade gedragen wordt, een droefheid die God Zelf gebruikt en heiligt, n.1. tot een onberouwelijke bekering tot zaligheid. Dat is een andere dan die der wereld. Ook bij de laatste droefheid kan schuldbesef en berouw zijn, maar zij zijn van de wereld, werelds, d.w.z. zonder God; het is slechts spijt, gewetenswroeging, onvrede. En dat leidt op zichzelf tot niets dan de dood, want daar is geen uitzicht. De droefheid naar God is echter niet uitzichtloos. Zij wordt door de Heere Zelf geheiligd zodat het smart over de zonde is, zodat het God de eer geeft, zodat het door Gods genade een kracht wordt om zich te bekeren tot zaligheid.

Reformatorische dogmatiek.

Om begripsverwarring te voorkomen, diene vooraf een opmerking. In de Reformatietijd duiden „bekering" en „wedergeboorte" meestal op dezelfde zaak: het proces van de vernieuwing des levens. Later, m.n. bij de Nadere Reformatoren, verstaat men onder wedergeboorte veelal de eerste levendmakende daad van de Heilige Geest, en onder bekering de voortgaande verandering van het leven, die op de wedergeboorte volgt. Zo ook onderscheidt de Gereformeerde Dogmatiek van Ds. G. H. Kersten - ) in navolging van de „ouden" de wedergeboorte in engere zin (de levendmakende daad Gods die aan het geloof voorafgaat), en de wedergeboorte in zuivere zin (de bekering, die uit het geloof voortspruit).

Calvijn,

„Zij echter die menen dat de boetvaardigheid (= bekering, bij Calvijn) veeleer aan het geloof voorafgaat dan eruit voortkomt, hebben haar kracht nooit gekend. ..." : ! ). Zon regel Calvijn plaatst ons midden in diens strijd om het „sola fide", het „door het geloof alleen." Deze achtergrond moeten we terdege voor ogen houden, om niet door allerlei wind van leer van het fundament der reformatorische leer te worden afgeblazen. Dat fundament is: sola gratia, alleen uit genade. De geciteerde zin misbruike men dus niet door te beweren dat Calvijn hier leert dat de wedergeboorte-in-engere-zin volgt op het geloof, alsof wij uit onszelf bij machte waren te geloven, alsof Calvijn zou suggereren dat de levendmaking des Heiligen Geestes niet noodzakelijk is. Dat zou indruisen tegen Calvijns definitie van het geloof: „een vaste en zekere kennis van Gods welwillendheid jegens ons, welke gegrond op de waarheid van Zijn genadige belofte in Christus, door de Heilige Geest aan ons verstand wordt geopenbaard en in ons hart wordt verzegeld" ').

De noodzakelijke werking van de Heilige Geest raakt het hart van de Reformatie. Met boetvaardigheid bedoelt Calvijn dan ook de bekering als proces in het ganse leven, de wedergeboorte in ruimere zin. En die volgt op en komt voort uit het geloof. Dit krijgt bij Calvijn zo'n zwaar accent door zijn strijd met Rome. Die leerde immers dat de mens via de boetvaardigheid moet opklimmen naar de verzoening. Bij Calvijn — en in de Schrift — worden echter geen boetvaardigen, maar gerechtvaardigd. goddelozen De boetvaardigheid ontstaat slechts door geloofsvereniging met Christus; de navolging van Christus is geworteld in het geloof. Calvijn beschrijft deze boetvaardigheid als volgt:

„een ware bekering van ons leven tot God, die voortkomt uit een oprechte en ernstige vreze Gods, en die bestaat in de doding van ons vlees en de oude mens, en in de levendmaking des Geestes" 5 ).

Dus uit de vreze Gods, d.w.z. uit het kennen en liefhebben van de Heere, komt de bekering voort, hetgeen dan echter niet ons werk, maar dat van de Heilige Geest is, Die in ons werkt. Alle eer komt God toe. Hoe werkt God de bekering in het hart en leven van zondaren? Calvijn denkt dan aan de O. T-ische profeten: „de profeten streefden ernaar, dat de mensen, ontsteld door hun zonden en getroffen door de vrees voor het oordeel Gods, voor Hem, tegen Wie ze gezondigd hadden, zouden neervallen en zich verootmoedigen" {i ). We zagen dit in het begin al bij het voorbeeld van Samuël: God laat de zonde aanzeggen, opdat er in berouw gevraagd zal worden naar genade. Zo liggen Wet en Evangelie zeer dicht bij elkaar. Het een heeft geen zin zonder het ander.

Hoe vinden afsterving en levendmaking (te verstaan als in zondag 33 van de Heidelberger C.) plaats? Nogmaals, alleen door de geloofsgemeenschap met Christus: „Beide dingen vallen ons te

beurt uit het deelgenootschap aan Christus, want indien wij waarlijk deel hebben aan Zijn dood, wordt door Zijn kracht onze oude mens gekruisigd en sterft het lichaam der zonden. Indien wij Zijner opstanding deelachtig zijn, worden wij daardoor opgewekt tot nieuwheid des levens, die beantwoordt aan Gods gerechtigheid" T ).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 oktober 1966

Daniel | 16 Pagina's

Nieuwe Testament

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 oktober 1966

Daniel | 16 Pagina's