JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

LEZERS OVER HUN WERK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

LEZERS OVER HUN WERK

7 minuten leestijd

Wij, jongeren

Deze keer mogen we jullie een brief laten lezen van een meisje dat vertelt over haar werk in een tehuis voor gehandicapte kinderen. In dit artikel hoeven we zelf weinig te zeggen, want wat we samen gaan lezen spreekt voor zichzelf.

In een tehuis voor gehandicapte kinderen

„Met veel interesse lees ik steeds de mening van „Lezers over hun werk".

Vooral de brief van een kraamverzorgster trof me. Haar vraag „hoe moet je uit Godsdienstig oogpunt kinderen benaderen die tijdelijk aan je zorgen zijn toevertrouwd", houdt mij ook al geruime tijd bezig. Zelf werk ik in een tehuis waar tien lichamelijk zwaar gehandicapte kinderen verblijven, die bovendien in hun ademhaling gestoord zijn en door middel van samengeperste lucht beademd worden. Ze zitten allemaal in rolstoelen en kunnen hun ledematen maar beperkt gebruiken. Hun leeftijd varieert van 14 tot 25 jaar. Het is een neutrale inrichting. De ouders komen hun kinderen vaak bezoeken en om de beurt gaan de kin deren een dag of week-end naar huis. Van Godsdienst merk ik op mijn werk niets. Mn collega's geloven nergens in of ze zijn heel licht Hervormd. Ons hoofd is Rooms. En met de kinderen is het precies eender. Heel de dag staat de radio op „Veronica" en avond aan avond staat de t.v. aan. Toen ik hier pas werkte had ik niet de moed om de kinderen over God te vertellen. Ik stelde me met de gedachte gerust dat het ook de taak van de ouders was; die zijn tenslotte verantwoordelijk voor hun kinderen. Toch voelde ik me erg schuldig, dat ik nooit over zulke dingen met de kinderen praatte. Ik voelde het als een verloochening. Daarna heb ik de kinderen bij het naar bed brengen (als ik dan alleen met ze was) verteld over God. Maar er is in hun leven overal plaats voor behalve voor dat éne. Enkele kinderen heb ik een bijbeltje gegeven. Ik zoek dan als we tijd hebben 's avonds een begrijpelijk hoofdstuk uit. Maar het zegt ze zo weinig. Ze lezen om mij een plezier te doen. Soms bereik je meer door over God te vertellen, geloof ik. En dat vind ik juist zo verschrikkelijk moeilijk. Ik voel m'n woorden in zo'n omgeving gewoon belachelijk klinken. Ze luisteren welwillend naar me, maar ze gaan even vrolijk naar een voetbalwedstrijd op zondag. Toen ik op een keer met een jongen van 20 jaar praatte, zei hij: „Ik vind dat ieder dat voor zichzelf moet weten." En dan sta je weer machteloos. Ook heb ik altijd geen zin om over Godsdienst te praten. Het enige dat mij overblijft is de kinderen door m'n houding te laten zien dat ik anders ben dan zij; dus naar andere dingen streef. Toch geloof ik dat het onze taak is je naaste te vertellen over God, wat er ook van komen zal. Want dan staat de Heere er toch boven en Hij bestuurt toch alle dingen.

Mijn werken door-de-week is dus een hele tegenstelling met de kerkgang/ Als ik 's zondags uit de kerk kom staat o.v. de t.v. aan en vragen m'n collega's of ik m'n handwerkje niet mee gebracht heb. Ik heb dan ook het gevoel dat ik als lid van onze gemeenten helemaal alleen op m'n werk sta. Om deze reden heb ik dan ook besloten naar een andere werkkring om te zien."

Neutraal of vijandig?

Toen wij deze brief ontvingen, hebben we de schrijfster eerst persoonlijk te-

ruggeschreven en gevraagd of zij ons nog eens wilde laten horen hoe het afgelopen is. Ilaar antwoord was wel erg persoonlijk, maar wat ze schreef vonden we zo treffend, dat we gevraagd hebben of we ook uit deze tweede brief iets in Daniël mochten publiceren. Ze schreef:

„De Ileere heeft mij inderdaad de weg gewezen, maar op een heel andere manier dan ik gedacht had. Een paar weken geleden heb ik een ontzettende rel gehad met een dokter die de kinderen altijd behandelt. „Hoe ik het in m'n hoofd haalde om de kinderen uit hun rustige leventje te halen en ze mijn geloof en mijn God op te dringen. En waar ik de brutaliteit vandaan haalde om zelfs twee bijbeltjes aan de kinderen te geven, want hoe kan ik weten dat mijn geloof het enige goede geloof is", enz. Hij heeft zo geraasd en gevloekt, ja hij was letterlijk duivels. Hij is n.1. humanist. Hij is toen naar de directie gegaan, en die wilde me eerst ontslaan, maar omdat ze wisten dat ik toch weg wilde, zouden ze me deze laatste maand zulke diensten geven dat ik geen gelegenheid meer zou hebben om met de kinderen te spreken. En dat is gebeurd.

Dit zijn de konsekwenties van het werken in een neutrale inrichting. Achteraf heeft het hoofd van het tehuis de zaak aan het rollen gebracht, gewoon uit pure vijandschap, en niet de ouders van de kinderen of de kinderen zelf, want ze zijn heus door mijn spreken niet overstuur geraakt. Weet U, de duivel kan het gewoon niet hebben als er een kind tot God bekeerd zou worden. En nu kan ik niets meer tegen de kinderen zeggen. Ik durf niet meer. Ik heb dan een gevoel of ik mezelf sta te handhaven, doch het gaat niet om mijn eer, maar om Gods eer. Maar je hebt jezelf er niet voor over. Wat is het moeilijk om getuige te zijn van Christus, wat schiet je dan toch in alles te kort, en wat een wonder dat de Heere me toch steeds geholpen heeft."

Later, toen de briefschrijfster al in haar nieuwe werkkring begonnen was, schreef ze ons nog: „Nu ik er achter sta ben ik blij dat het allemaal zo gegaan is en zie ik er zo duidelijk Gods hand in; zodat ik met een rustig geweten weg kon gaan, en niet met de gedachte: is het wel goed dat ik die kinderen zo maar in de steek Iaat enz.

Toch vraag ik me af: mag je wel in een neutrale inrichting werken? De moeilijkheden die dan kunnen komen n.a.v. je principe heb je dan zelf vaak op de hals gehaald, want je weet vooruit dat ze anders denken dan jij." Tot zover deze briefschrijfster.

Achteraf . . .

We hoeven niet te zeggen hoe dankbaar we de schrijfster zijn voor haar brieven. Wat een moeilijke tijd heeft zij achter de rug. Maar wat kunnen zulke ervaringen je ook rijker maken! Het blijft een probleem: mag je in een neutrale inrichting werken? Achteraf is

de schrijfster geneigd om er „nee" op te zeggen. Achteraf! Maar nu ze er gewerkt heeft zijn er toch enkelen in contact gekomen met de Bijbel. En wie weet waar dat toe leidt. En als ze er niet gewerkt had zou ze zelf niet weten wat het inhoudt: getuige van Christus te zijn. En dat geldt voor iedereen die in een „neutrale" omgeving komt en daar niet zwijgen kan over God in de hemel. Dan blijkt wat het geloof je waard is. Dan blijkt of je hart verbonden is aan God en Zijn dienst. Maar dan zal ook blijken dat God ons Zijn gunst geeft. Wat is dat rijk! Door zulke gebeurtenissen leer je — om het met Bijbelse woorden te zeggen — om de versmaadheid van Christus als een grotere rijkdom te zien dan alles buiten Hem. En wie zou dat willen missen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 oktober 1966

Daniel | 16 Pagina's

LEZERS OVER HUN WERK

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 oktober 1966

Daniel | 16 Pagina's