Maatschappelijk werk
Causerie gehouden op do bondsdag van vrouwen-en meisjes verenigingen in Gouda.
4
Vorige keer heb ik verteld dat er een vrouw bij mij kwam, die erg nerveus was en die schulden had gemaakt. Ze had tegen de leverancier gezegd dat ze zou betalen met de kinderbijslag.
Haar man was veehandelaar en ik weet niet, of U het weet, maar de veehandel gebeurt meestal in café's en deze man — de transacties gebeurden onder een glaasje —, kon daar niet tegen en gebruikte dan altijd te veel. Dit kostte veel geld. Het inkomen was dus daardoor lager dan het moest zijn. Hij had schuld gemaakt in een café en had die schuld betaald met de kinderbijslag. Het mooie was, dat deze vrouw toch hield van haar man, want zij zei o.a. dat hij er altijd zo'n spijt van heeft en hij wil graag anders, maar telkens vergeet hij zich zelf weer en dan is het te laat.
Ik vroeg haar, of zij wel eens gehoerd had van het feit, dat daar medicijnen voor waren. Nee, daar had zij nog nooit van gehoord. Haar familie wist van dit alles niets en ook de dokter niet. Want die man, wat hij ook dronk, men kon het niet zo aan hem zien. Dus zij had er nooit met iemand over gesproken, maar toen zij hoorde van die medicijnen, die er voor waren, veerde zij op. Zou dat iets voor mijn man zijn? Ik heb haar gezegd, dat, als haar man wil, het zeker iets voor hem is, maar dit moet dan besproken worden met de dokter, want niet iedereen kan die medicijnen verdragen. Als men echter regelmatig tabletten inneemt, dan mag men niet drinken, want dan is liet gevaarlijk. De vrouw zei, dat zij direkt naar huis zou gaan en met haar man hierover praten. En ik beloofde, dat ik die avond zou komen om met ons drieën te praten. Het bleek, dat die man het heel erg vond, maar dat hij steeds weer in die fout viel. Iiij wilde direct die medicijnen gaan innemen. Hij heeft dus beloofd, dat hij naar de dokter zou gaan. Ik heb die dokter wel verteld, wat er aan de hand was, maar de man ging zelf. Ons werk richt zich er namelijk op om te trachten de mensen zelf uit hun moeilijkheden te laten komen.
Inderdaad is de man naar de dokter gegaan. Hij heeft medicijnen gebruikt, is zelfs een week daarvoor in liet ziekenhuis opgenomen geweest. Hij kon het gelukkig verdragen.
Na afloop heb ik hem nog enige malen bezocht. Dat beroep van veehandelaar had hij en dat vond ik ergens naar, want de verleiding bleef zo groot. Dat vond hij zelf ook. Na diverse gesprekken zei hij op een gegeven moment: „Mijn beroep is fout. Ik wordt steeds in de verleiding gebracht. Ik geloof, dat ik een andere werkkring zoek." Hij heeft dat inderdaad gedaan. Hij is naar een arbeidsbureau gegaan en heeft ander werk gekregen, bij een aannemer voor grondwerk en het leuke was, dat hij mij naderhand zei, dat hij de mensen, waarmede hij werkte, altijd aanraadde: drink nooit één glaasje, want als je er één neemt, zullen er meer volgen en dan vertel ik erbij, hoe ik geweest ben. De schulden, die er waren, ach, een gesprek met de leverancier maakte wel, dat hij wachten wilde op cle volgende kinderbij -
slag of op een nog volgende kinderbijslag. Die nam daar wel genoegen mee. Dus die zorgen waren gelukkig ook verminderd. Ik heb het altijd fijn gevonden, dat deze man er af was, want het gebeurt veelal, dat de mensen er niet af willen en dan helpen die tabletten ook niet, want die nemen zij eenvoudig niet in.
In de steden zijn bureaus voor alcoholisme. Als het derhalve in de stad geweest zou zijn, dan zou ik clirekt geadviseerd hebben om te gaan praten met de maatsch. werkster, verbonden aan dat bureau.
In Gorinchem hebben wij een beschuttende werkplaats voor lichamelijk gehandicapten en één voor geestelijk gehandicapten. Dit is heel mooi werk. Dit werk heeft niet iedere maatsch. werkster, maar omdat die werkplaatsen in mijn gemeente liggen, heb ik dit erbij.
Het kan voorkomen, dat een dokter opbelt en vertelt, dat één zijner patiënten bijv. een hartinfarct heeft gehad. De man was grondwerker en kan en mag zijn werk in de toekomst niet meer doen. Deze man is 5ö jaar, dus nog vrij jong. Hij loopt al maanden thuis. Dit is onhoudbaar, niet alleen voor de man, die maar doelloos loopt. Hij heeft geen financiële zorgen, want een uitkering krijgt hij wel maar hij loopt maar, en doet niets. Zijn vorige collega's ziet hij gaan. Die werken en verdienen zelf.
Voor zijn vrouw is het moeilijk, want altijd een pottenkijker thuis valt heus niet mee. Dus de dokter belt en zegt, dat het voor de man nodig is, dat hij gaat werken en vraagt of hij geen werk in een beschutte omgeving kan verkrijgen. Kan hij niet op een beschuttende werkplaats komen?
Dan wordt de man bezocht. Ik 1 can mij voorstellen, dat hij de eerste keer zegt: „Nee, daar voel ik niets voor. Dat is het laatste. Daar ga ik niet naar toe." Maar na een paar gesprekken, probeer ik altijd hem mee te krijgen, zodat hij de werkplaats eens ziet, en ja, uiteindelijk, ja. De dokter helpt ook mee en dan besluit de man om het eens te proberen. En dat proberen — meestentijds, als ik na een week op die werkplaats kom, hoor ik: „Haci ik het maar maanden eerder gedaan. Ik heb dit niet geweten."
Zo is het ook op de werkplaats voor geestelijk gehandicapten. Wij hebben in onze omgeving van Gorinchem gelukkig, sinds ruim een jaar, een werkplaats voor geestelijk gehandicapten.
Tot dat tijdstip waren dc jongens en meisjes, die van de b.l.o. school afgingen en niet in het vrije bedrijf konden werken, thuis. Vader en moeder wisten niet precies waarmede zij hun jongen of meisje bezig moesten houden en toen cle werkplaats kwam (wij wisten via de b.l.o. school wie er waren) werden cle ouders bezocht. Dezen voelden er veel voor. Dit is ook heel mooi werk. Ik bezoek ook die werkplaats regelmatig en dan ontroer ik altijd. Ik ben er ook wel eens geweest tijdens een pauze. Zij zaten met elkaar koffie of thee te drinken en waren allemaal blij. Zij willen allemaal laten zien, wat zij doen, want zij zijn bezig. Ze werken en leveren productief werk en dan donderdags krijgen zij zo'n zakje — een loonzakje — daar zit geld in. Daar kennen zij de waarde niet van. Zij weten zelfs niet, wat erin zit, Eén jongen bijv., die vindt geld alleen maar guldens, kwartjes en dubbeltjes. In zijn zakje zitten alleen maar munten. Een tientje, een papiertje, daar beseft hij de waarde niet van.
Als er moeilijkheden zijn, dan wordt do maatsch. werkster ingeschakeld om te bezien of er soms thuis moeilijkheden zijn, of het werk niet geschikt is. De maatsch. werkster wordt ingeschakeld om als tussenpersoon te zijn tussen de werkplaats, de ouders en het kind, dat de werkplaats bezoekt.
Verder zijn er zoveel omstandigheden, op allerlei terrein, dat merkt U misschien wel uit mijn praten. Ik denk nu aan de bejaarden.
Ach, als een echtpaar 70 jaar is en zij kunnen zich redden, dan zeggen zij: Naar een tehuis, dat nooit, hoor! Ik kan het me ook ei'gens voorstellen. Als je je werk nog kunt doen en dan naar een kamer van bijv. 3 bij 4 meter of iets groter, dat valt niet mee. Ja, maar als er dan eens iets gebeurt, dat U uw werk niet meer kunt doen. V/at dan? Ach, dan zal er wel voor ons gezorgd worden. Maar de moeilijkheden worden dan zo groot. Als men niet meer werken kan, dan kan men de eerste tijd nog via een bejaardenhelpster geholpen worden. Maar als de vrouw helemaal hulpbehoevend wordt, dan is dat gezinnetje daar niet meer mee gebaat. Helaas in deze tijd tref je het vaak, dat de kinderen de zorg niet meer op zich kunnen of willen nemen en dan ligt daar die vrouw. Naar een tehuis: dan moet de vrouw naar een tehuis, waar zieken verpleegd worden en de man naar een ander tehuis. Dat kan toch niet.
Wordt vervolgd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 oktober 1966
Daniel | 15 Pagina's