BIJBELLEZEN
Telkens als men zich zet om te lezen, moet men zich stellen voor het aangezicht van de Heere en zich brengen in een eerbiedige gestalte van het hart, met een indruk, dat de Heere zal spreken. Dan moet men zijn hart tot de Heere verheffen, biddende om de Geest, door welke het Woord geschreven is, opdat die ook de waarheid in het Woord doet zien en op ons hart brengt. Daarbij is nodig het hart met opmerkzaamheid te neigen tot gehoorzaamheid om te geloven, zich te vertroosten en te gehoorzamen alles wat de Heere zal voorstellen, beloven en bevelen.
Onder het lezen is nodig bedaardheid en aandacht. Het is beter minder te lezen dan dat men haaste om een gedeelte af te krijgen.
De nabetrachting bestaat in het blij te danken dat de Heere het Woord heeft laten beschrijven en dat men het in zijn huis heeft om het te lezen. Men moet zorgvuldig de goede gestalte die men door het lezen bekomen heeft, bewaren en onder zijn werk over het gelezene nadenken en met zijn gedachten daaromtrent bezig zijn. In het bijzonder moet men trachten het gelezene na te volgen en in praktijk te brengen. Als men aldus cle Heilige Schrift gebruikte, zou men een bijzondere voortgang maken in de kennis van God, kinderen zouden ras jongelingen worden en jongelingen mannen worden in Christus Jezus.
(Uit: „Redelijke godsdienst" van W. a Brakel, Uitg. Pieters, Oostburg)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 september 1966
Daniel | 16 Pagina's