LEZERS OVER HUN WERK
Wij, jongeren
„Mijn werk (kantoor) werd reeds in deze rubriek ter sprake gebracht, al is het dan aan de hand van iemand anders' brief, " zo schrijft een lezer. „Toch wil ik graag op enkele vragen beknopt ingaan, n.1. het gesprek op je werk over het geloof en mijn werk van nu als roeping." We willen deze lezer graag het woord geven. Het geeft niets dat we al eens over het werken op kantoor hebben gediscussieerd. Toen waren het trouwens twee meisjes, die ons geschreven hadden. De inbreng van een jongen kunnen we nog best gebruiken! Zeker op de puntige manier waarop deze lezer het doet.
Oud en jong op kantoor
„Zeg, nu moet je me niet kwalijk nemen", zegt m'n baas, „maar vaak ontmoet ik klanten die naar jouw kerk gaan, maar in hun aangifte Inkomstenbelasting b.v. zijn het compleet schurken, ze bedriegen de boel dat.... enz." De baas heeft gelijk en gaat verder. „Steeds zijn de mensen, zelfs die beste kerkmensen, bezig om er een puinhoop van te maken". Het einde van z'n betoog was wel dit: Er is niet één mens die deugt of ooit gedeugd heeft. Eigenlijk allemaal deugnieten.
Na dit alles had ik met een bevestigend „ja" aan m'n werk kunnen gaan. Gelukkig weet de Hcere alle dingen en ik heb m'n baas toen gewoon geantwoord dat er nu juist Eén was geweest en is n.1. Christus, Die voor zulke verdorven zondaren mens werd. Eén Mens die „deugde". Mijn baas gaat niet naar de kerk, heeft zijn bijbel onder 't stof in de boekenkast, beweert dat het leven gaat tot aan de dood, toch moet ik hem op de levensvraag wijzen: leven tot Gods eer. Niet altijd even gemakkelijk, juist daarom misschien zo mooi en boeiend?
Mijn kantoorwerk wordt alleen gecompenseerd door jeugdwerk en hel lezen in en over de bijbel. Vaak ontmoet ik de laatste tijd mensen die als enig antwoord in het afvragen „je werk van nu als roeping? " in de geest van: zie hierin Gods leiding toch of wees niet zo ontevreden. De vraag vinden ze al vreemd! Ik weet: God heeft me op 't kantoor willen hebben en deze maatschappij heeft ook pennelikkers nodig. Maar wanneer er dan nu niet slechts „momentjes" maar in je jonge leven grotere waarden komen, is het zo erg moeilijk om je beklede kantoorstoel, je comfortabele bureau en de ontzettende witte papiertjes te aanvaarden. God moet ons toch arbeidsvreugde schenken. We kunnen dat onszelf niet geven. Wanneer we nu arbeidsvreugde missen, is dat niet een teken aan de wand?
Ik aanvaard mijn werk van nu.. nog.. In afwachting van. .
Ik weet en geloof dat wanneer God me (niet ik mezelf) roept tot dienstknechtje in Zijn dienst, Hij dat zal doen op duidelijke wijze.
Veel mensen hebben over de vraag „werk en roeping" nooit nagedacht. Ik ben kantoorbediende, timmerman, boer, ga maar door, is hun uitgang.spunt. Ik dacht ten onrechte."
Hier willen we de briefschrijver even onderbreken. Straks komt de tweede helft. Alvast hartelijk dank voor deze persoonlijke brief! Wat moeilijk, als je geen voldoening kunt vinden in je werk! Dat houd je geen jaren vol. Dan moet je, biddend, andere mogelijkheden onder ogen gaan zien. Ongebruikte talenten kunnen nog ontplooid worden. Maar zolang er geen uitzicht is, is het kantoorwerk je taak. Maar niet alleen het bureau, ook de baas hoort bij dat kan-
toor, en de anderen die er eventueel nog zijn! En het contact met hen vind je zelf mooi en boeiend. Zou je soms hierom op dat kantoor terechtgekomen zijn? Ilier mag je getuige zijn. Hier heb je kort en bondig het Evangelie gebracht. Hier wordt nu naar je hele gedrag gekeken. Als je nu een scheve schaats rijdt.... En dat bindt ons te meer aan Gods troon. Maar ook aan Zijn gemeente. Alleen....
Oud en jong in de kerk
Over de gemeente schrijft de lezer dan het volgende:
„Onze eigen gemeente heeft geen predikant. De kerkeraad zegt in zijn manier van handelen: Wat denkt die jongen toch wel? Natuurlijk, we moeten zo maar niets van onszelf denken. Maar dan mogen jullie weten dat ik een grote dunk van God heb. Wanneer je je op voorzichtige toon uitlaat over de Christenreis die je bent begonnen, slaan ze soms zoveel uit handen. God voedt Zijn kerk op, laten we zo God aanvaarden. Hij heeft het gezegd: „Die Mij vroeg zoekt, zal Mij vroeg vinden". Een leven dat reeds in de jeugd God mocht vinden is een rijk leven. Een leven waarin de vraag: werk en roeping is gekomen is betekenisvol.
Leeftijdgenoten, koning David wist het: „Bij U is de fontein des levens in Uw licht zien wij het licht."
Zo eindigt deze brief. Via ons gesprek over werk en roeping zijn we zo bij het allerbelangrijkste in ons leven gekomen. En we zouden willen onderstrepen wat de brief zegt: „Een leven dat reeds in de jeugd God mocht vinden is een rijk leven!" Niets en niemand mag het woord verzwakken: „Die mij vroeg zoeken zullen mij vinden." Als je die tekst in Spreuken opzoekt (hoofdstuk 8), dan zie je dat daar de Wijsheid spreekt alsof zij een persoon was. Maar wij horen er Christus Zelf in. „Nu dan, kinderen, hoort naar Mij, " zegt Hij dan verder. „Want die Mij vindt, vindt het leven!" Wat indringend en vriendelijk kan Hij nodigen, juist ook ons, jongeren. En er staat geen „maar" achter. Wèl dit „maar": „Maar die tegen Mij zondigt, doet zijn ziel geweld aan". Heb maar een grote dunk van deze Christus. Dan ga je van jezelf steeds minder denken! En probeer dan zulke ouderen te verdragen. Er kan oprechte bezorgdheid bij hen zijn, dat jongeren dwaalwegen zullen inslaan. En die gedachte komt bij jezelf ook wel eens op. Is het wel Gods werk? Laten we dat dan aan God Zelf voorleggen. „Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart, en zie of bij mij een schadelijke weg is, en leid mij op de eeuwige weg!" Dan zal Hij onze Gids zijn op onze Christenreis.
Ja, in de Bijbel staat er iets over een „bijna-christen". Dan denken we aan koning Agrippa. Maar wat zegt Paulus tegen hem? Denk vooral niet dat je nu een echte Christen bent? Nee, hij wil hem juist bewegen een Christen te worden. En alle anderen ook. Met grote klem zegt hij: „Ik wenste wel van God dat èn bijna èn geheel, niet alleen gij, maar ook allen die mij heden horen, zodanig werden gelijk als ik ben". Als dit bij de ouderen van nu ook leeft, zullen meer jongeren aangemoedigd worden om de Christenreis te beginnen.
Dan zullen er zeker ook meer komen die op hun Christenreis tot „reisleider" geroepen worden. Wie tot dat ambt lust heeft, die begeert een voortreffelijk werk, zegt de Bijbel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 september 1966
Daniel | 16 Pagina's