Petrus gevangen en verlost (2)
(Hand. 12 : 1-19).
De vorige keer zagen wij de grijpende handen van koning Herodes, die de Apostel Petrus grepen en hem in de gevangenis zetten met de bedoeling hem na het Paasfeest ter dood te brengen.
We lezen in vers 5: „Petrus dan werd in de gevangenis bewaard." In dat woord „bewaard" ligt iets van ironie.
Hij werd goed bewaard door 16 soldaten. Want Petrus was voor Ilerodes een zeer kostbaar bezit. Hij wilde namelijk door zijn terechtstelling iets kopen, dat zo goed als onbetaalbaar is voor een vorst: populariteit.
Wanneer Lukas, de schrijver van de Handelingen, met nadruk schrijft, dat Petrus bewaard werd, heeft hij daarmee ook nog een ander doel. De lezers van dit verhaal moeten namelijk eerst voelen de onmogelijkheid der redding van aardse zijde gezien, om zo ook mee te kunnen voelen de kracht van het „maar" dat thans volgt: „maar van de gemeente werd een gedurig gebed tot God voor hem gedaan."
Dit „maar" houdt veel in. Het spreekt van liefde en van geloof.
Dit „maar" getuigt dus allereerst van liefde. De gemeente had Petrus immers vurig lief. Hij was hun herder en Ieraar, hun vader in Christus.
Petrus was gebonden met ijzeren banden, maar hij was ook nog gebonden met andere banden: Dat waren de banden, waarvan Groenewegen zong:
„Zoete banden, die mij binden, Aan des Heeren lieve volk."
Zo spreekt dit woordje „maar" van liefde; van de liefdebanden tussen de gemeente en Petrus. De gemeente hield de afwezige herder en leraar vast, met de uitgestrekte handen des gebeds. Zij kon, zij wilde hem niet missen.
Maar ook spreekt dit woordje „maar" van geloof.
Dit gebed van de gemeente was een daad des geloofs.
Hoe dan? Wel, het was een tijdlang zo goed gegaan.
Ondanks alle vijandschap en vervolging was er nog niet één van de Apostelen gevallen. Alle aanslagen tegen hen werden verijdeld. Zelfs toen de Apostelen Petrus en Johannes een keer gevangen waren gezet, had een engel hen bevrijd. Het Sanhedrin durfde toen niet verder te gaan dan alleen maar te dreigen. Het was dan ook geen wonder, dat de gemeente enigszins ingesluimerd was in haar gebed voor haar voorgangers. Het leek immers of de Apostelen onschendbaar waren en de Heere als een vurige muur rondom hen was.
En toen kwam opeens, als een bliksem uit een blauwe hemel de zwaardslag, die Jacobus neervelde.
Dus toch? Toch waren Jezus' eigen
Apostelen niet veilig? De Vorst des levens redde hen niet van de dood?
Onbeschrijfelijk is de ontzetting van de gemeente geweest, bij het horen van het bericht: Jacobus is onder benlshandcn gevallen!
En toen kwam de tweede, niet minder verbijsterende schok: Petrus in dezelfde handen! Die handen zouden hem niet sparen. Dat wist men door het bloed van jacobus.
En de handen van de Almachtige? Zouden zij nu Petrus bewaren, waar zij daar pas Jacobus hadden losgelaten en overgegeven aan de vijand?
En toch gaat de gemeente bidden! En daarom is dit gebed een daad des geloof s. Want een grond des gebeds is er in de zienlijke dingen niet. Want men heeft geen enkele grond, dat het met Petrus anders zou kunnen lopen dan met Jacobus. Maar het geloof „is een vaste grond der dingen, die men hoopt en een bewijs der zaken, die men niet ziet." Ook waar het geen belofte heeft. Zo was dit gebed een daad des geloofs. Een daad van het naakte geloof, dat g; een belofte heeft, een daad van het O 7 geloven in de nacht als alles tégen ons schijnt en er geen enkel lichtpuntje is. Zalig zulk een gebed des geloofs te mogen beoefenen. „Als hij in duisternis wandelt en geen licht heeft, dat hij dan betrouwe op de Naam des Ileeren en
steune op Zijn God." Zij bidden gedurig. Het geloof dwingt niet, maar het dringt, want weet, dat God in de weg des gebeds „overwon-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 28 augustus 1966
Daniel | 16 Pagina's