Maatschappelijke konsekwcnties
(3) . i
Nu heeft dit anders-zijn der gelovigen natuurlijk ook zn konsekwcnties voor het horizontale, intermenselijke vlak. Wie tot de dienst des Heeren bekeerd is en ook wie uiterlijk onder het beslag van het Woord Gods leeft, die zal in het dagelijks leven vaak niet mee kunnen gaan met de grote stroom. Ook daar zal hij vaak een isolementspositie moeten innemen. De Bijbelse normen voor de verschillende levensterreinen botsen nu eenmaal vaak met hetgeen de mens daarop voor recht houdt. Zo lezen we in de eerste brief van Petrus, dat het de heidenen bevreemdt dat de christenen aan hun uitspattingen niet meedoen, maar zich daarvan afzijdig houden (1 Petr. 4 : 4).
Vooral in deze tijd zal het dan ook vaak noodzakelijk zijn om tot eigen instellingen en organisaties te komen. Gelukkig heeft iemand als ds. G. II. Kersten liet belang daarvan duidelijk ingezien. Zo kwam men op het terrein van het onderwijs tot het stichten van eigen scholen en op politiek gebied tot de Staatkundig Gereformeerde Partij. De geringe omvang van het orthodox-gereformeerde volksdeel maakte echter dat dergelijke eigen verbanden lang niet altijd mogelijk waren.
Met opzet heb ik in de beide voorgaande alinea's nogal eens gebruik gemaaktvan het woord „vaak". Het is namelijk niet altijd nodig om anders te handelen dan de andere groepen in de samenleving. Het is niet altijd geboden om apart op te trekken. Dat is een gevolg van Gods algemene genade, waardoor degenen die de Wet van God niet hebben, uit zichzelf toch dingen doen die overeenkomstig die Wet zijn (Rom. 2 : 14, 15; Dordtse Leerregels III—IV art. 4). De (ethische) regels waar niet-christenen mee werken, kunnen dus samenvallen met die welke de Bijbel ons geeft. En waar dat zo is, bijvoorbeeld op het terrein van de medische hulpverlening, zal men gezamenlijk met hen kunnen optrekken.
Door het proces der ontkerstening wordt de invloed van het Christendom op de ethiek van de Westerse wereld echter steeds kleiner. Als gevolg daarvan zal het steeds minder voorkomen dat de normen van christenen en niet-christenen op een bepaald terrein grotendeels samenvallen. En derhalve zullen er voor een organisatorische samenwerking van die beiden ook minder mogelijkheden gaan overblijven.
Ondanks dit principieel kiezen voor een isolemcntshouding, ook op maatschappelijk gebied, zal men toch bereid moeten blijven om kritiek van buiten serieus te nemen, zal men toch bereid moeten blijven om de ander te leren kennen en zich in zijn denkwereld in te leven. Men zal de confrontatie met de ander niet uit de weg mogen gaan. Want anders komt men onherroepelijk terecht bij wat we dan de gesloten isolementshouding hebben genoemd.
De waarheid is vaak een smal pad, dat langs twee afgronden heen loopt. Zo is er ook hier enerzijds het gevaar van een verwereldlijking, anderzijds van een zelfgenoegzame isolering. Vraagt men nu welk gevaar het meest actueel is — en dat is dan ongetwijfeld een belangrijke vraag — dan ben ik beslist geneigd te stellen dat, vooral gezien de sterke nivellerende (gelijkmakende) lendenzen die in onze samenleving werkzaam zijn, het eerste gevaar het meest actueel is. Iji het verleden moge dat misschien anders geweest zijn, thans is het gevaar van nivellering, van verwereldlijking duidelijk het grootst. We dienen daar zeker rekening mee te houden.
(Slot volgt)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juli 1966
Daniel | 16 Pagina's