JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De koning der verschrikking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De koning der verschrikking.

5 minuten leestijd

I-Ict is opmerkelijk dat in de laatste jaren veel over de dood wordt geschreven, over de ellende en over de angst in het leven. Het zou een uitgebreid studieobjekt zijn om na te gaan hoe d.it komt. Bij al de welvaart en bij al de gemakken in het dagelijks leven, blijft één zaak onomstotelijk vaststaan, dat aan alles een einde komt: de mens gaat naar zijn eeuwig huis. Het paradijs hier op aarde schijnt benaderd te worden, als dit en dat er niet bestond: moord, hongersnoden, oorlog, gevaren op de weg, ongeneselijke ziekten en nog veel meer andere zaken, die een streep zetten door onze gewaande „zaligheid". Aan het leven van brood en spelen, van baden in wellust, van feesten en sportfestiviteiten, komt zo plotseling een einde. De dood loert aan alle kanten. In een bekend dagblad is al een rubriek geopend met de vreselijke „kop": de dood op de weg.

Met al deze dingen, die niet te ontlopen zijn, wil de moderne mens op een zachte manier afrekenen, door de doocl niet zo vreselijk voor te stellen. Prof. Buytendijk schrijft in „De moderne mens en zijn lectuur": „Wat de moderne naoorlogse mens, in tegenstelling tot de vorige generaties van een boek verlangt, is de onvoorwaardelijke oprechtheid en de deelname zonder reserve aan de ellende en de angsten van deze tijd." En op een andere plaats lezen wij: „Ik veronderstel dat een onderzoek zou aantonen, dat de moderne mensen minder treuren over het verlies van een familielid of een vriend. Ook de eigen dood wordt onderschat. Hij wordt een gebeurtenis, met een gelatenheid die aan cynisme (schaamteloosheid en ongevoeligheid) verwant is „genomen".

voeligheid) verwant is „genomen". Een volk, dat steeds verder van God en Zijn Woord gaat afleven, weet geen raad met de dood. De mensen, die nooit meer komen onder de bediening van het zuivere Woord, weten niet, dat wij in het leven moeten leren sterven aan onszelf en aan de zonden, om een nieuw leven deelachtig te worden, het eeuwige leven. Dat begint in de tijd en zal zijn vervulling krijgen, als de lichamelijke dood zijn intrek heeft genomen. Dan is de dood een doorgang tot het eeuwige leven.

Er zijn zoveel verwarde denkbeelden over de dood en alles wordt maar neergeschreven in boeken, die bestsellers worden, omdat de mens toch open blijft staan voor de vragen over het leven na d.e dood.

Harry Mulisch schrijft in: „Voer voor psychologen": „Plotseling haast onmerkbaar, begint er iets te bewegen om zijn mond, en meteen is er even een kleine trilling in zijn onderste ooglid. Een ontzaglijk drama is begonnen. Vervuld van afgrijzen wijk ik terug en fluister, dat dit het is, Anna, dit is het, dit is het. Ik weet het, ik weet het zoals ik nog nooit iets geweten heb. Als zijn hoofd begint te bewegen, langzaam, langzamer, begint te draaien op het kussen, vlieg ik tegen de muur aan het voeteneind van het bed, mijn gezicht overdekt met tranen zonder dat ik huil. Terwijl het hoofd rechtdraait, nog steeds met gesloten ogen, is er driemaal een tikkende beweging in zijn keel, en geleidelijk beginnen de lippen van zijn geopende mond naar binnen te krullen, als van een man die een besluit heeft genomen en zich nu in de kwelling begeeft... Als het hoofd stilligt, glijden zijn ogen open en kijken mij recht aan met een hel-

le, lichtblauwe blik, terwijl tw.ee tranen over zijn wangen glijden en zijn mond langzaam ontspant. Verwilderd kijk ik in de verblindende schachten van zijn dood. Niet doen, o god, niet doen, denk ik als Anna de ogen dichtdrukt en zijn hoofd klein wordt en veranderd in dat van een slapende."

In „Niet meer dan een ademtocht" schrijft Anne Philipe:

„Tot nu toe had ik me nooit geïnteresseerd voor de dood. Ik hield er geen rekening mee. Alleen het leven was van belang. De dood? Een rendez-vous dat niet te ontwijken is en eeuwig wordt gemist, omdat de aanwezigheid van de dóód onze afwezigheid betekent. Hij neemt zijn plaats in op het moment dat wij ophouden te zijn. Wij kunnen eerlijk van plan zijn hem tegemoet te gaan, maar is het ooit mogelijk hem te kennen, al was het maar voor het moment van een bliksemflits? "...

„Maar ik dacht aan de lotgevallen van anderen. Op ditzelfde tijdstip stierven er mensen, anderen doodden, echtparen reten elkaar het hart open, kinderen huilden van verlatenheid, mannen en vrouwen, uitgestrekt op hun bed, maakten de balans op van hun misère. Heel ver hier vandaan, in Indochina, lagen mensen in doodsstrijd of martelden elkaar. Wij zaten onbeweeglijk, overstroomd van geluk, onze armen om elkaar, onze hoofden dicht bijeen. Eén van ons zei: „Wij zullen proberen als we ooit ongelukkig worden om het elegant te doen." De ander zei: „Dat beloof ik je."

In „Trefpunt", jaargang '63-'G4 staat een gedicht, dat ons vlak bij de dood zet. Het is van Frank Meyland en heeft als opschrift „Het tuinhuisje".

Dc vreemde man met zijn glanzende zeis komt elke dag met afgemeten stappen zijn ronde doen, steeds weer dezelfde reis tussen plantsoenen en arduinen trappen,

dwars over 't hoog gazon, een lange arm bewegingloos langsheen zijn grauwe kleren,

de andere arrn gevouwen als een scherm omheen de lange zeis; een gaan en keren

tot aan het tuinhuis met de rozelaar waar wij destijds ons voor het onweer borgen.

Zo komt hij elke dag. Doods zeis hoeft maar

één zwaai te doen. Vandaag misschien. Of morgen?

Toen dominee Van Lodensteyn ging sterven, gingen zijn laatste gedachten uit naar zijn zieke gemeenteleden. Midden in de pijn was het hem of hij op rozen lag. „Is dat sterven? " vroeg hij. En toen hij op die vraag een bevestigend antwoord ontving, zei hij: „Zo zal ik zacht sterven. Ik gevoel niets, maar ik weet, dat in de Heere Jezus Christus de volheid van genade is en ik leg mij neder op het Zoutverbond, dat onveranderlijk is... Ik ben. zeer volvan gedachten."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juli 1966

Daniel | 16 Pagina's

De koning der verschrikking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juli 1966

Daniel | 16 Pagina's