Schrift overdenking
Wat dankt u van de Christus ? (Matth. 22 : 42a)
Indien u enig ontzag of enige eerbied hebt voor de stem van de Zoon van God, die in deze tekst tot u spreekt, dan is de toepassing daarvan al begonnen, vóór de woorden ervan zijn verklaard. Indien de Heere Zelf de tekst voor u zou openen en die aan u zou toepassen, dan zou u daarin meer zien, dan ik u ervan kan zeggen. Weet, mijne vrienden, dat wij hier meer hebben dan enkel een tekst. U kunt hem niet lezen, zonder dat deze hoogst gewichtige vraag aan u gedaan wordt: „Wat dunkt u van de Christus? " en u zult plechtig voor God moeten antwoorden. Als u de tekst beschouwt als de vraag van Christus aan u, clan is uw belang daarin zeer groot, want het is niet alleen de vraag, maar zoals Christus haar aan de Farizeën stelde, zo is het, wanneer u die in Zijn Woord leest, ook Zijn vraag aan 11.
U hebt veel gelegenheid 0111 van Christus te horen en te lezen, maar nu komt de vraag tot u: Wat dunkt u van de Christus, van Wie u zoveel hoort en leest? Hoe meer sommige mensen van Christus vernemen, hoe minder zij van Hem denken; gelijk het ging met Israël, toen het manna overvloedig rondom hun tenten regende; zij waardeerden het maar weinig. Maar wee u, die zoveel van Christus hoort en nochtans weinig of niets van Hem denkt, want indien iemand de Heere Jezus Christus niet lief heeft, dat is, zo iemand Hem niet hoogacht, die zij een vervloeking. Maranatha. Indien u dan uzelf recht beproeven wilt, zo is er geen kortere, of meer wezenlijke vraag in de gehele bijbel, waaraan gij u toetsen kunt dan deze: „Wat dunkt u van de Christus? " Salomo zegt van de mens, dat „gelijk hij in zijn ziel denkt, zo is hij". Daarmee wil hij zeggen dat de staat van de mens af te meten is naar de gedachte van zijn ziel. Zo is het ook hier. Zoals u in uw ziel van Christus denkt, zo bent u en zo is uw staat voor God. Indien u hoge en betamelijke gedachten van Christus hebt, dan bent u een begenadigd mens, maar indien u lage en onbetamelijke gedachten van Hem hebt, dan bent u een onbegenadigd mens.
Beproef u dan bij de vraag: „Wat dunkt u van de Christus? " en denk eraan, dat deze beproeving zeer nauwgezet moet zijn, want alleen God kan daarvan getuige zijn en Hij zal er ook over oordelen. De mensen kunnen u alleen beoordelen naar uw woorden en werken, en u kunt hen daarmee bedriegen, doch hier wordt u geroepen om uzelf te beproeven voor die God, Die harten en nieren proeft en Die ook uw gedachten kent en weet, wat u van Christus denkt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juli 1966
Daniel | 16 Pagina's