Samenleven met andersdenkenden
ii.
Noodzakelijk isolement
Nu spreekt de Schrift echter ook dikwijls van een isolement terwille van de dienst aan God, van een zich afscheiden van de wereld, van het vreemdelingschap van Gods kerk hier op aarde. Wie ook maar een beetje in de Bijbel thuis is, weet daarvan. Zo lezen we dat Jozua tot het volk Israël zegt — voor het geval dat ze, ondanks zijn oproep om de Heere te dienen, toch de afgoden zullen gaan navolgen — „maar aangaande mij en mijn huis, wij zullen de Heere dienen" (Joz. 24 : 15b). Het huis van Jozua zal dan dus niet meedoen met de afgodendienst, maar zal zich genoodzaakt zien om zich van het volk af te scheiden, om apart te gaan staan. Dit anders-zijn van de gelovigen vloeit voort uit het feit dat zij ten volle overtuigd zijn van het exclusieve (al het andere uitsluitende) karakter van de in de Heilige Schrift geopenbaarde waarheden. In de weg van bekering en geloof hebben zij die leren verstaan en liefkrijgen. Alleen dat is voor hen de leer „die naar de Godzaligheid is", waaraan zij hun leven lang willen vasthouden. Zij mogen noch kunnen die op één lijn stellen met allerlei andere opvattingen over de waarheid, of die nu in christelijke termen verpakt zijn of niet. Daarom kunnen ze ook niet samenwerken of samengaan met hen die deze leer openlijk of bedekt verwerpen, maar moeten ze in hun isolementspositie volharden. Voor hen geldt: n het isolement ligt onze kracht. Zo is het te begrijpen dat Prof. Dr. K. Schilder eens schreef, dat de kracht van de Gereformeerde Gemeenten — en daarbij doelde hij dan wel speciaal op de gemeente in zijn woonplaats Kampen — daarin gelegen was, dat ze zich bewust waren van hun eigen boodschap en hun weg niet door anderen lieten bepalen x ). Want alleen door te blijven bij de schriftuurlijk-bevindelijke leer en met allen — ook buiten het kerkverband — die daaraan vast willen houden, daarvoor te strijden en daarvan te getuigen, kan men aan zijn roeping getrouw zijn. En dan gaat daar — zo God het zegent — ook voor buitenstaanders nog kracht vanuit.
Ter onderscheiding van de eerder besproken vorm van isolement, zou men deze Bijbelse houding kunnen aanduiden als een betrekkelijke of een open isolementshouding, terwijl de term radicale of gesloten isolementshouding dan overblijft ter typering van de eerstgenoemde opvatting, die dus verwerpelijk bleek te zijn. Aan deze twee benamingen moet men verder niet te veel betekenis hechten, het zijn maar hulpmiddelen en als iemand een betere omschrijving wil invoeren, vind ik het best. Het verschil tussen deze beide houdingen kan ik wellicht nog iets duidelijker maken aan de hand van de volgende
vergelijking. Een isolementspositie heeft overeenkomst met het wonen op een eiland (insula — eiland), waardoor men dus afgezonderd is van de anderen en er duidelijk aan herinnerd wordt, dat men anders is dan de rest. Maar bij een gesloten isolementshouding zijn nu ook alle luiken dicht, alle bruggen opgehaald, alle veerdiensten gestaakt en alle telefoonkabels doorgesneden. Er is dan nagenoeg geen geestelijk kontakt meer met de overkant, men heeft alleen nog maar een caricatuurbeeld van de ander. Men schuwt de „Samaritanen" en gaat niet met hen om. Bij een open isolementshouding daarentegen staan de luiken open, zijn de bruggen, veerdiensten en telefoonverbindingen intact — al blijft douanecontrole op het in-en uitgaande verkeer natuurlijk wel noodzakelijk — omdat men terwille van de verkondiging van het Evangelie, het kontakt met de overkant niet wil verliezen. Men beseft dat men de naaste niet aan zijn lot mag overlaten, maar dat men voor hem verantwoordelijkheid draagt.
In het Handboek ten dienste van de (vrijgemaakt) Gereformeerde Kerken voor 1951. „Ze leven nog, ze offeren, ze groeien. ( ) Hoe het komt? Ik geloof: Ze waren wat. Ze hadden wat. Ze gingen hun gang. En lieten niet door vreemden hun weg bepalen." (pag. 175).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 juli 1966
Daniel | 16 Pagina's