JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Zending van de Broedergemeente

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zending van de Broedergemeente

5 minuten leestijd

De eerste doop op Groenlands grond. Wat zal het worden in Suriname?

Was de bekering van Kajarnak wel echt? Was zij niet als een morgenwolk en als een vroegkomende dauw, die henengaat? Dat zou in de toekomst moeten blijken en de vruchten zouden het wel uitmaken.

De Eskimo's waren verder getrokken en Kajarnak was meegegaan. Al eerder dan de zendelingen hadden verwacht, kwamen zij weer terug. En wat bleek toen? Kajarnak had nog veel onthouden van hetgeen hij toen had gehoord. Luister maar naar wat de Broeders schrijven naar Herrnhut: , , De meesten hebben geen oren om te horen, bij Kajarnak echter zien wij steeds meer dat hij een haak in het hart heeft gekregen, waarvan hij wel niet zal loskomen."

De bekeerde Eskimo wilde niet meer van de Broeders weggaan. Naast de tenten van de zendelingen sloeg hij zijn eigen tent op, om maar voortdurend in hun nabijheid tc kunnen zijn. Zijn familie en vrienden probeerde hij ook over te halen om daar te gaan wonen en op deze manier ontstond er een kleine nederzetting.

De Broeders vonden dat goed en zij deden hun best om dit volk verder te onderwijzen. Het viel niet mee om zich duidelijk in de taal van dat volk uit te drukken. Soms hadden zij geen woorden om precies weer te geven wat hun op liet hart lag. Maar wat gebeurde er dan? Kajarnak, die aan de lippen van de zendelingen hing en er met zijn hart bij was, wist wat de Broeders wilden zeggen. Dan viel hij de predikers in de rede en sprak tot zijn volk wat de zendelingen niet konden uiten. Zo werd hij een ware medewerker in het Koninkrijk Gods.

Toen de winter kwam, gingen de meeste Eskimo's op de rendierenjacht, maar Kajarnak en zijn vrienden bleven bij de Broeders, om steeds meer onderricht te worden in dc leer, die naar de godzaligheid leidt.

Op Pasen had er een bijzondere plechtigheid plaats. Na een korte predikatie, die één van de Broeders hield, trad Kajarnak naar voren om gedoopt te worden. Hij knielde neer en de zendeling doopte hem in de Naam van een drieënig God. Hij ontving bij die doop de naam van Samuël. Vervolgens werd zijn vrouw gedoopt en toen de kinderen. Het was een ontroerend ogenblik voor hen, die getuige waren van de eerste doop op Groenland. Maar niet minder was het een gewichtige dag voor Kajarnak en zijn gezin. Zij waren de eerstelingen van het barre eiland.

In een brief, die de Broeders naar Herrnhut schreven, lezen wij: „Onder deze handeling merkte men een machtige genade, niet alleen bij de dopelingen, die hun tranen rijkelijk lieten vloeien, maar ook bij de toeschouwers, die wensten deze genade eveneens deelachtig tc worden."

In Herrnhut zat men ondertussen niet

stil. In diezelfde tijd werden ook zendelingen naar Suriname uitgezonden. Langs de grote rivieren zwierven daar de Indianen rond als nomaden. Op de plantages van de Hollanders werden de negerslaven vertrapt. Deze arme mensen, die zonder God in de wereld leefden, wilde men bekend maken met de weg, die naar de godzaligheid leidt.

Eerst zond men drie verkenners uit; het waren ongetrouwde Broeders, te weten Georg Piesch, Georg Berwig en Heinrich von Larisch. Zij hadden de opdracht gekregen om bij de gewone arbeid te onderzoeken „of er onder de Wilden (Indianen) en Moren (Negerslaven) iets voor de Heiland te winnen was."

Na een week of zeven stierf Von Larisch aan de koorts. De andere twee, die ook al door dezelfde ziekte waren aangetast, verloren de moed om langer te blijven en keerden naar Herrnhut terug.

Zo was er van de eerste poging niets terecht gekomen. Maar twee jaren later zond Herrnhut opnieuw een paar Broeders naar Suriname. De goeverneur voelde niets voor hun overkomst en weigerde een vestigingsvergunning uit te reiken. De Broeders lieten het niet bij die eerste aanvraag, maar ondernamen een nieuwe poging bij het goevernement. Dit gelukte. Zij werden aangesteld als slavenopzichter, elk op een plantage. Het werd voor de beide Broeders een verschrikkelijke tijd. Dit weten we maar al te goed uit de brieven, die bewaard zijn. Daarin lezen wij: „De blanken zijn nog slechter dan de heidenen: zij bestelen ons waar zij maar kunnen en dan beweren zij, dat de negers het gedaan hebben. Zij kunnen ons niet uitstaan, omdat wij niet één lijn met hen willen trekken. Zij doen niets dan vloeken, eten, drinken en hoererij plegen."

In een andere brief horen wij de klacht: „De 23ste juli is mijn vrouw gestorven; ze is maar acht dagen ziek geweest. Ik zelf heb elf weken ziek gelegen aan. dysenterie.

Wij waren van plan naar Herrnhut terug te keren, omdat wij gezien hebben dat wij hier ons doel niet kunnen bereiken." Nog geen twee jaar konden zij het volhouden. Zij keerden ontmoedigd naar Herrnhut terug.

En toch, niettegenstaande de vele tegenslagen, lieten de Ilerrnhutters niet af om nieuwe pogingen in het werk te stellen om de Indianen en de negers voor Christus te winnen!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 juli 1966

Daniel | 16 Pagina's

Zending van de Broedergemeente

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 juli 1966

Daniel | 16 Pagina's