LEZERS OVER HUN WERK
Wij, jongeren
Zoals jullie je wel zult herinneren hebben we de vorige keer twee brieven laten lezen over het werk van verpleegster. Maar we konden jullie toen niet alles laten lezen, omdat het dan te uitgebreid zou worden. Wat de beide verpleegsters schreven over de omgang met de collega's e.d. moesten we even laten rusten, maar dat zullen we ze dan nu laten vertellen.
Weinig moeilijkheden
„Nu iets over de collega's: Het samen werken en leven met meisjes die meestal van een andere kerk of buitenkerkelijk zijn. We zijn bijna allemaal intern en wonen met z'n tweeën, drieën of vieren op een kamer. Dus ben je erg op elkaar aangewezen. Ik mag ook hier zeggen dat dit heel fijn is en maar heel weinig moeilijkheden geeft, dat we soms heel fijne gesprekken met elkaar hebben over geloof en geloven, heel diep ook. En dikwijls juist met de collega's die van een andere kerk zijn, of buitenkerkelijk.
Het is niet zo moeilijk om te praten over de verschillen die er zijn in de kerken e.d. Het is moeilijker maar ook veel mooier en rijker om te praten over wat je gelooft en hoopt. Ook dit gaat niet vanzelf, maar is een bewuste daad.
Als laatste wil ik nog vertellen dat wij elke nieuwe werkdag beginnen met een ochtendwijding in onze kapel. Dit is vrijwillig en niet altijd even gemakkelijk, want je moet cr een half uur vroeger voor opstaan. Maar het is fijn om elke morgen te mogen beginnen in afhankelijkheid van God, vragende en verwachtende Zijn hulp en trouw."
En de andere verpleegster schrijft:
„Ten opzichte van je verpleegster-collega's is het meestal niet zo moeilijk. Als ze weten naar welke kerk je gaat, regelen zij dikwijls voor je wat wèl en niet mag, want dan zullen ze je niet vragen om mee te gaan, daar ze weten, dat je nee zult zeggen, als er iets is waar b.v. gedanst wordt of iets dergelijks. In gesprekken, die je met andersdenkende collega's voert, leer je de ander zijn opvattingen kennen, hoewel er altijd verschil van mening blijft bestaan. Je leert hierdoor echter zelf na te denken en krijgt een eigen mening. Ook krijgt men hierdoor respect voor eikaars opvattingen en respecteren dus meestal je collega's ook jouw geloof."
Veel teleurstellingen
Heel andere ervaringen heeft een verpleeghulp, die ons al veel eerder geschreven had. Omdat zij niet over het werk zelf vertelde hebben we deze brief tot nu bewaard. Vermoedelijk is de briefschrijfster ook wat ouder. Zij schrijft:
„Zeker sta ik hier als lid van de Ger. Gem. alleen, maar ook alleen als belijder van de oude, welbeproefde waarheid. De Heere Zelf heeft mij geleerd dat Zijn Woord dè Waarheid is. In een werkkring van onze eigen mensen heb ik een enkele maal over deze dingen gesproken. Maar de vijandschap en de jaloezie hebben mij daar bijna verteerd. De Heere gaf echter uitkomst: „Zij hebben Mij gehaat, ze zullen ook u haten." In het Tehuis waar ik nu werk is allerlei Godsdienst, maar de vijandschap die ik onder mijn eigen mensen heb ondervonden, is hier niet. Wel heeft één van ons personeel mij uitgevloekt bij het horen noemen van mijn Godsdienst. Hij walgde ervan. Christelijke mensen konden zo gemeen zijn als de pest, beweerde hij. Toch spreek ik hier ner-
gens over in het openbaar. Rustig doe ik mijn werk. En als ik het verdriet niet aankan, zoek ik een eenzaam plekje op en stort daar mijn hart uit voor de Heere.
Zo heeft het leven en de mens mij veel teleurstelling doen ondervinden, " zegt de briefschrijfster verderop. „Toch heb ik nog plezier in het werken. Toch ken ik arbeidsvreugde! Omdat ik in de eerste plaats werk voor de Heere! O, dat ik dan de goede strijd mocht strijden, zolang ik hier op aarde moet blijven en dat de Hemelse Bruidegom mij bereid wilde maken voor Hij komt! En mèt mij alle jongeren!"
Wat een heel andere contacten heeft deze laatste verpleegster meegemaakt! Het kan inderdaad zó verschillen in welk tehuis je bent. En ook speelt de samenstelling van de groep een grote rol. In het éne geval is er wel gesprek mogelijk en word je geaccepteerd, terwijl in een andere omgeving alleen maar vijandschap blijkt te zijn. Zo'n groep collega's steekt elkaar ook vaak aan. Als er enkele tussen zitten die zelf de boventoon willen voeren, clan trappen ze alles van de ander naar beneden. Vooral als iemand toch al opvalt doordat hij anders is dan de anderen. Maar ook in zo'n moeilijke situatie hebben wij een taak die we zelf misschien niet zien. Ook al tonen ze haat — ze kijken naar je hoe jij nu reageert als christen. Als je dat ineens zo ziet is het — ondanks je alleen zijn — toch mooi om zo christen te zijn in deze wereld. En dan zijn er waarschijnlijk ook nog wel andere contacten, andere mensen waar je wel gewoon mee kunt praten. En ook zij kruisen niet voor niets onze weg. Laten wij voor hen openstaan. Misschien zullen zij clan ook voor ons openstaan en zo ook voor het geloof dat wij belijden.
De zondag
De laatste briefschrijfster vertelt ook nog iets over de zondag. „Als ik 's zondags vrij ben, is het voor mij een grote tegenstelling (nl. met het doordeweekse werk). Als ik niet naar huis of uit ben, trek ik mij terug in de stilte van mijn kamer. Dan kan ik twee maal naar de kerk en zodoende is er dan maar weinig tijd meer over om stilletjes bezig te
zijn in de dingen van Boven. Op mijn vrije zondag kan ik dus leven zoals de Heere het van mij vraagt (uiterlijk dan). Als ik niet vrij ben, maak ik gewoon acht uren en heb ik daarna gelegenheid om naar de kerk te gaan. Dan is die dag voor mij net eender als in de week".
Daartegenover staat wat de eerste briefschrijfster over de zondagsviering in haar ziekenhuis vertelt. „Ik moet ook nog iets schrijven over de zondag in ons huis. jullie zullen wel gemerkt hebben dat ik in een christelijk ziekenhuis werk. De zondag is in ons huis daarom een belangrijke en bijzondere dag. Een dag waarop zoveel mogelijk rust en sfeer heerst, een sfeer die ik altijd heel bijzonder heb gevonden. Je voelt dan dat wij als mensen, collega's en patiënten bij elkaar horen, elkaar mogen helpen, en met en voor elkaar zijn. Er wordt gezongen door patiënten en zusters bij orgel of piano, de patiënten die niet uit bed mogen, zingen vanuit het bed mee. En er is elke zondag een kerkdienst in de kapel van het huis waar de patiënten die willen heengaan. Zij die niet kunnen, kunnen de kerkdienst via hun radio op bed meemaken. Wat door de meeste patiënten bijzonder op prijs wordt gesteld. Zo zie je dat in een huis waar heel veel geleden wordt en heel veel verdriet is, ook vreugde, blijdschap en echt medeleven is."
Zo zien wij de voordelen van het werken in een christelijk ziekenhuis. Het blijkt wel dat de zondag daar in elk geval anders gevierd wordt dan in een neutraal ziekenhuis. Iedereen kan die dag het Woord horen. Het is alleen erg jammer dat de prediking zelf er meestal tegenvalt. En ook voelen wij vaak bezwaren tegen de manier waarop de ziekenhuispredikanten de patiënten benaderen. Iloe moet daarbij nu je houding zijn? Kunnen we hier nog iets doen? Misschien wil iemand nog eens schrijven wat zijn of haar gedachten daarover zijn.
Nog iets
Tenslotte willen we nog even één van de beide eerste verpleegsters over iets anders het woord geven. Het is iets waar je niet zo gauw bij stil staat, maar wel heel belangrijk. Zij schrijft:
„Wel is het erg jammer dat er in onze gemeenten zo weinig aandacht aan leerlingverpleegsters, die pas begonnen zijn, gegeven wordt. Immers, de meesten zijn ver van huis en hebben vooral in het begin nogal eens iemand nodig om eens mee te praten. Geregeld huisbezoek wordt in de meeste plaatsen niet gedaan, omdat de meesten dooplid zijn. Dikwijls is het door verschillende dienten niet mogelijk om geregeld naar de kerk of catechisatie te gaan, zodat er een grote mogelijkheid bestaat dat iemand van de kerk vervreemdt, omdat zij niet goed opgevangen werd in haar nieuwe gemeente."
We kunnen ons goed voorstellen dat dit gevaar dreigt. We hopen dat ambtsdragers maar ook gemeenteleden hier erg in zullen hebben. Want juist als je dit moeilijke werk doet heb je geestelijke leiding dubbel nodig.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 juli 1966
Daniel | 16 Pagina's