JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De achtste jaarvergadering van het Landelijk Verband van Knapen- en jongemeisjesverenigingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De achtste jaarvergadering van het Landelijk Verband van Knapen- en jongemeisjesverenigingen

8 minuten leestijd

Het was op 31 mei j.1. een grote drukte in Barneveld, waar we rnet ongeveer 700 leden van onze verenigingen, met leidsters en leiders en andere belangstellenden, in het (oude) kerkgebouw aan de Nairacstraat samenkwamen. Ds. Verhoef en een deel van de k.erkeraad waren de gehele dag tegenwoordig en gaven ook op die wijze uitdrukking aan hun gastvrijheid en belangstelling.

Woord en Geest

Na het zingen van Psalm 84 : 1 en 2 las onze voorzitter, Ds. Elshout, Psalm 111.

In zijn openingswoord, dat hij na het gebed uitsprak, wees hij er op dat het eigenlijke do.el van de verenigingen is: stil te staan bij de Boodschap van Gods Woord.

Tijdens zijn verblijf in Nigeria in februari j.1. had hij velen gezien, jong en oud, die een stukje hout als god vereren en daarvoor bidden. Die mensen missen de kennis van God omdat ze Gods Woord missen. Zij weten niet van de mogelijkheid om met God in contact te komen, om Hem te leren kennen zoals een kind zijn vader kent of met Hem omgang te hebben als met een vriend, zoals Abraham.

Wij mogen Gods Woord wel hebben, wij weten, dat de Heere Jezus gekomen is, dat hij geleden heeft en gestorven is, maar ook opgestaan is en nu aan de rechterhand van Zijn Vader zit. Maar wij weten ook, dat de Heilige Geest gekomen is, die Geest, die overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel, maar die ook gekomen is om Christus te verheerlijken.

De Heere wil het onderzoek van Zijn Woord zegenen. Maar alleen een kennis van dat Woord is niet voldoende. Daarbij is nodig de werking en inwoning van Gods Geest. Dat mogen we nooit los van elkaar maken, want dan zijn we fout.

Als de voorgelezen Psalm spreekt van de vreze des Heeren is dat geen angst, maar dan wordt daar bedoeld een rekening houden met en een vragen naar de Heere, een vragen: Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal?

Jaarverslag en telegram

Naar gewoonte wordt besloten aan Hare Majesteit d, e Koningin een telegram te zenden. Staande wordt dan gezongen „Wilhelmus van Nassouwe" en „Mijn Schildt ende betrouwen".

Het jaarverslag vermeldt vervolgens een en ander uit het verenigingsleven.

„Vader, ik heb gezondigd" - „Vader, ik dien u".

Dan krijgt Ds. Schipaanboord het woord. Hij leest eerst de bekende gelijkenis uit Lucas 15 : 11 t/m 32.

De Heere Jezus leerde als machthebbende en niet als de Schriftgeleerden. Daarom ook kwamen velen tot Hem, die bij Farizeërs en Schriftgeleerden niet terecht konden: tollenaren en andere zondaren. Zijn Woord maakt zoveel indruk, dat de mannen, die uitgezonden waren om Hem te vangen, met lege handen terugkwamen bij hun opdrachtgevers.

Vaak sprak de Heere Jezus door gelijkenissen. Zo ook hier.

Twee jongens werken bij vader op cle boerderij. De jongste is ontevreden: hij mag veel dingen niet doen, die hij nu juist zo graag wil en moet daarentegen vaak doen, waar hij geen zin in heeft. Hij ziet de liefde van zijn vader niet. Hij wil gaan reizen en vraagt zijn deel van de erfenis. Naar zijn vader wil hij niet luisteren. Hij wil weg, van de boerderij, van zijn vader en ... van de Bijbel, waarnaar hij altijd maar weer moet luisteren ... Hij gaat naar de bank om geld te wisselen en vertrekt, misschien zelfs zonder behoorlijk afscheid te nemen.

Door zijn geld weet hij in het nieuwe land zich veel vrienden te maken, maar het zijn verkeerde vrienden. Maar hij wil genieten en de wereld dienen, zijn vader en de Bijbel vergeten. Zou hij nog wel eens aan zijn vader gedacht hebben?

Aan plezier en pretmaken komt toch nog gauw een eind, want zijn geld raakt op. En dan breekt er juist een hongersnood uit. De vroegere „vrienden" doen of ze hem niet kennen en slaan de deur voor zijn neus dicht als hij om hulp en eten vraagt. Maar hij kan toch niet terug gaan? Hij zal werk zoeken. Dat vindt hij tenslotte ook wel: hij wordt varkenshoeder en moet op onreine dieren passen. Als hij in zijn nood van het varkensvoer wil eten, krijgt hij daarvoor een geducht standje. Eerst als hij helemaal geen uitkomst meer ziet, breekt zijn trots en komt hij tot zichzelf. Dan pas denkt hij aan vroeger, aan thuis en aan zijn vader.

Zijn vader is hem niet vergeten: elke dag heeft hij voor zijn zoon gebeden en naar hem uitgezien. Als zijn zoon dan ook, berooid en armoedig, bij hem komt, krijgt deze niet eens de gelegenheid zijn schuld te belijden: zijn vader kust hem de mond dicht, want „Deze mijn zoon was dood en is weder levend geworden".

De oudste zoon is helemaal niet blij met het feest, dat aangericht wordt. Hij is ook ontevreden maar is bang ervoor uit te komen. Als hij maar gedurfd had, dan hacl hij net eender gedaan als zijn broer. Hij wil niet binnen komen. Als een knecht dat aan de vader verteld heeft, komt de vader naar buiten. De oudste zoon verwacht, dat zijn vader wel excuus zal maken, maar dat gebeurt niet. Hij vraagt hem ook binnen te komen en blij te zijn. Maar dat doet hij niet. Minachtend spreekt hij van „Uw zoon" in plaats van over „mijn broer". Hij wilde met zijn vrienden vrolijk zijn, niet met zijn vader.

Krachtens de zondeval zijn wij net eender als die oudste jongen. Ook in ons hart leeft: „Ik dien u". Alleen de Heilige Geest leert zeggen: „Ik heb gezondigd". Daarom moeten wij de Heilige Geest smeken om te leren ons leven in Gods dienst te besteden. Wij moeten in onze jeugd de Heere zoeken. „Die mij zoeken, zullen Mij vinden", heeft de Heere gezegd. Daarom hebben wij voortdurend te vragen: Leer mij naar Uw wil te hancVlen. Dit wordt dan ook gezongen, waarna de morgenvergadering wordt besloten en Ds. Schipaanboord voorgaat in gebed en een zegen voor de maaltijd vraagt.

Om ruim half twee wordt de bijeenkomst hei'opend. Na het zingen van Psalm 25 : 6 spreekt Ds. Elshout een dankgebed uit voor de genoten maaltijd en vraagt hij een zegen over de middagvergadering.

Moeder en kind

De heer Jobse uit Elspeet spreekt dan over „Moeder en kind". Hij geeft verschillende voorbeelden uit de Bijbel van godvrezende moeders van wie Gods Woord ons zegt, dat ze een godvrezend kind hadden.

Op 16 februari 1506 wordt Juliana van Stolberg gedoopt, vernoemd naar een Juliana, die voor haar geloof de marteldood is gestorven. Juliana heeft het voorrecht een godvrezende moeder te bezitten. Juliana is een kind uit een groot gezin, want er zijn 7 jongens en 5 meisjes. Haar moeder, Anna, is een der eersten die een Lutherbijbel koopt. Zo vindt de Hervorming een gunstige gelegenheid om hier door te dringen. Een oom van Juliana, die geen kinderen heeft, helpt de zorgen van het grote gezin te verlichten.

Als Juliana 14 jaar oud is, wordt ze al voorbestemd voor een huwelijk, dat echter eerst 3 jaar later voltrokken wordt. Als zij 23 jaar oud is, sterft haar man.

Willem van Nassau wordt dan met de

voogdij over haar kinderen belast. Na enige tijd sterft diens vrouw.

Daarna kiest Willem openlijk de zijde der Hervorming. Later trouwt hij met Juliana. De kinderen van Juliana en van Willem worden aan de hofschool opgevoed en onderwezen. Deze hofschool is beroemd. Behalve de eigen kinderen komen er nog veel andere kinderen, die allemaal zorg en aandacht van Juliana vragen.

Op 24 april 1533 wordt Willem van Oranje geboren. Bij al haar drukke werkzaamheden vindt Juliana nog gelegenheid om armen en zieken te bezoeken.

In 1544 erft Willem de titels en eigendommen van Prins Reinier. Dit heeft echter tot gevolg, dat zijn opvoeding moet worden voltooid aan het hof van zijn leenheer, de keizer.

Als Willem 17 jaar oud is, trouwt hij. Uiterlijk is hij rooms, innerlijk is hij los van de godsdienst. Zijn moeder heeft er smart over, dat hij aan allerlei roomse feesten meedoet.

Het sterven van zijn vrouw maakt Willem ernstiger. De ontdekking van het plan: de ketterij en dus ook de ketters uit te roeien, doet hem schrikken: hij zwijgt, maar de ernst in het leven van Willem neemt ook hierdoor toe. Ook het sterven van zijn vader maakt diepe indruk op hem.

Koning Philips II wantrouwt Willem en benoemt zijn zuster Margaretha tot landvoogdes.

Later knoopt Willem connecties aan met Saksen, uit politieke overwegingen, om de Nederlandsen te hulp te kunnen komen. In de vrijheidsstrijd, waarin ook verschillende van zijn broers een groot aandeel hebben, valt Willem tenslotte door moordenaarshand.

De heer Jobse besluit hierna met de opwekking de vaderlandse geschiedenis voortdurend te onderzoeken, om Gods grote daden daarin op te merken.

Sluiting

Dan is ook het moment aangebroken, waarop Ds. Verhoef met een kort woord sluit.

Hij stelt tegenover elkaar het levenseind van keizer Septimus Saeverus, die op zijn sterfbed alleen maar kan zeggen, dat hij in dit leven alles heeft gehad, maar dat dit hem nu niet baat, en Paulus, die terzelfder tijd in een kerker in Rome zijn levenseinde voelt naderen. Maar Paulus mag dan aan Timotheus schrijven, dat hij de goede strijd heeft gestreden en de loop beëindigd: de kroon der rechtvaardigheid wacht hem. Wie van die twee was nu gelukkig? Die vraag gaf Ds. Verhoef ter beantwoording mee.

Na het zingen van Psalm 119 : 5 en dankgebed van Ds. Verhoef gaat ieder na deze mooie dag weer zijns weegs.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 juni 1966

Daniel | 16 Pagina's

De achtste jaarvergadering van het Landelijk Verband van Knapen- en jongemeisjesverenigingen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 juni 1966

Daniel | 16 Pagina's