JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Van hagepreken en heeldbreken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Van hagepreken en heeldbreken

7 minuten leestijd

1566 - 1966

Als een lelie onder de doornen

Een blik terug

De gang van de geschiedenis in 1566 is door tal van factoren beïnvloed. De gebeurtenissen uit het wonderjaar staan ook en vooral in verband met de geloofsvervolging en de opkomst van het calvinisme. Voor een goed begrip werpen we in dit artikel een blik terug.

Keizer en ketters

Karei V nam in 1521 zijn eerste maatregel tegen de „peste, ketterie ende heresie (dwaling) van Merten Luther". Op het lezen van Luthers boeken en bijbelvertaling zette hij de doodstraf.

Er kwam een opsporingsapparaat onder leiding van 's keizers raadsheer Frans van der Hulst, die staatsinquisiteur werd met onbeperkte volmachten. Bijzonder belemmerend voor de inquisiteurs — er zijn er een 80 geweest — was het gebrek aan medewerking van vele stedelijke en gewestelijke overheden. De magistraten haatten de centralisatiepolitiek van Brussel, die hun aloude privileges en voorrechten ver-

trapte. Daarbij behoorde o.m. eigen rechtspraak, ook in geloofszaken. Bovendien was er een algemene afkeer van het doden om ketterij. Informeerde men vanuit Brussel of er ook ketters waren, dan antwoordden vele stadsbesturen onverstoorbaar, dat zulks niet het geval was. En de magistraten van een stadje, dat met recht een ketternest kon heten, schreven terug, dat de laatste ketter net vorige week gevlucht was.

Slachtschaepkens Christi

Voor ccn gebrek aan medewerking ging de inquisitie veelal niet opzij. Dan maar een beroep gedaan op de laagste driften van de mens. In 1550 wordt bepaald, dat ieder die een afvallige aanbrengt met de helft van diens goederen wordt beloond. Die maatregel heeft bitter resultaat: „daer en was noch sulcken geericheyt (begeerte) niet om der Christenen bloedt als namaals geworden, " zegt een der martelaarsboeken.

De eerste bloedgetuigen waren Luthersen — Hendrik Voes en Jan van Es uit Antwerpen — of volgelingen van de Haagse advocaat Hoen, die het Avondmaal als een gedachtenismaaltijd opvatte. De bekende Jan de Bakker uit Woerden en Willem Dirksz, de rode cuper uit Utrecht, behoorden tot deze Sacramentariërs.

Dan volgen de Wederdopers, later Doopsgezinden genoemd. Het overgrote deel van de 2500 martelaren in de Nederlanden behoort tot deze Dopersen. Peter met de cruepele voet en Joris doudecleercoper, Jacob die Metser die ze een prop in de mond hebben gestopt en Cleijnen Dirck, Godt salt hem loonen, Margreet, die met Jeroon was getrouwd en Mayken de Corte, die ze met een zwaard doorstaken.

Na hem komen de gereformeerden: Sijmen Janszoon, Jan Herrewijn en zo veel anderen. Allen werden verbrand, gehangen, gedolven (levend begraven) of verdronken in een ton op het schavot. Ook werden ze vanaf een toren aan de kade, met twaalf tegelijk soms, in zakken genaaid, in de rivier geworpen.

Een oud geschiedschrijver vertelt over hun laatste uren in eenvoudige, ontroerende taal: „ter dood gaande, blijdelijk en vrijmoedelijk, als of zij ter bruiloft of tot een heerlijke of blijde feest zouden gaan, en ter dood gaande, zongen psalmen, lofzangen en geestelijke liedekens, onderwijzende het volk in haar Religie, en vermaanden ze van de Roomsche Kerk te wijken."

Brokstukken van het „Wij loven U, o God, wij prijzen Uwe Naam", waaiden naar de ramen van de hoge huizen, waarvoor de nieuwsgierigen samendrongen. Zij konden zó gaan omdat God hun geloof van moment tot moment bevestigde. Christus' woorden (Markus 13 o.m.) waren de vaste grond van hun onwankelbare hoop. Zij waren „verschrickt van het dreygement Jesu Christi die daer seyt dat hij hen sal verlochenen voor Godt sijnen Vader, so sij hem voor de menschen verlochenen."

Wervend calvinisme

Omstreeks 1540 bereikte het calvinisme de Frans sprekende Nederlanden. Vijf jaar later reeds predikt de Vlaming Petrus Gabriël in het geheim door geheel Vlaanderen.

Het calvinisme sprak velen aan, omdat het bracht wat Sacramentariërs en Dopersen niet hadden kunnen geven: een belijnde, helder geformuleerde, uit de Schrift geputte leer èn een doordacht plan voor een nieuwe kerk, van roomse smetten vrij. Opvallend is ook de intense belangstelling voor het politieke leven en de sterke zin voor organisatie.

De overtuigingskracht van dit calvinisme maakte op de bevolking diepe indruk. Iets van die overtuigingskracht klinkt b.v. door in art. 28 van onze Nederlandse Geloofsbelijdenis. Een ieder is schuldig zich bij de kerk te voegen, „ook ofschoon het zoo ware, dat de Magistraten en plakkaten der Prinsen

(Vorsten) daar tegen waren, en dat de dood of enige lichamelijke straf daaraan hing". De tekst van deze belijdenis uit 1562 is van Guido dc Bray, die Iater zijn geloof met de vuurdood heeft bezegeld. Deze belijdenis staat midden in het leven! En de echo van de geloofsvervolging klinkt hierin door tot 1986 toe.

Schuilende kerk

Overal worden nu gemeenten gevormd, die onder leiding staan van het consistorie (de kerkeraad!). Er wordt in het geheim vergaderd. Steeds kiest men een andere plaats.

Elke kerk heeft een schuilnaam, die de leden kennen. Soms lijken deze namen bedrieglijk veel op die van de rederijkerskamers, de populaire gezelschappen van toneelspelers en volksdichters uit die dagen. Vaak zijn ze afgeleid van de kerkelijke zegels met hun bijbelse zinspreuken. Dc gemeente in Antwerpen staat bekend onder de naam „De Wijnstok", die ontleend is aan Joh. 15 : 5: Ik ben de Wijnstok en gij de ranken." De twee Brusselse gemeenten droegen de namen „De Zon" en „De Rots". Die van Oudenaarde kenden men als „De lelie aan de Leie". De naam bevat een verwijzing naar Hooglied 2 : 2: Gelijk een lelie onder de doornen...." Een prachtige vergelijking. De kerk is wel omgeven dooide doornen van de vervolging, maar zij is en blijft de lelie, zij is Christus' bruid. Dc schoonste onder de vrouwen.

Al deze plaatselijke gemeenten tonen hun eenheid, door ondanks de plakkaten, in Antwerpen in een synode bijeen te komen (1562). Op de agenda staat de vraag: Is verzet tegen de inquisitie geoorloofd?

Dc tirannie verdrijven

Een hoogst aktuclc vraag. Enkele Vlamingen hadden al eens een plan gemaakt om Titelman, een der gehaatste kettermeesters, te overvallen. Toen het consistorie van de vluchtelingengemeente in Londen daarvan hoorde, protesteerde zij hevig. Titelman was een overheidsdienaar en een aanslag op hem betekende rebellie.

Londen hield dus de kant van Calvijn, die van dergelijke initiatieven niets hebben moest. Wel had hij in zijn Institutie nadrukkelijk gebroken met de middeleeuwse opvatting, dat elke vorm van opstand en verzet tegen dc overheid ongeoorloofd was. De Reformator erkende het recht van opstand mits deze werd geleid door de lagere magistraten.

De Antwerpse synode ging verder. Wie broeders uit dc handen van de inquisitie redt, begaat geen onwettige daad, 7.o luidde de uitspraak. Daarmee rechtvaardigde de synode het strijdbare karakter van het calvinisme in de Nederlanden. In Valenciennes had het volk twee predikanten van de brandstapel ontzet. En in Vlaanderen waren kloosterdeuren opengebroken om gevangen geloofsgenoten te bevrijden.

Soms echter worden we ook getroffen door grote lijdzaamheid. Tijdens een rederijkersfeest in 1564 te Antwerpen hield men een geheime preek in een bos bij die stad. Men dacht in de feestdrukte onopgemerkt te kunnen vergaderen. Onder de preek verschijnt echter de drost van de stad met vijf helpers. Hij neemt vijf mensen gevangen, die zich gewillig laten binden en wegvoeren. De 500 toehoorders en de predikant slaan op de vlucht. Niemand denkt eraan de gevangenneming te verhinderen.

In de hoog oplopende spanning van de tijd verdwijnt tenslotte de berusting. Op een morgen in 1565 vinden de inwoners van Brussel en Antwerpen strooibiljetten in hun straten, die 's nachts namens het consistorie der gereformeerden zijn verspreid. Men brengt iedereen onder het oog, dat opstand tegen de inquisitie geen rebellie is, maar een geoorloofde daad.

De tijd van het verzet is gekomen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 juni 1966

Daniel | 16 Pagina's

Van hagepreken en heeldbreken

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 juni 1966

Daniel | 16 Pagina's