LEZERS OVER HUN WERK
Wij, jongeren
De brieven raken op
Nog een enkele brief, en onze voorraad is uitgeput. We zijn heel blij met al de brieven die we gehad hebben. Dat hadden we niet gedacht. Zo konden we met elkaar spreken over heel uiteenlopende werkkringen en over een Bijbels verantwoorde houding daarin. Maar enkele belangrijke beroepen zijn nog niet aan de orde geweest. Daarom hopen we nog steeds dat er lezers zijn die over hun werk willen schrijven. Anders moeten we binnenkort deze serie gaan beëindigen. En dat zou jammer zijn, want we weten dat er nog belangrijke dingen onbesproken zijn gebleven. Van wie is zijn of haar beroep in onze rubriek nog niet ter sprake gekomen?
Je kunt je brief naar ons sturen via het administratie-adres: H. Hoogendoorn, Ridder van Catsweg 244a, Gouda. En als je op de enveloppe „Wij, jongeren" zet, stuurt hij je brief ongeopend door. We zullen nog eens de vragen herhalen: Vind je het werken door-de-week een grote tegenstelling met de kerkgang en de hele zondag? Heb je het gevoel dat je als lid van onze gemeenten op je werk alleen staat? Heb je op je werk wel eens gesproken over het geloof? Zie je het werk dat je nu doet ook als roeping?
Geen probleem
Deze keer hebben we een korte brief. Iemand schrijft: „Naar aanleiding van de rubriek „Wij, jongeren" zou ik het volgende willen schrijven. Zelf ben ik tuinder (voornamelijk bloembollen). Ik ben van jongs af erin opgegroeid en wil niets liever doen dan dit werk, dat altijd al geweest is. Of ik dit als mijn roeping gevoeld heb en het nu nog zo beschouw, weet ik niet. Om eerlijk tc zijn: dit heb ik mij nooit afgevraagd. Er heeft voor mij nooit een. ander vak, beroep, bestaan, als U begrijpt hoe ik dat bedoel. Alles is eigenlijk zo vanzelfsprekend gegaan. Graag zou ik hierover uw mening weten.
Uit bovenstaande begrijpt U dus dat in mijn werk de Godsdienst' weinig moeilijkheden met zich mee brengt, en dat het geheel niet moeilijk is om Christen te zijn in dit beroep, ook al omdat je zelfstandig bent, en vaak alleen werkt." Hartelijk dank voor deze brief. We kunnen ons dat goed voorstellen. En dit zullen wel meer lezers gedacht hebben. Als je van jongsaf ergens in opgegroeid bent en het is nooit in je opkomen om iets anders te gaan doen, dan heb je ook nooit stilgestaan bij de vraag: is dit nu mijn roeping? Maar omdat wij in onze rubriek het steeds maar over roeping hebben, komt deze lezer nu met zijn opmerking: dit is voor mij nooit een vraag geweest. Nu, wij dachten dat het niet voor iedereen een probleem hoeft te zijn. Als je je werk met liefde doet en het als je taak ziet, dan is dat een bewijs dat het je roeping is! Op één voorwaarde natuurlijk, dat er geen aanwezige talenten verborgen blijven. Dat moet ieder zichzelf wel afvragen. Maar daarom is het wel goed om het er even over te hebben. Dan zie je het beter. Dan sta je voortaan bewuster op de plaats waar God je gesteld heeft. Wij twijfelen er niet aan, of deze tuinder doet z'n werk altijd al goed. Dat spreekt vanzelf, als je er liefde voor hebt. Maar het wordt dieper als je meer beseft dat God je Werk-gever is. Kijk, en daarom hebben we het zo vaak over „roeping" gehad. Dat is misschien een groot woord. Maar ons werk is dan ook van groot belang.
Neem mijn leven....
Velen zullen jaloers zijn op deze lezer, die van zijn werk zegt: ik doe niets liever, en: eigenlijk is alles zo vanzelfsprekend gegaan. Op het platteland zal dat wel meer voorkomen. Maar in de steden gaat dat vaak niet zo vanzelfsprekend. Veel jongeren groeien niet op bij het werk van hun vader. Vader gaat 's morgensde deur uit en wat hij
precies doet weten ze niet eens. Dat hebben zij soms nooit gezien! Trouwens, veel jongens en meisjes gaan hier eerst nog naar de M.U.L.O. of de H.B.S. of zo, en weten dan nog niet wat ze willen worden. En wat zijn er veel mogelijkheden in een grote stad. Hier is beroepsvoorlichting nodig. Ook worden er veel jonge mensen getest. In deze tijd van het jaar, nu het eind van de cursus in zicht komt, gaat het weeleen probleem worden voor velen van hen: wat wil ik worden? en ook: wat kan ik worden? Laten wij die vraag dan ook eens anders stellen: waar word ik geroepen? Dan gaat het er niet om: waar verdien ik het meest? Dan is het ook niet alleen de vraag: wat doe ik het liefst? Dat is wel heel belangrijk. Anders houd je je werk niet vol. Dan zou je het niet met plezier kunnen doen. Maar ook: welke talenten heb ik gekregen? Want die mogen niet ongebruikt blijven, al vraagt dat dan meer doorzettingsvermogen. En niet te vergeten: waar kan ik voor anderen wat doen? Waar ben ik nuttig?
jullie moeten het ons maar niet kwalijk nemen dat we dit alweer zo schrijven. Maar we dachten dat het nu nog wel mocht. Zouden er veel zijn die hun beroep zó kiezen? of gekozen hebben? Of vind je dat te hoog gegrepen? Want wie doet dat in de practijk nu zo bewust! Misschien vind je dat je zelf daar nog te jong voor was, toen je je beroep koos. En het is ook waar dat wij allen ons beroep gekozen hebben op een leeftijd dat we nog niet de mogelijkheden en de consequenties overzien konden. Daarom hebben de ouders en andere opvoeders hier duidelijk een taak. Die meisjes en jongens moeten daarbij ook hun werk leren zien als roeping. Want kun je eigenlijk wel te jong zijn voor het vers:
„Neem mijn leven, laat het Heer' toegewijd zijn aan Uw eer!"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 juni 1966
Daniel | 16 Pagina's