JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Schriftoverdenking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Schriftoverdenking

4 minuten leestijd

En zij waren volhardende in de leer der apostelen, in de gemeenschap en in de breking des broods en in de gebeden. (Handelingen 2 : 42).

Hier staat Petrus, de visser der mensen. Hij verkondigt het verbaasde volk de Christus en vermaant hen tot bekering. Grote verslagenheid verwekt zijn prediking in hun harten. Eindelijk breekt de vraag uit hun verslagen hart los en roepen zij: „wat moeten wij doen, mannen broeders? " De zegen is verrassend. Niet de tekenen, noch de vreemde talen hebben de mensen tot deze uitroep gebracht, maar de bediening van het Woord. Hier werkt de Heilige Geest door het gepredikte Woord zodat zeer velen worden toegebracht. Nu, de tekenen zijn weggegaan, de vreemde talen hebben opgehouden, maar beide Woord en Geest zijn gebleven.

Zij waren volhardende in de leer. Die Geest die het leven wekt, bewaart en versterkt het ook. Wat nut heeft het de loop te beginnen en niet te voleinden. Juist op de volharding tot het einde komt het aan. Die verslagenheid over zonden en schuld moet verdiept en verinnigd worden in ons leven. Nooit moeten wij het vergeten wat de Heiland eens sprak: „Zonder Mij kunt gij niets doen." Hoe veler werk begint met grote aandoening en ijver, doch het is niet meer dan een strovuur, het laait fel op maar is zo uitgebrand.

Het waarachtig werk heeft tot kenmerk de volharding. Het blijven begeren van de redelijke, onvervalste melk, de binding aan het Woord, is het zuivere kenmerk van het nieuwe leven. Allereerst dus een vasthouden aan de zuivere leer. Deze nimmer prijsgeven voor een eenheid die tot stand zou komen ten koste van ook maar een regel van Gods Woord.

Het leven in de gemeenschap der kerk moet een grondslag hebben en dat kan nooit anders zijn dan de leer van Gods Woord. De Ileere geve daarvoor te strijden dat ook onze jongens en meisjes zouden leren het kostelijk erfgoed als het toebetrouwde pand te bewaren en over te dragen aan de komende geslachten tot op de dag van Christus' verschijning op de wolken.

Ik ga nu pas enigszins verstaan waarom onze geliefde ds. Kersten altijd maar weer aandrong bij de jeugd om de werken te kopen en te lezen van de reformatorische vaderen zoals de hervormers, Comrie, Brakel, de Erskine's, Boston e.a. Het is waar: een leer zonder leven is een fundament zonder huis. Maar iemand heeft eens opgemerkt: „Om vast in je schoenen te staan heb je leer nodig."

Dit vasthouden aan de rechte leer

bracht geen verstarring in de eerste Christengemeente maar vormde de bodem van een hechte gemeenschap. Leer en leven gaan samen. Zij hadden elkaar innig lief en konden niet buiten de broeders en zusters. Het is een teken van vreselijk dodigheid als u geen vrienden meer hebt in de gemeente. Als u uren moet reizen om bij een zgn. vriend of vriendin de gemeenschap der heiligen te zoeken.

Dan behoeven de leden heus geen copieën van elkaar te zijn om die innige band te gevoelen. Integendeel, dan komt juist in de verscheidenheid de rijkdom van Gods genade te heerlijker uit. Als de Gekruiste Levensvorst maar in het middelpunt staat en niet een bekeerd (soms verkeerd) mannetje of vrouwtje. Dan zien wij behoefte aan de breking des broods. Het Heilig Avondmaal werd dagelijks gevierd na het houden van een gemeenschappelijke liefdemaaltijd. Daar geen hooghartig oordelen van elkaar, geen zoeken van uitvluchten om zich aan elkaar te onttrekken. Geen altijd durend geklaag dat het toch zo donker is in de kerk en bij anderen (dikwijls vergeet men dan zichzelf). Dan opent die gemeenschapsoefening de deur voor het gebed. Dan worden de noden juist recht gevoeld en drijven tot het gebed.

Dan wordt aan eikaars last getild en is het geen herhaling van stomme zinnen welke van voorvaderlijk tijdperk af de gemeente het naderend einde van het gebed inluiden.

Dan is er een dragen van eikaars lasten. Een meelijden met het andere lid van hetzelfde lichaam. Dan is er een heilige mystiek in de innigheid van het gebedsleven. Dan wordt het zieleleven verrijkt door te geven wat de Heilige Geest eerst werkt.

O, zalige gemeenschap, die haar voltooiing vindt in het „altijd bij de Iieere zijn." Zo verenigd heeft de kerk kracht om de boze te weerstaan en met opgeheven hoofd haar Zaligmaker andermaal uit de Hemel te verwachten.

Ds. L. Huisman.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 juni 1966

Daniel | 16 Pagina's

Schriftoverdenking

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 juni 1966

Daniel | 16 Pagina's