JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Vrije kerken in de Negentiende Eeuw

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrije kerken in de Negentiende Eeuw

4 minuten leestijd

H. Algra: „Hel wonder van de 19e eeuw. Van vrije kerken en kleine luyden." Uitgave van Uitgeverij T. Wever te Franker, (zonder jaartal). 352 blz., geb. ƒ 19.50.

Met populair geschreven, goede boeken over het ontstaan en de ontwikkeling gedurende de negentiende eeuw der vrije kerken in ons land zijn wij bepaaldelijk de laatste jaren niet verwend. Nieuwsgierig zal derhalve menig belangstellende naar 't nieuwste werk van een der beide Algra's grijpen. En wanneer hij de lektuur ervan eenmaal begonnen is, houdt hij er hoogstwaarschijnlijk niet gemakkelijk mee op.

Wij kennen de auteur als een der komponisten van het beste, door een ieder te begrijpen overzicht van de geschiedenis van Nederland. Dus mogen wij bij voorbaat al verwachten dat de publikatie die hier aangekondigd wordt, op een behoorlijk peil zal staan. Daar schrijver bovendien nog stamt uit een geslacht dat tot de oude Afgescheidenen behoorde, is het ook niet te gewaagd om van te voren aan te nemen dat dit boek met veel begrip en grote liefde is geschreven. Nauwgezette lezing van dit werk bevestigt het.

„De laatste Schildwacht" heet het eerste hoofdstuk — over Schotsman en zijn „Eerezuil" van 1819 — terwijl het zesentwintigste en laatste de vereniging van Afgescheidenen en van Dolerenden in 1892 beschrijft. Hiertussen ligt dus de geschiedenis van hen die de Hervormde Kerk verlaten hebben, waarbij Ledeboer en Budding niet vergeten zijn. Maar Algra, als historicus, beseft wel dat de wortels hiervan verder reiken. Daarom komen onder andere de Puriteinen, Teellinck, Voetius en Brakel, Hellenbroek en Schortinghuis ter sprake. Voorts wordt op de invloed van de buitenlandse vrije kerken in ons land gewezen, en op die van onze vrije kerken elders. Als geheel is dit geslaagd!

Vanzelf is schrijvers visie af en toe iets anders dan de onze. Het heeft weinig zin om hierbij telkens stil te staan. Al lezende zal ieder de verschillen in waardering zelf eenvoudig konstateren. Twee gevallen echter dienen hier afzonderlijk vermeld. Van Bilderdijk wordt weer een veel te gunstig beeld getekend. De ontstellende verwikkelingen in verband met 's dichters echtverbintenissen — zijn beruchtste brief blijft onbesproken — komen helemaal niet tot hun recht. Van Kuyper wordt gezegd dat hij een Godsgeschenk aan het Gereformeerde volk in Nederland geweest is. Van de onzes inziens zeer verderfelijke invloed van zijn teologische konstrukties op het geestelijke leven der Gereformeerden in ons land wordt echter — zijn teologie wordt niet behandeld — met geen woord gerept.

Natuurlijk zijn er in een zo uitvoerig boek als dit ook onnauwkeurigheden in de feiten of de formulering. Hiervan noemen wij er, om niet al te lang van stof te worden, twee. Het jaar waarin prins Maurits werd geboren is niet het op bladzij 91 in regel 15 onderaan als zijn geboortejaar vermelde. Maurits toch — die op de Dillenburg het levenslicht aanschouwde kort nadat zijn vader uitgeweken was — werd in dat jaar reeds twaalf. De titel van Da Costa's geruchtmakende geschrift uit 1823 wordt door schrijver telkens onjuist opgegeven. De „Bezwaren" waren tegen heel de „Geest der Eeuw", niet „dezer Eeuw", gericht.

Een keur van illustraties werd in deze studie opgenomen. Enkel Ledeboer en zijn gemeenten kwamen hierbij niet aan bod. De druk is niet op alle bladzijs even helder. De korrektie is beneden peil. Wij vallen heus niet over elke drukfout, maar wij zochten bij de noten achter hoofdstuk VI vergeefs naar nummer 5. De tekst van hoofdstuk XIII maakt geen melding van de noten 3 en 4, die volgen. Verder zijn op bladzij 138 onderaan de regels 12 en 13 omgewisseld, en de zevende en achtste eveneens. Na bladzij 166 moet de derde regel van de pagina die erop volgt gelezen worden. En hiermede is alles dan nog niet gezegd!

Al zijn er dus bezwaren tegen deze publikatie in te brengen, deze doen maar weinig af van de waardering die wij hebben voor dit sympatiek geschreven werk. Begrip en liefde — er is eerder op gewezen — stralen ons uit deze bladzijs tegen. Gaarne willen wij dit fraai gebonden boek dan ook — niet in de laatste plaats bij de verenigingen! — aanbevelen. Ondanks alles is de lezing van dit overzicht een waar genot!

J. Kwekkeboom.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 juni 1966

Daniel | 16 Pagina's

Vrije kerken in de Negentiende Eeuw

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 juni 1966

Daniel | 16 Pagina's