Bond van Meisjes- en Vrouwenverenigingen in jaarvergadering bijeen
Elk jaar weer is het een belevenis de jaarvergadering van deze bond bij te tconen.
'Zulke hoogtijdagen moesten er meerd re malen per jaar zijn! Alleen al het waarnemen van zo'n grote saamhorigheid is een aangename zaak; afgezien dan nog van het leerzame van ztdk een dag. Ook deze toogdag op woensdag 11 mei 1966, ditmaal te Gouda gehouden, mag zeer geslaagd worden genoemd.
Behalve een ernstig openingswoord dooide voorzitter, hebben als twee hoofdagendapunten zeer zeker de referaten van de weledele heer P. Kuijt te Gouda, en van mejuffrouw H. Vink te Gorinchem bijgedragen aan het welslagen van deze dag. Mejuffrouw W. den Hertog, presidente van de bond, sprak — zoals altijd — het slotwoord.
Naar schatting waren zevenhonderd bezoeksters aanwezig, toen ds. II. Rijksen deze vergadering om 10.30 uur opende. Plechtig klonk het zingen van de opgegeven 100e psalm.
Nadat de voorzitter Matth. 24 : 42-51 had gelezen en 's Heeren onmisbare zegen voor deze vergadering had gevraagd, richtte hij zich in een openingstoespraak tot de vergadering, waaraan wij het volgende ontlenen:
„Het stemt mij tot vreugde U allen een hartelijk welkom te mogen toeroepen op deze bondsvergadering van e-meisjes-en vrouwenverenigingen uit de Kring onzer gemeenten.
Bovendien is het een reden tot blijdschap dit in Gouda te mogen doen; door omstandigheden konden wij ditmaal niet in Utrecht vergaderen.
Wij hopen vandaag weer een aangename vergadering te mogen hebben. In het bijzonder heten wij welkom de beide referenten voor deze dag, de heer Kuijt en mejuffrouw Vink.
Wij zijn verblijd met de grote opkomst, de bond mag zich dan ook verheugen in een gestadige groei.
En op welk terrein zich elk der verenigingen ook beweegt, als we allen maar trouw zijn in wat we ter hand namen.
Wij lazen samen dat de Heere Jezus zegt: „Wie is dan de getrouwe en voorzichtige dienstknecht, dewelke zijn heer over zijn dienstboden gesteld heeft, om hunlieden hun voedsel te geven ter rechter tijd? Zalig is die dienstknecht, welke zijn heer komende, zal vinden alzó doende."
Het gaat hier over een dienstknecht, een huisbezorger. Hij is over het an-
dere personeel gezet, terwijl zijn heer op reis is.
Rijke heren hadden slaven en slavinnen, en wanneer het een goede heer was, werden deze als huisgenoten behandeld. Eén van de oudsten werd als huisbezorger aangesteld, zoals we dat bijv. zien bij Eliëzer. Hij was verantwoordelijk voor alles, ook voor de verzorging der anderen.
Uit ons schriftgedeelte blijkt dat de heer op reis is, en het valt niet te zeggen wanneer hij terug komt. Al weet ook de huisbezorger dit niet, het heeft geen invloed op zijn verantwoordelijkheidsgevoel. De afwezigheid van zijn heer verslapt zijn dienstijver niet. Even getrouw, alsof zijn heer er is, doet hij al zijn werk. En als dan onverwacht zijn heer terug komt is hij ijverig bezig. Jezus zegt: „Zalig is die dienstknecht..." Wie bedoelt Jezus met die huisbezorger? U en mij! Ieder van ons is aangesteld als huisbezorger in de kring waarin ieder gesteld is, waar wij verantwoordelijkheid dragen.
Hier zijn vandaag veel moeders aanwezig, huisbezorgsters in hun gezin, geroepen om daarin getrouw bezig te zijn, ook in de opvoeding; een moeilijke taak in deze tijd. Laten we daarin getrouw bezig zijn. Die wijsheid begeert, dat hij ze van God begere!
Maar ook onze jongeren zijn huisbezorgsters, in welk werk ze ook bezig zijn. Vraagt in alles getrouwheid, ook in de verenigingsarbeid, want als het goed is zien we in onze vereniging meer dan alleen een onderonsje, 't Is kerkelijk werk, arbeid in Gods Koninkrijk, in dienst des Heeren. Ook daarin moeten wij getrouw bezig zijn.
Dit is het grote onderscheid tussen een werelds mens en iemand die tot de gemeente behoort. Al doen ze hetzelfde, wij moeten in alles wat we verrichten, de band zien die ons verbindt met de dienst des Heeren; als het goed is met Hem, die het ons opdroeg.
De Heere geve het ons getrouwe huisbezorgsters te zijn, te beseffen in Gods roeping te staan, te rekenen met Zijn wederkomst.
Met die heer bedoelt de Heere Jezus Zichzelf, Hij zal op het onverwachts wederkomen.
Die huisbezorger was getrouw bezig; laat dat ook van ons mogen gelden, dan zouden ook wij zonder vreze de dag van Zijn komst tegemoet kunnen zien.
Als het goed is verlangen we als een ware bruid naar de komst van de bruidegom. Zij ziet met verlangen naar zijn komst uit. Als er alleen vrees is bij de gedachte aan Zijn wederkomst, is het niet goed. Bij Gods kinderen kan er wel vrees zijn, maar ook ogenblikken van uitzien en verlangen. Dan leeft het in het hart: „Heere Jezus, wij hebben U verwacht en Gij zult ons zalig maken." Het is ons allen nodig Hem hier reeds
als Zaligmaker te kennen, voor U en mij het ene nodige door Hem, die grote Levensvorst, gered te worden. Het zij dan ons aller bede: „Zone Davids, ontferm U mijner!"
En zo getrouw bezig zijnde moge het van ons allen gelden: Zalig is die dienstmaagd, welke haar Heere komende, zal vinden alzó doende.
Na dit met grote aandacht beluisterde openingswoord wordt gezongen vers 3 en 4 van de Morgenzang
Uit enkele mededelingen, die ds. Rijksen tijdens zijn openingswoord deed, blijkt dat thans 59 verenigingen bij de bond zijn aangesloten met 1310 leden. Zes verenigingen werden dit jaar ingeschreven. Wat de verdeling betreft, het zijn 23 meisjesverenigingen en 36 vrouwenverenigingen of zendingskransen. Deze verenigingen zijn op verschillend terrein werkzaam, o.a voor de zending, voor de plaatselijke gemeente, voor de diaconie, terwijl sommige zich bezighouden met bijbelstudie.
Diverse verenigingen hebben het toetreden tot de bond in overweging. De aftredende hoofdbestuursleden, mej. de Feyter en mevr. Hardon werden met vrijwel alle stemmen als zodanig herkozen.
Aan de gewoonte getrouw werd een telegram gezonden aan het Koninklijk Huis. Na voorlezing ervan werden staande de bekende twee coupletten van ons „Wilhelmus" gezongen.
Van de referaten die op deze dag werden behandeld: Vermanen en stichten" (n.a.v. 1 Thess. 2 : 11) door de heer P. Kuijt, en „Maatschappelijk Werk, " door mej. H. Vink, willen wij in dit verslag alleen vermelden dat de heer Kuijt deze lezing als brochure hoopt uit te geven in de serie 1966 van zijn bekende brochurereeks van „De Driestar." Ieder die daarop een abonnement heeft, kan het dus t.z.t. nog eens geheel doorlezen. Het nemen van een abonnement op deze waardevolle reeks zij bij deze zeer aanbevolen.
De causerie door mej. Vink zal t.z.t. in „Daniël" worden afgedrukt in de vorm van enkele vervolgartikelen.
Van beide referaten kan worden gezegd dat ze zeer leerzaam waren en met grote aandacht werden beluisterd.
Slotwoord
In haar slotwoord grijpt de presidente van de bond mej. W. den Hertog, terug op het openingswoord van ds. Rijksen, waarin hij gezegd heeft verheugd te zijn voor de bestaande groei van de bond. Zij wil er gaarne aan toevoegen er beschaamd onder te zijn, wie had dit alles kunnen denken.
Voorts wijst zij, inzonderheid de jongeren op het grote belang van de dienst des Heeren. Dat is geen saaie dienst, want er is nergens meer blijdschap in dan juist in Zijn dienst.
Veel dingen in deze tijd, aldus de presidente, maken het de jonge mensen, en ook veel ouderen, heel erg moeilijk. Maar zoek toch op alle vragen een antwoord bij Hem, Die alleen alle vragen en raadselen kan oplossen.
Er wordt veel gesproken over het gevaar dat er is in radio en T.V., maar laten de ouderen en de ouders in het bijzonder letten op een zeker zo groot gevaar, een nog veel meer verborgen gevaar zelfs: de vele slechte boeken, die dikwijls verslonden worden en soms een nog groter kwaad vormen.
Nadat zij allen heeft bedankt voor de grote opkomst en belangstelling, ook hen die meewerkten aan het welslagen van deze dag, en allen des Heeren veilig geleide op weg naar huis heeft gewenst, wordt op haar verzoek psalm 25 : 6 gezongen.
Deze aangename dag werd door ds. H. Rijksen gesloten met dankgebed.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 mei 1966
Daniel | 20 Pagina's