JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Zending van de Broedergemeente

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zending van de Broedergemeente

5 minuten leestijd

„Een eeuwig volk"

Door de komst van Spangenberg veranderde er veel. Hij was het die de eerste doop verrichtte; hij bevestigde ook het huwelijk van Freundlich. Deze was getrouwd met een kleurlinge, die de leeskunst machtig was. Verder kocht hij een plantage, die Nieuw Herrnhut werd genoemd.

En ging dit alles maar ongemoeid? Neen, na de koping van de plantage begonnen de plantagebezitters, de vijanden van de zending, hun aanval weer in te zetten. Zij namen een gereformeerd predikant in de arm om bij de gouverneur van het eiland een klacht in te dienen tegen Martin. Deze had wei een bewijs van Herrnhut om de sacramenten te bedienen, maar de koning van Denemarken had dit stuk niet ondertekend. Wat moest de gouverneur met die klacht beginnen? Gelukkig voor Martin dat de gouverneur de zending een goed hart toedroeg, maar er was toch voorzichtigheid geboden. Hij gaf Martin de raad om niet meer te dopen en huwelijken te sluiten, totdat de bekrachtiging van de koning binnen zou zijn.

Wat deed de zendeling echter? Hij stoorde zich in het minst niet aan het verbod van de gouverneur. Het wereldlijk bestuur had zich niet te mengen in de kerkelijke aangelegenheden, meende hij. En hij ging door met dopen. De gouverneur was een goed man en legde Martin verder niets in de weg. Dat was een doorn in het oog van de plantagebezitters. Wat zouden ze nu Martin in de weg leggen? Er was eigenlijk niets op hem aan te merken. Dan de toevlucht maar genomen tot de leugen. Dat deden de vijanden van Christus ook.

Martin en zijn vrouw werden voor de rechter geroepen. Beiden waren zij schuldig aan diefstal, werd er beweerd. De beklaagden ontkenden alle schuld. Toen moesten ze de eed afleggen. Dit weigerden ze pertinent en het gevolg daarvan was, dat ze in de gevangenis moesten. Dat was heel erg. Ook Freundlich werd beschuldigd; deze man zou schuldig staan aan overspel. Zijn straf was niet gering: hij moest de gevangenis in, zijn vrouw moest als slavin worden verkocht en de opbrengst zou ten goede komen van het ziekenhuis.

De gouverneur zat in een moeilijk parket. Hij berichtte alles aan de koning en wachtte af wat deze van al die beslissingen zou zeggen. Tot de tijd toe dat het antwoord uit Kopenhagen kwam, zou de gouverneur niets nalaten om het lot van de gevangenen te verlichten.

De negers van St. Thomas verzamelden zich voor de gevangenis en Martin mocht vanuit het raam de mensen toespreken. Zo kon de loop van het evangelie voortgang hebben op een niet alledaagse manier. Ook hier was niets nieuws onder de zon. De grote zendeling Paulus predikte ook in zijn gevangenis te Rome.

Na enige tijd werd Martin ziek en de gouverneur, die dit hoorde, beval om de zendeling naar het gouverneurshuis over te brengen. Dat was een edele daad van de gouverneur en voor Martin werd liet een grote verlichting in zijn druk.

In een brief, die de zendeling in die tijd schreef, lezen wij: „Vanaf de tijd dat wij in de gevangenis zitten, groeit de gemeente dagelijks; ook blanken worden door onze gevangenschap tot nadenken gebracht. Er is bijna geen soldaat meer, die het hart heeft lastertaal uit te slaan, hoe erg het op dit punt ook met hen gesteld was. De officieren zijn ons genegen. O, ik kan niet beschrijven wat de Heere aan ons heeft gedaan."

De gouverneur zit aan het ziekbed van Martin. Er worden verscheidene dingen besproken. Plotseling wordt er op de deur geklopt. De gouverneur doet open en hij ziet een loper van de haven. De man reikt een brief over aan de gouverneur en vertrekt. De brief wordt geopend en met stijgende verbazing leest de gouverneur het papier. Zonder iets te zeggen geeft hij na lezing de brief aan Martin. Ook de zendeling zet grote ogen op. Het is ook geen kleinigheid wat er te lezen staat: Graaf Zinzendorf is op St. Thomas aangekomen en vraagt of hij logeren mocht bij de gouverneur! Graaf Zinzendorf in eigen persoon! Dat bracht verandering in de toestand van de jonge gemeente.

Zo gauw mogelijk hield de leider van de Broedergemeente godsdienstoefeningen. De plantagebezitters zagen dat met lede ogen aan. Ze probeerden er een

eind aan te maken en huurden benden om de menigte uit elkaar te jagen. Maar het bleef zonder resultaat. Er was tegen de graaf niets te beginnen. Integendeel, Martin werd vrijgelaten en het vonnis over het echtpaar Freundlich werd ingetrokken. Zinzendorf was precies op tijd gekomen.

De gemeente telde bij de komst van Zinzendorf ruim zeshonderd zielen, maar het ledental groeide steeds aan. De komst van het hoofd van de Broedergemeente wierp rijke vruchten af.

De graaf was bevreesd om een voet aan wal te zetten op St. Thomas. Hij had gedacht er niemand van de broeders meer aan te treffen; die zouden door de koorts wel bezweken zijn. Toen hij dat zei tegen zijn begeleiders, antwoordden deze: „Als zij er niet meer zijn, dan zijn wij er dus om het werk over te nemen."

Toen sprak Zinzendorf veelbetekenend: „Zo zijn zij, deze Moraviërs! Gens aeterna — een eeuwig volk."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 mei 1966

Daniel | 20 Pagina's

Zending van de Broedergemeente

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 mei 1966

Daniel | 20 Pagina's