JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Ware oecumene of kerkelijke verdeeldheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ware oecumene of kerkelijke verdeeldheid

4 minuten leestijd

Enige tijd geleden werd dit onderwerp aan de orde gesteld door een vriend uit Rijssen. Verscheidene reakties zijn hierover reeds geplaatst. Onze Rijssense briefschrijver heeft echter gemeend, de verschillende schrijvers reeds nu van repliek te dienen. Vandaar, dat ik nu eerst zijn schrijven wil plaatsen. Hij schrijft: „De briefschrijver uit Arnemuiden ben ik zeer dankbaar voor zijn aanvulling bij mijn punt 5. Ik kwam tot mijn uitspraak door wat ik las op bladz. 75 van Kort Historisch Overzicht door ds. G. II. Kersten: „Ook de Chr. Ger. besloten pogingen aan te wenden om tot vereniging te komen, die, zo wij reeds meld-

den, alleen reeds vanwege liet door haar ingenomen standpunt, dat ieder met schuldbekentenis zich tot haar te wenden had, om in haar gemeenschap te worden opgenomen, faalden. Ook verdere onderhandelingen zijn afgebroken." De briefschrijver uit Arnemuiden heeft me tot verder onderzoek aangezet en nu is me gebleken dat

1. in 1919 de deputaten der Chr. Ger. Kerk mandaat kregen tot samenspreking met behoud van het beginsel, dat alle Gereformeerden uit alle kerken, naar eis der Heilige Schrift en Formulieren van Enigheid geroepen zijn zich tot de Chr. Ger. Kerk te voegen.

2. in 1922 de Chr. Ger. Synode deze uitspraak te kras vond en de zaak van vereniging met de Ger. Gem. terugwees naar de kerkeraden met het advies, dat de Chr. Ger. Kerk inzake samenleving met de Ger. Gem. zich op hetzelfde standpunt plaatst door de kerk der Afscheiding in 1869 ingenomen, waarop toen de vereniging is getroffen.

3. in 1925 de Chr. Ger. Synode besloot, om de poging tot vereniging met de Ger. Gem. te komen, voort te zetten en deswege de Synode der Ger. Gem. mee te delen, dat de vereniging volgens haar mogelijk is op de grondslag, waarop in 1869 de gemeenten onder het Kruis met de Afgescheidenen verenigd zijn.

4. dat vanaf 1925 de Chr. Ger. Kerk de Ger. Gem. door deze uitspraak wil beschouwen als een wettige openbaring van het lichaam van Christus. Toen was er een goede basis voor samenspreking gelegd en zijn er van Chr. Ger. zijde verschillende pogingen tot samenspreking gedaan. In 1928 waren de deputaten der Chr. Ger. Kerk genoodzaakt de correspondentie met de Ger. Gem. te staken bij gebrek aan tegemoetkoming van de zijde der Ger. Gem.

5. dat ook na 1945 deputaten der Chr. Ger. Kerk herhaaldelijk een verzoek tot samenspreking hebben gedaan, maar zonder resultaat.

Nu de valse oecumene terrein wint, lijkt het me zaak, dat een ieder, die met ons samenspreken wil op grondslag van Schrift en Belijdenis, bij ons niet langer een gesloten deur vindt, meer animo bij ons zal vinden dan voorheen, omdat wat bij elkaar hoort, niet langer gescheiden mag optrekken. Daarbij komen vanzelfsprekend zeer belangrijke vragen aan de orde, die men niet uit de weg mag gaan. Maar.... (en dit dan tot de Kamper briefschrijver) we mogen niet verlangen, dat men in alle onderdelen precies zal denken als wij. De grondslag voor samenspreking is niet mijn gevoelen, maar Schrift en Belijdenis. Mij lijkt het zeer nuttig om bij zon samenspreking eerst eens te gaan praten over Art. 27 t.m. 29 om daarna te bezien, of men werkelijk in de grondstukken der leer, zoals die zijn vervat in de drie formulieren van Enigheid, van eenzelfde gevoelen is. En eerst dan komt het „kerkelijk klimaat" aan de orde. Ieder kerkverband heeft zijn eigen ontwikkeling, zijn eigen historie gehad. Er is wel veel wijsheid nodig om te bepalen, waar de grens ligt, dat men op grondslag van Schrift en Belijdenis niet kan samengaan, als het gaat over het „kerkelijk klimaat." Dit geldt zowel voor samenspreking met dc Chr. Ger. Kerk als voor andere kerkverbanden", aldus de brief uit Rijssen. o •}: • o

Daar ik nogal wat brieven heb liggen over dit onderwerp, lijkt het me beter, niet meer te reageren, of het moet zijn over reeds geplaatste epistels. Dan heb ik daartegen geen bezwaar.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 mei 1966

Daniel | 20 Pagina's

Ware oecumene of kerkelijke verdeeldheid

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 mei 1966

Daniel | 20 Pagina's