JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Een rubriek voor en van onze jeugd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een rubriek voor en van onze jeugd

4 minuten leestijd

Van 8 tot 16

JULIANUS DE AFVALLIGE (2)

Maar wat er 's nachts gebeurt, is niet zo mooi. Als de inwoners van Nicomedië slapen wordt ergens in de stad zachtjes een deur geopend en treedt een jonge man stil naar buiten. Hij sluipt langs de huizen en blijft tenslotte bij een oud, vervallen gebouw staan. Het oude gebouw is een heidense tempel, die op bevel van keizer Constantius gesloten is. Wat moet die jonge man dan hier doen?

Kijk, daar gaat hij naar de zijkant van het gebouw, naar een klein onopvallend poortje en klopt er zachtjes op. Op gedempte toon wordt er van binnen een vraag gesteld en op het gegeven antwoord gaat het poortje open. Kom, laten we meegaan en zien wat daar binnen gebeurt. De deur wordt weer gesloten en de grendels gaan er voor. Daar binnen lopen priesters rond, ze zijn druk aan het werk. Wat doen zij toch? Ze zijn een jonge stier aan het slachten, het bloed wordt in een schotel opgevangen. De jonge man ontkleedt zich, waarop de priester hem met bloed besprenkelt. Wierookdampen stijgen op voor een stenen afgodsbeeld. Eerbiedig knielt de jonge man neer voor het beeld en aanbidt het.

Maar wat hier gebeurt mag toch niet? Het offeren aan de afgoden is toch verboden; de doodstraf staat er toch op?

Deze priesters houden nog vast aan het heidendom en zij hopen nog steeds dat hun tempel weer geopend zal worden en dat het heidendom weer in volle glorie zal hersteld v/orden. Wie was die jongen toch, die zich hier overgeeft aan de afgoden?

Dat is Julianus, de voorlezer van de grote christenkerk te Nicomedië. Hij meent het niet als hij zo ernstig kijkt en zo goed naar de prediking luistert; in zijn hart haat hij de christenen en veracht hij hun leer.

Het wereldrijk der Romeinen verkeert in ernstig gevaar. Aan alle kanten wordt het bedreigd. Constantius vreest dat hij de vijandelijke legers niet zal kunnen tegen houden. Welke maatregelen moet hij nu weer nemen om het gevaar te ontkomen? In deze grote nood stelt hij zijn neef Julianus aan als veldheer over de romeinse legioenen in het westen van het land. De keizer zelf trekt naar het oosten om daar de Perzen terug te slaan. Julianus is heel erg blij met deze vererende taak. Vier jaar lang strijdt hij tegen de Galliërs en hij overwint, keer op keer worden de Galliërs teruggedrongen. De keizer is jaloers op zijn neef en hij geeft bevel dat het grootste gedeelte van het leger naar het oosten moet komen; maar de soldaten hebben geen zin om hun dappere veldheer te verlaten en ze weigeren het bevel van hun keizer. Ja erger nog, ze roepen Julianus tot keizer over het westen uit. Nu is het nog gevaarlijker geworden; twee keizers in één land, dat wordt natuurlijk een burgeroorlog; een strijd op leven en dood. Doch, eensklaps krijgt hij het bericht dat keizer Constantius gesneuveld is tegen de Perzen. Julianus grijnst. Hij heeft zijn doel bereikt. Hij is alleenheerser over de Romeinen.

Nu hoeft hij ook niet langer te zwijgen over het heidendom. De heidense tempels worden op zijn bevel overal geopend; overal wordt de oude dienst weer hersteld. De priesters juichten, maar bij de christenen heerst schrik en ontsteltenis. Nu zullen de vervolgingen weer aanbreken en zal er weer bloed vergoten worden. Maar nee, dat is de keizer niet van plan. Hij zal op een andere manier maken dat het christendom onmogelijk wordt.

Overal worden de christenen uit hun ambt gezet. Hij schrijft ook boeken, waarin hij op gruwelijke wijze spot met de christenen. En met de Zoon van God. Hij geeft zijn soldaten bevel om de christenen zoveel mogelijk te sarren en te plagen. Wanneer de christenen bij Julianus komen klagen over het onrecht, dat hun wordt aangedaan, lacht hij erom en jaagt ze weg en

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 mei 1966

Daniel | 20 Pagina's

Een rubriek voor en van onze jeugd

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 mei 1966

Daniel | 20 Pagina's