JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

's ZONDAGS EN DOOR DE WEEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

's ZONDAGS EN DOOR DE WEEK

8 minuten leestijd

Wij jongeren

In militaire dienst.

„Naar aanleiding van uw brieven in „Daniël" over jongeren in hun werk wil ik ook proberen hier wat van te vertellen, want ik volg dit met zeer grote belangstelling." Zo begint de brief van deze keer.

„Ik ben n.1. in militaire dienst en dat is eigenlijk niet zozeer een werkkring die je voorgoed hebt, maar er zijn er toch heel wat die deze IV2 jaar doormaken, ook van onze kring. liet is wel eens moeilijk om een beetje behoorlijk naar je eigen levensovertuiging te leven, te meer omdat je vaak zo alleen staat.

Ik heb eerst 6 maanden in Amersfoort gelegen en och, daar ging het wel. Op zondag reizen deed ik niet, maar dan was ik de éne zondag thuis en de andere zondag moest ik weer daar zijn. Je ging dan 's zondags gewoon eten en dan kon je naar de kerk. Na kerktijd ging ik koffie drinken bij een kontakt-adres, en 's avonds was dat precies zo. Je was niet thuis maar je kon de zondag toch doorbrengen zoals je gewend was.

Nu zit ik al ruim 3 maanden in Duitsland. Daar is het heel anders, want je bent dan 5 weken weg, gemiddeld, en dan bijna een week thuis. Die 5 weken kan je natuurlijk ook wel naar de kerk maar niet zoals je gewend was. We zitten hier erg afgelegen en je bent dus helemaal aangewezen op een legerpredikant. Dat is ook wel een beste man, maar verder.. . . Het is elke zondagmorgen kerk om half 10. Voordat het begint is het meestal 10 minuten over tijd. Dan wordt er een kerkdienst gehouden die hooguit 45 minuten duurt waarin dan nog 5 of 6 keer gezongen wordt. Het komt eigenlijk hier op neer: als je maar in de kerk geweest bent en je belijdt dat je die week gezondigd hebt, dan is het weer goed. Als de kerk uitgaat ben je eigenlijk nog niks wijzer dan voor die tijd. Toch ga ik altijd naaide kerk want als je het niet doet, dan zeggen de andere jongens: „Kijk nou eens. Die gaat niet naar de kerk en hij heeft altijd van die vrome praatjes." Als je maar eerlijk en open bent tegenover de anderen, dan valt het echt nog wel mee met de vijandschap. Het is zelfs zo, dat ze nog wel er-respect voor je gens hebben, als je tenminste blijft vasthouden aan je overtuiging. Je hoort natuurlijk wel eens wat over „duffe kerel" enz., maar als ze zien dat je het echt meent dan laten ze je ook wel met rust. Verder is het op zondag, met kopen en met van alles, of er niks aan de hand is.

Ze zullen echt schik hebben als ik eens een keer dronken zou zijn, al was het van hun geld. Maar ik drink nooit alcohol. Ik hoop ook niet dat het zover zal komen, want dan zeggen ze: „Haha, kijk eens, als het maar van een ander z'n geld is, dan kunnen die fijnen wel drinken! Maar ze zijn te gierig om het zelf te betalen." Zo proberen ze geregeld je tc verleiden, hoewel ze niet ondraaglijk zijn. Ik kan best opschieten met sommigen, maar over kerk of geloof kan je niet praten. Verder kan er bijna niet gepraat worden zonder te vloeken en grote woorden te spreken. Aan de andere kant is het ook wel eens goed dat je zoiets meemaakt, want je leert wel meer en meer een afkeer van de wereld te krijgen. Je wordt er meer zelfstandig door. Het is heus ook niet zo, dat wij beter zijn dan zij die 2 of 3 keer per week dronken zijn, maar het is de hand van God die ons voor deze gruwelijke dingen bewaart. Wij zijn geneigd tot alle

kwaad. Je voelt je ook wel eens eenzaam, maar er is er toch altijd Een, Die gezegd heeft: „Komt tot Mij, allen die belast en vermoeid zijt." En dan is het wel eens groot als je dan nog niet in de zonde gevallen bent, voor het uiterlijke tenminste. We hoeven dan niet te zeggen dat wij zo sterk zijn dat we niet verleid kunnen worden. Maar het is enkel nog Gods bewarende hand."

De kerk in „dienst".

We hebben deze brief zo goed als in z'n geheel overgenomen. Zo kunnen jullie — en wij! — het best aanvoelen hoe het in militaire dienst toegaat, en wat de moeilijkheden zijn. Het is zeker belangrijk om daarover eens met elkaar te spreken in onze rubriek. Bijna alle jongens onder ons moeten, of zijn momenteel, in dienst, of zijn er al in geweest. En wie je ook spreekt, voor ieder is of was het een ingrijpende tijd! Het beschermende milieu valt ineens weg. Je staat alleen, midden in de wereld. Vooral ónze jongeren hebben het wel eens erg moeilijk. Laten ze er juist dan aan denken, dat er in de kerk door de gemeente altijd voor hen gebeden wordt!

Voor velen is de geestelijke verzorging in dienst een probleem. Aan de éne kant mag je blij zijn dat die er is. Dat is niet in alle landen zo! Het is dan ook voor de kerken een prachtkans om zoveel jongens, die vaak alleen in naam protestants zijn, in aanraking te brengen met het Evangelie. Dat eist van zo'11 legerpredikant eigenlijk het onmogelijke: hij moet open, vlot en toch ernstig, eerlijk, uit één stuk en nog veel meer zijn, om voor de meeste jongens toegankelijk te zijn. En dat heeft ook alleen dan nog maar waarde, als hij aan het Woord van God trouw blijft. Gelukkig zijn er zulke legerpredikanten. Maar van de anderen kunnen we dat soms zo moeilijk aannemen. Ons advies: blijf de diensten bezoeken, maar probeer een gesprek met zo'n dominee. Zeg eerlijk je bezwaren. Niet vanuit de hoogte, maar vanuit de Bijbel, — hoe gebrekkig je die misschien ook kent, en hoe weinig je jezelf misschien ook een echt Christen durft te noemen. Val niet over bijzaken, maar spreek over de kern, over bekering en geloof, en sta zelf naar de verlossing in Christus, Die je uit de macht van de zonde wil oprichten.

De wereld in „dienst".

Een tweede brief sluit bij deze eerste

mooi aan. Hij komt van een onderwijzer die ook in militaire dienst is. Hij schrijft o.a.: „Als ergens de tegenstelling spreekt tussen de zondag en „de maandag" dan is het toch geloof ik wel in dienst. Enerzijds de rust en de vrede van het weekeinde, thuis doorgebracht, met daarbij het op de zondag gezamenlijk opgaan naar Gods huis; anderzijds het verkeren in een sfeer, die indruist tegen alles wat je van thuis meegekregen hebt, meestal zonder mensen die hetzelfde denken en belijden. Zo bijvoorbeeld mijn eerste twee maanden in dienst, toen ik gelegerd was in een legerplaats van 4.000 man en er hooguit 10 jongens waren die de gereformeerde belijdenis toegedaan zijn.

Toch ben ik in de loop van mijn diensttijd over deze dingen heel anders gaan denken. Wanneer je werkelijk laat zien dat het je ernst is niet alleen voor je belijdenis uit te komen maar er ook naar te handelen krijg je van commandant en officieren hiertoe zoveel mogelijk medewerking (bijv. vrij van appèl om een kerkdienst bij te wonen, verlof op biddagen, enz.). Ook zul je dan door kameraden gerespecteerd worden en, al zal men je mening niet delen, meermalen hebben ze mij uit werkelijke interesse gevraagd iets te vertellen over de zaken van het geloof. Want meestal blijkt dan dat ze bij zichzelf een leegte ontdekken en geen raad weten met de zin van het leven. En dan is het, dacht ik, geweldig mooi om te kunnen getuigen. Natuurlijk moet dit gebeuren onder biddend opzien tot God want wat zijn wijzelf, dat wij bestand zijn tegen de in dienst ook vooral zo grote verleiding? Dat is de andere kant van de zaak, die wij vooral niet mogen onderschatten, maar toch ook niet overschatten. In dit licht bezien moeten wij het, geloof ik, zo stellen, dat het God Zelf is, Die de overheid als middel gebruikt, om ons onze dienst plicht te laten vervullen. Een plicht ten opzichte van God èn van de naaste."

Tot zover deze tweede briefschrijver. Hij vertelt ook nog over zijn burgerberoep, onderwijzer, dat hij „het geweldig mooi vindt" de kinderen te mogen vertellen over het Koninkrijk Gods. Daarover kunnen we nu natuurlijk niet verder doorgaan.

Er is één opvallend verschil met de eerste briefschrijver. Die schrijft: over kerk en geloof kan. je niet praten. Maar de kameraden van de tweede zijn er zelf wel over begonnen! Dat is inderdaad heel fijn. Heel moeilijk ook. Zoeken naar de juiste houding. Luisteren naar de bezwaren en erop ingaan. Misvattingen over het geloof ophelderen. Aansturen op Bijbellezen. Wijzen op de hoofdzaak van het Evangelie. Eigenlijk heb je daarvoor hetzelfde nodig wat onze zendingsmensen in andere landen en werelddelen net zo min kunnen missen: de werking van de Heilige Geest. Maar de Heere Jezus heeft ons verzekerd dat God Die zal geven, als wij Hem erom bidden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 mei 1966

Daniel | 20 Pagina's

's ZONDAGS EN DOOR DE WEEK

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 mei 1966

Daniel | 20 Pagina's