Gelaat - Gewaad - Gepraat
Van verschillende zijden is kritiek gekomen op een zinsnede, die voorkwam in het 7e deel van de serie artikelen van mijn hand, getiteld „Wij en de cultuur." (Daniël nr. 14 blz. 220). Ter verduidelijking zal ik het gedeelte hieronder laten volgen:
„God ziet het hart aan. Sommigen zeggen wel eens: Gods volk is te kennen aan gelaat, gewaad en gepraat. Zuiver Remonstrants, en heeft niets met de zuivere beleving van onze zonde te maken. Neen, door de daad zal men tonen, wie men dient."
Enkelen, zoals ik via een tussenpersoon vernam, hebben mijn bedoeling daarmee verkeerd begrepen.
Het ging er bij mij om, dat wanneer we op deze drie dingen alleen letten, dit geen waarborg is voor de vreze des Heeren.
Wij kunnen voorwerpelijk en beschouwelijk over de wegen des Heeren praten, maar als het niet onderwerpelijk doorleefd wordt, zal het te kort zijn voor de eeuwigheid.
Wij kunnen onder het besluisteren van een gevoelige preek ontroerd worden, het is nog geen zeker weten, dat God de tranen in Zijn fles heeft bewaard.
Wij kunnen in onze kleding sober zijn, ja zelfs altijd in het zwart, het geeft ons nog geen zekerheid, dat wij straks zullen bekleed worden met de klederen des heils en de mantel der gerechtigheid.
Wie daar allemaal zijn grond van maakt, en daarop bouwt, tracht zo door uiterlijkheden het Koninkrijk der hemelen te verdienen. Dan leven wij van gebod op gebod, en regel op regel. Dan juist komen wij gevaarlijk dicht bij de leer van het semi-pelagianisme en de Remonstranten. De mens doet zijn best, en Christus doet de rest. Gods volk heeft een volkomen Zaligmaker nodig. Wanneer we alleen letten op het gelaat, gewaad en gepraat dan bouwen we op losse zandgronden van algemene, wettische overtuiging, gepaard met gemoedelijke vroomheid.
Laten we kijken naar de Farizeeën; zij beroemden zich erop Abraham's zaad te zijn. Zij waren kenbaar aan gelaat, gewaad en gepraat, maar zij waren het juist, die de Zaligmaker ter dood brachten. Denk aan Judas Iskarioth en Simon de tovenaar. Daarom heb ik er juist achter gezet: „Neen, door de daad zal men tonen, wie men dient."
Christus spreekt ervan in Matth. 7 vrs. 21.
„Wiet een iegelijk, die tot mij zegt: Heero, Heere zal ingaan in het koninkrijk der hemelen; maar die daar doet de wil Mijns Vaders, die in de hemelen is."
Dit, voor zover het alle Christenen betreft ziet niet alleen op een uitwendige gehoorzaamheid aan Gods wil in Zijn wet geopenbaard. Noch ook op de blote onderwerping aan de evangelische inzettingen; maar het beoogt voornamelijk het geloof in Christus, tot leven en zaligheid, hetwelk de bron is van alle evangelische gehoorzaamheid, cn zonder hetwelk God niets kan welgevallig zijn.
Hoe vinden we ook de daad, bij de zondares in het huis van Simon, een daad, waarop de Goddelijke vrijspraak volgde. Hoe vinden we ook de daad, bij de geloofshelden uit Hebr. 11, zoals Abram, Rachab, Mozes, ja deze zijn meer dan overwinnaars. Hoe vinden we de c/aad bij Ruth op de grenzen van Moab. Hun gewaad was eender: ze droegen beiden het weduwekleed: Hun gelaat was hetzelfde: allebei weenden ze.
Hun spraak was gelijk: Wij zullen zekerlijk met U wederkeren tot uw volk. Maar de daad bewees het: Orpa vertrok naar Moab, maar Ruth kleefde haar schoonmoeder aan.
En wat houdt die daad in?
1. Zelfkennis. D.w.z. dat zij zichzelf leren kennen, zoals ze waarlijk door de zonden geworden zijn, dat is een gans krom cn verdraaid en dwaas schepsel.
2. Zelf veroordeling. Zij keuren zichzelf des doods en des eeuwigen verderfs waardig en gevoelen, dat ze niet het minste recht of aanspraak op één van Gods zegeningen hebben.
3. Zelf verf oeiïng. Zij krijgen een walg van zichzelf, melaats en geheel zondig.
4. Godskennis. Zodat ze Hem leren kennen niet alleen als een vreselijke majesteit, als een verterend vuur voor de goddelozen maar ook in Zijn onbegrijpelijke liefde en genade.
5. Godsliefde. Zij gaan zingen: God heb ik lief (Ps. 116).
6. Godsvreze. Dat is die vrees, die Salomo op het oog had, toen hij zei de: Welgelukzalig is hij, die geduriglijk vreest.
7. Waarheidsliefde. Daardoor verfoeien zij alle huichelachtigheid bij zichzelf en bij anderen.
8. Liefde lot Jezus. Dan wordt hij gepast, onmisbaar, dierbaar. Ja, ze roepen uit: Al wat aan Hem is, is gans begeerlijk!
9. Kinderlijk geloof. Daardoor behagen zij de Heere en kleven Hem aan.
10. Levende hoop. Dat is de helm van de geestelijke strijder, zoals Paulus getuigt.
11. Liefde tot godzaligheid. Zij wensen voor God te leven.
11. Ootmoed. Zij worden nederig voor de Ileei-e cn voor elkander.
13. Blijdschap. Deze heeft tot voorwerp de God aller blijdschap en de blijde boodschap des heils.
14. Vrede. Daarvan getuigt Jesaja: En de vrede uwer kinderen zal groot zijn.
15. Lankmoedigheid. Dat is een stille, vertrouwende gestalte tegenover de Heere.
16. Goedertierenheid. Dat is de gezindheid om onze naaste nuttig te mogen zijn, tot zijn tijdelijk en eeuwig heil.
17. Goedheid. Hiermede wordt bedoeld goeddadigheid en milddadigheid te bewijzen aan alle mensen, maar het meest aan de huisgenoten Gods.
18. Matigheid. Hieronder mogen wij verstaan een krachtige intoming van onmatige begeerten, zowel t.o.v. de Heere als t.a.v. Goddelijke zaken.
Maar bij dit alles moeten ze de bede van de psalmist op cle lippen nemen:
„Och, schonk Gij mij de hidp van Uwe Geest, Mocht die mij op mijn paan ten leidsman strekken."
De ware gelovigen zullen straks rusten mogen van hun arbeid en hun werken zullen hen volgen, want er blijft een rust over voor het volk van God.
Deze rust is hun deel in het leven, als zij door het geloof op Christus steunen, deze rust genieten zij in volkomener mate na het sterven, maar de rust wordt pas volmaakt, als zij na de opstanding der doden met ziel en lichaam God dienen.
Dan zal als het ware een gordijn worden weggeschoven en zij aanschouwen een panorama, zo adembenemend, dat de gelukzaligen sprakeloos zullen neervallen voor de alleen-wijze God om daarna uit te barsten in het grote Hallelujah!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 mei 1966
Daniel | 11 Pagina's