Ware oecumene of kerkelijke verdeeldheid
Een lezer uit Oude Ton ge schrijft hierover:
ik geloof, dat de meeste verdeeldheid mensenwerk is en geen Gods werk. Wij hebben vonden gezocht om met die broeders te twisten en dan maar weer een nieuw genootschap gesticht, omdat we onze naaste niet willen verdragen. Liever met een stapel „oude schrijvers", dan naar een kerk gaan des zondags of door de week. Die oude schrijver zou ze met een stok naar de kerk slaan als hij nog leefde! Dat is de plaats, waar samenkomst der gelovigen hier op aarde kan plaats vinden (Gods huis!). Geen gemeenschap, omdat ik met die man of die vrouw of die dominee onder één dak kom.
Op alle vijf punten ben ik het met de briefschrijver uit Rijsscn in grote lijnen eens. Ik houd niet van muggen uitzuigen enz. Het is verschrikkelijk, dat kinderen van één Schepper elkander niet willen erkennen, mede omdat ze bang zijn, dat de één meer is dan de ander.
Het zal voor de Oud-Testamentische gelovige niet meevallen om de Samaritaan de hand te reiken. Dat staat niet in zijn „Talmud". Om met verhit hoofd van vroegere strijd, waarbij zelfs het woord „verraad" viel, tezamen ootmoedig voor God verloren te komen liggen, maar dan ook verloren voor
zichzelf. Juist de verbetenheid, wie toch de meeste zal zijn en vermeende rechten heeft, zal het moeilijk maken om elkaar te vinden.
God wil er om gebeden zijn, ook om eenheid en niet zelf oordelen wie er naast ons mag staan. Oordeel niet, opdat ge niet geoordeeld wordt."
Een vriend uit Rotterdam schrijft: „Het is verheugend, dat u dit onderwerp in diskussie wil nemen. Met de briefschrijver uit Rijssen ben ik het volkomen eens, dat we niet alleen vrome wensen uit moeten spreken, maar dat de tijd rijp is, dat we daadwerkelijk over de verdeeldheid moeten gaan samenspreken. We mogen niet passief afwachten, totdat er misschien een ander kerkgenootschap mee begint. En vooral niet de houding aannemen: Laten ze maar naar ons toekomen, want bij ons is de zuivere waarheid te vinden. Al horen we dit dan niet openlijk verkondigen, vaak merken we het, dat ze het bedoelen.
Hoe anders lezen we in de Bijbel, als daar staat: „Wandelt waardiglijk het Evangelie van Christus, opdat hetzij ik kom en u zie, hetzij ik afwezig ben, van uw zaken mag horen, dat gij staat in één geest, met één gemoed gezamenlijk strijdende door het geloof van het Evangelie". En op een andere plaats, waar Jezus zegt: „Opdat zij allen één zijn, zodat de wereld gelooft, dat Gij Mij gezonden hebt."
Wie naar de Heilige Schrift wil leven, zal de zaak van de eenheid der kerken als een brandende kwestie moeten zien. Want maken wij niet van veel bijzaken hoofdzaken? "
Beide vrienden hartelijk dank voor hun brieven.
Lezers, denk over deze kwestie nog eens na en bespreek het op uw verenigingen en stuur uw bevindingen dan
Gesprekleider.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 mei 1966
Daniel | 11 Pagina's