JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De kracht vernieuwd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De kracht vernieuwd

5 minuten leestijd

„Maar die de IIeere verwachten zullen de kracht vernieuwen" (Jesaja 40 : 31a).

Ieder heeft van tijd tot tijd rust nodig. Velen zoeken de stilte op waar men even kan genieten van de vrije natuur. Waar men nieuwe kracht kan opdoen om weer verfrist te kunnen beginnen wanneer het werk weer roept. Alles wordt dan weer anders gezien. Moeilijkheden waar men als een berg tegen opzag worden aangepakt en weggenomen. Kortom, men gevoelt weer nieuwe kracht en nieuwe lust om voort te gaan.

Nu spreekt ook Jesaja van krachtsvernieuwing. Deze vernieuwing is nog heerlijker en nog noodzakelijker dan de lichamelijke. Hier gaat het over de vernieuwing van zielekracht. Ook onze ziel kan zo uitgeput, slap en mat zijn dat wij niet meer tot geestelijke arbeid in staat zijn, maar een algehele inzinking nabij. Jesaja zegt ons wie deze vernieuwing te beurt zal vallen. Het zal zijn voor degenen die de Heere verwachten.

Hiermee noemt hij één der eigenschappen van het volk, dat naar Gods Naam is genoemd. Een eigenschap van een Christen. Aan het slot van een schriftgedeelte, wat van een heerlijke rust gewaagt, spreekt hij deze woorden. Hij mag het volk troosten, de straftijd is voorbij. De ongerechtigheid is verzoend. Maar Israël neemt de troost niet aan. In ongeloof en ellende klaagt het: „Mijn weg is voor de Heere verborgen en mijn recht gaat van mijn God voorbij." Israël wilde Gods trouw en liefde afmeten naar de omstandigheden waarin zij nu waren. Israël wilde een bezittend volk zijn in plaats van een verwachtend volk.

Dat is ook de kwaal waaraan menigeen onder ons lijdt. Het is zo moeilijk te verwachten op Gods toezeggingen. Als de Wet verdoemt en de satan spot, als onze bekering en bevinding in duigen valt door de telkens weer terugkerende zonden. Als we aan al onze goede voornemens beginnen te wanhopen en geen cent meer geven voor hetgeen wij allemaal aan de Heere beloofd hebben. Om dan nochtans de Heere te verwachten. Te verwachten dat Christus komen zal om al Zijn en mijn vijanden onder Zijn voeten te verpletteren. Te verwachten dat de veroordelende kracht dei-Wet eens zal ophouden, dat de duivel en de wereld niet eeuwig feest zullen vieren over ons en dat al het lijden eenmaal zal ophouden en de eeuwige troost de onze zal zijn. Dat Christus onze verlossing heeft vastgemaakt in Zijn bloed.

Wat voor grond hebben wij om zulke

dingen te verwachten? Dat de Heere onze uitgedroogde en moegestreden zielen de kracht zal vernieuwen? Dat wij eens de zonde en de satan en de hele wereld zullen te boven komen. Dat wij eens zullen drinken uit die frisse stromen van Jezus' verdienste en zullen weiden in de grazige weiden van Zijn heil en gerechtigheid? Hoe kunnen wij dat nu verwachten daar wij juist een menigte van tegenstrijdige dingen in ons zien. Daar wij onze onheiligheid en geestelijke traagheid van dag tot dag meer zien en ze vaak niet eens bewenen kunnen? De enige grond die wij hebben om de Heere te verwachten is de gerechtigheid des geloofs in Christus' bloed. Want de zaak van een arme en ellendige en de zaak van Christus loopt parallel. Want in het diepst van ons hart haten wij de zonden en de duivel en de wereld, haten wij ons biddeloos en geesteloos leven. Maar zo dit bij u gevonden wordt heeft u.een goede vriend in Jezus, want Die haat ook al die zonden. En daarom, „vreest niet gij klein kuddeke want het is uws Vaders welbehagen ulieden het Koninkrijk te geven." Te geven, leest u goed. Niet dat er voor het bezit van dat Koninkrijk niet geleden en gestreden is, maar dat is de zaak van Christus. Uw zaak is het nu dit met lijdzaamheid te verwachten. En dit verwachten wordt door de Heilige Geest levend gehouden in uw hart. Nooit is Gods kerk zonder verwachting. Wij mogen dan klagen en zuchten omdat de verwachting niet sterker is en begeren dat het alles beter moge worden, maar zonder verwachting laat de Heere geen van Zijn kinderen. Nu, die verwachting geeft ons levenskracht, verfrist onze geest en vernieuwt onze gedaante.

Die met zijn hand heeft geschreven „Tk ben des Ileeren", die late het staan en herroepe niet, al werpen alle vijanden zich op hem. Wat vermogen alle watervloeden van zonden, van lijden, van nood en dood tegen hem die zich op de Heere werpt? Want het Woord van Christus klinkt reeds: Laat los zonde, dood, duivel en hel, want waar Ik ben, aldaar zal ook Mijn dienaar zijn.

Verwachten wij reeds zo de Heere? Deze verwachting zal niet afgesneden worden, maar ons met nieuwe kracht doen ontwaken.

„Laat mij door deze honingspijs Gesterkt nu op mijn pelgrimsreis, blijmoedig voorwaarts treden. O hemelbrood, nooit scheide mij van uw Egypte's lekkernij of zijn aanlok! ijkheden. Heer, hou U trouw aan Uwe tortel. Jesse's icortel Geef daarboven,

en Pand beloven." Ds. L. Huisman.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 mei 1966

Daniel | 11 Pagina's

De kracht vernieuwd

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 mei 1966

Daniel | 11 Pagina's