Ware oecumene of kerkelijke verdeeldheid.
Allereerst een aanvulling op een reeds geplaatste reaktie uit Kampen. Schrijver noemde in zijn brief de drie predikanten ds. L. Rijksen, ds. A. F. Honkoop en ds. A. Vergunst. Daarnaast meldt hij mij nu ook de namen van de drie deputaten-ouderlingen, eveneens voor dit doel door de Synode aangewezen, t.w. J. van Beveren, Den Haag, J. }. Geluk van Gorinchem en A. de Priester van Middelburg. De aandachtige lezer wil dit dan wel voor zich zelf tussenvoegen?
Dan ga ik nu verder met een brief uit Rotterdam. Opsteller wil hierin de 5 punten behandelen, die de schrijver uit Rijssen opsomde (Dan. nr. 17).
1 en 2: Van harte onderschrijf ik dc mening, dat wij moeten streven naar en bidden voor eenheid van allen, die de waarheid liefhebben op grond van Schrift en Belijdenis.
3. De punten, die „onder de belijdenis staan", mogen een gesprek niet doen afbreken. Maar we mogen ook nooit onder dit standpunt een dwaling laten bestaan, ook al noemt men die dwaling „onder de belijdenis staande." Schrijver uit Rijssen noemt als zodanig op o.a.: aanbod van genade, en algemene genade. Maar dit zijn nu juist punten, waarop zo ontzettend wordt gedwaald, ook en vooral in deze tijd. Dat verschillende oudvaders hier verschillend over dachten, mag voor ons geen reden zijn, allerlei leervoorstellingen zo maar toe te laten. De eerste stap op de weg van algehele afglijding van de leer der Waarheid is toelaten van een „kleine" of „lichte" afwijking van die leer, ook al noemt men dit dan nog maar een „nuanceverschil", die toch nogal rechtzinnig lijkt.
De schrijver uit Middelburg (Dan. nr. 19) wil zelfs Hellenbroek een „verbond der verlossing" laten leren. Ik raad hem aan: lees eens hoofdstuk VIII vraag 2 van zijn vragenboekje. En ook de weerlegging van de drie-verbondenleer door ds. G. H. Kersten. Ik denk, dat, als onze Middelburger namens de Ger. Gem. eens samensprekingen ging houden, wij dan al ras één met de Ger. Kerken zouden zijn. Daarom moet altijd nauw toegekeken worden, of niet wordt afgeweken ter rechter of ter linker zijde.
4. Samenspreking moet, waar mogelijk, ook gehouden worden met allerlei kleinere kerkgroepen en vrije gemeenten, die met ons op dezelfde basis des geloofs staan. Zij zijn ontstaan, soms mede door de schuld van de Ger. Gcm.
5. Samenspreking met de Chr. Ger. Kerken moeten echter afgewezen worden. Immers moet men voor samenspreking een grondslag hebben. En die grondslag is voor ons: Schrift en Belijdenis. Bij de Chr. Ger. Kerken is dit echter: Nieuwe vertaling en Belijdenis (zeker bij de „top" van de Chr. Ger. Kerken). Dit is m.i. een zeer grote kloof tussen de Ger. Gem. en de Chr. Ger. Kerken en niet van ondergeschikt belang, zoals de tweede Middelburgse schrijver veronderstelt. (lees het pas verschenen boekje „Statenvertaling contra Nieuwe Vertaling").
Zo is er nog veel meer in de Chr. Ger. Kerken, dat ons verontrust. Denk aan de laatste Gen. Synode, waar besloten werd allerlei formulieren te veranderen (lees: de scherpe kantjes er af te vijlen) en de televisie te aanvaarden voor de Evangelieverkondiging. De gemeenschappelijke grondslag wordt steeds kleiner. Hier past ons m.i. slechts een vermanend getuigenis; geen samenspreking, die tenslotte toch altijd vereniging ten doel heeft.
Tenslotte wil ik de hoop uitspreken, dat de werkzaamheden van het deputaatschap voor samenspreking met de Oud Ger. Gem. en Ger. Gem. in Nederland met de zegen des Heeren bekroond mogen worden."
Een tweede brief heb ik hier uit Leiden, „Wanneer we deel uitmaken van de zichtbare kerk, zullen we ook haar eenheid moeten eren en die bevorderen met ons gebed en ons samenspreken met andersdenkenden", zo schrijft hij. „En dan geloven wij niet, dat we al die verschillen, die er door de jaren zijn gegroeid, zoals aanbod van genade, verbondsleer, uitverkiezing, avondmaal enz. moeten gaan oplossen om dan pas samen te kunnen gaan. Augustinus zegt, dat wij moeten verbeteren wat wij kunnen en wat wij niet verbeteren kunnen, met lijdzaamheid dragen. Als Calvijn spreekt over de kenmerken van de kerk, schrijft hij: Waar de verkondiging des Woords met eerbied wordt gehoord en de sacramenten niet verwaarloosd worden, ziet men een zekere niet te betwijfelen gestalte der kerk. Haar gezag mag niemand verachten, noch haar vermaningen verwerpen, noch minder haar eenheid verbreken, en van haar afvallen." En daarom zouden wij, aansluitend aan de laatste brief uit Middelburg, willen zeggen: Niet alleen met de Ger. Gem. in Nederland, Oud Ger. en Chr. Ger., maar ook met Hervormd en Vrijgemaakt. Geen gedeeltelijke eenheid met hen, waar we het gemakkelijk mee eens kunnen worden, maar ook met hen waar grotere problemen en verschillen zijn. Om ze op te lossen? Nee, maar om ze ondergeschikt te maken aan de wil van Christus. Ik wil, dat zij allen één zijn. Calvijn merkt nog op: In cle tijd van Christus en de apostelen is het noch cle hopeloze goddeloosheid der Farizeën, noch de algemeen heersende ongebondenheid des levens geweest, die Christus heeft kunnen verhinderen om dezelfde offeranden met het volk te gebruiken, of in dezelfde tempel saam te komen tot openbare oefening van de godsdienst." Verder zou ik willen aan-
raden, de Institutie van Calvijn te lezen, boek 4, hoofdstuk I".
Voor ditmaal is onze plaatsruimte weer vol. Hartelijk dank voor de brieven.
Gesprekleider.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 april 1966
Daniel | 16 Pagina's