JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Schriftoverdenking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Schriftoverdenking

4 minuten leestijd

En Thomas antwoordde en zeide tot Hem: Mijn Heere en mijn God." (Joh.20 : 28)

Thomas, één der discipelen van Christus, is tot deze Godverheerlijken de en zielszaligende geloofsbelijdenis gekomen, doordat de grote Herder der schapen zich aan hem heeft willen openbaren.

Ook Thomas is door het zwaard der gerechtigheid Gods wat zijn Herder treffen moest, verstrooid geworden, gelijk de andere discipelen, doch naar 's Heeren belofte zou ook deze kleine vergaderd worden.

Als het dan avond was op dezelfde eerste dag der week, waren tien apostelen vergaderd met gesloten deuren vanwege hun vreze voor de vijandschap der Joden. Op deze vergadering is de grote Apostel hunner belijdenis gekomen en heeft zich geopenbaard. In deze samenkomst heeft hun Zender de opdracht gegeven: Gelijkerwijs Mij de Vader gezonden heeft, zend Ik ook ulieden, alsmede de gaven des Geestes geschonken die hun nodig waren tot versterking van het geloof, totdat de volheid derzelve die hun nodig was tot de uitvoering van het apostelambt hun gegeven zou worden op de Pinksterdag. Eveneens heeft Christus hun ambtelijk werk verklaard, zeggende: „Zo gij iemands zonden vergeeft, die worden zij vergeven; zo gij iemands zonden houdt, die zijn zij gehouden." Doch één apostel was niet tegenwoordig. Thomas, één van de twaalven, gezegd Didymus, was niet met hen toen Jezus daar kwam. Wat de oorzaak van Thomas' afwezigheid betreft, zijn er verschillende gedachten geuit, doch weinig of niets bewezen aangaande zijn wettige of onwettige verhindering. Wel weten we dat, nadat door de andere apostelen hem de opstanding van Christus verkondigd was, Jezus Thomas beschamend bestraft heeft over zijn ongeloof doch niet voor zijn afwezigheid.

Thomas heeft op het gezag-en getrouwvol getuigenis der andere apostelen niet kunnen geloven en begeerde de zelfopenbaring der opgestane Christus en de gevoelige betasting en aanschouwing Zijner kruiswonden. Opmerkelijk is, dat Christus niet twee, drie of vier dagen later zich aan hem openbaart, doch acht dagen wacht, en juist op de eerste dag der week verschijnt Christus ten tweede male in de kring der apostelen, nu vergaderd met Thomas. Daaruit blijkt zonneklaar, dat de eerste dag der week door de Heere van de Sabbath gesteld is tot de Sabbath der nieuwe bedeling, dus op de tweede wettige Sabbath verschijnt Hij niet alleen om Thomas doch ook om de Kerk.

De grote Ambtsdrager der Kerk is begonnen met twaalf apostelen, waarvan

Judas is afgevallen. Op de eerste Sabbath waren er tien, op de tweede Sabbath elf aanwezig, de twaalfde apostel wordt straks door Christus Zelf geroepen, alzo blijkt hier Zijn trouw betreffende Zijn Kerk, wijl de apostelen voor de gemeente Gods gezien, gehoord en getast hebben van het Woord des Levens dat door hen is verkondigd: „en wij hebben het Profetisch Woord, dat zeer vast is en gij doet wel dat gij daarop acht hebt." Alzo heeft Thomas door aanschouwen, horen en tasten beleden: „Mijn Heere en mijn God."

Dierbare geloofsbelijdenis. Mijn Heere, mijn wettige Eigenaar, door Hem verkoren en gekocht, niet met goud of zilver, maar met Zijn dierbaar bloed. O, onbevattelijke liefdeprijs waarmede Hij voldeed aan het Goddelijke recht, zich opofferende aan Zijn Vader, tot het enige slachtoffer, Gode een welriekende reuk voor Thomas en Zijn gehele Gemeente.

Hij verbrak de banden des ongeloofs en verloste ook dit schaap en tevens apostel uit alle strikken en uit het geweld des Satans, om hem tot een eeuwig eigendom te maken. Thomas is hier voor tijd en eeuwigheid, naar ziel en lichaam, ambtelijk en persoonlijk voor rekening van Christus en buigt zich in volkomen overgave des harten voor Hem neer, sprekende: ijn Heere, mijn Goël, mijn Verlosser, mijn Gebieder, om kinderlijk en knechtelijk Hem dienstbaar te zijn. Mijn Heere en mijn God, hier uit zich het geloof in aanbidding, hij vindt God in Christus terug. In Joh. 14 : 5 heeft Thomas gevraagd: Heere wij weten niet waar Gij heengaat, en hoe kunnen wij de weg weten? " En over Jezus' antwoord valt nu het licht: Ik ben de weg en de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij." O, voortreffelijke geloofskennis van, en geloofsbetrouwen op Christus, buiten hem verliest Gods volk alles, ja zichzelf, waarop het zich voortijds grondde. Opdat Christus door het geloof in hun harten zou wonen en in de liefde geworteld zouden leren roemen door de Heilige Geest:

„Mijn God U zal ik eeuwig loven Omdat Gij 't hebt gedaan, 'k Verwacht Uw trouwe hulp van boven,

Uw waarheid zal bestaan. Uw naam is voor 't oprecht gemoed, Van al Uw gunstvolk goed." (Ps. 52 : 7).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 april 1966

Daniel | 16 Pagina's

Schriftoverdenking

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 april 1966

Daniel | 16 Pagina's