JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

BIJBELSCHETS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BIJBELSCHETS

4 minuten leestijd

De opgestane Levensvorst blijft de goede Herder. (Joh. 20 : 1-20).

Ook in de beschrijving van de gebeurtenissen rondom de opstanding van Christus blijkt het onderscheid tussen de eerste drie Evangelisten en Johannes.

Johannes gaat niet meer herhalen, wat de eerste drie reeds beschreven hebben, maar hij voegt er wel een aantal nieuwe gegevens aan toe met de bedoeling zo het geloof van zijn lezers te versterken. Johannes laat in zijn beschrijving vooral uitkomen dat al is door de opstanding er een grote verandering gekomen in de staat van Christus, Hij nochtans Dezelfde is gebleven in Zijn liefde en tederheid en trouw.

Ook de opgestane Levensvorst is de goede Herder gebleven, Die Zijn treurende en dwalende schapen opzoekt en hoort.

De eerste naam, die Johannes noemt, is die van Maria Magdalena, de gevoelige vrouw, die door het sterven van de Heere Jezus geheel in de war was geraakt.

Onweerstaanbaar wordt zij op die zondagmorgen naar het graf van de Heere Jezus heengetrokken. Zij verkiest een dode Jezus nog van harte boven het

deel der wereld. Al is alles zo anders gelopen, dan zij verwacht had, haar liefde tot Christus is geen ogenblik verminderd.

Wanneer Maria echter bij het graf komt, vindt zij dit leeg en dan rent zij naar Petrus en Johannes om hun in diepe smart te boodschappen: , , Zij hebben de Heere weggenomen uit het graf en wij weten niet, waar zij Hem gelegd hebben." Zij denkt geen ogenblik aan de opstanding.

Dan begeven Petrus en Johannes zich ook naar het graf. Johannes is eerder bij het graf dan Petrus.

Dit is de eerste keer in Petrus' leven, dat hij niet de eerste is. Sommigen menen, dat Johannes sneller kon lopen dan Petrus, omdat Johannes veel jonger was dan Petrus. Het is echter niet de last van zijn jaren, die Petnis' stap vertraagt, maar de last van zijn schuld (verloochening).

Johannes gaat echter het graf niet binnen. Wel ziet hij de lijkwindsels en ergens anders de zweetdoek ordelijk opgerold. Van deze orde in het graf gaat de duidelijke prediking uit, dat het lichaam van Jezus niet gestolen kan zijn. Wanneer de impulsieve Petrus het graf binnen gaat, volgt Johanes hem en.... gelóóft. De feiten in het lege graf zijn het middel om het opstandingsgeloof bij hem te doen doorbreken.

Petrus is echter zover nog niet. Volgens Luc. 24 : 12 was er bij Petrus alleen nog maar een zich verwonderen.

Wanneer de discipelen weer naar huis zijn gegaan, blijft Maria, vol diepe smart, alléén bij het graf achter.

Als een gebroken mens staat zij daar. Zij kan het echter niet laten nog eens in het graf te blikken en dan ziet ze twee engelen. Ze is echter zó verdoofd van droefheid om het gemis van Jezus, dat ze zich nauwelijks verbaast. Maar dan staat de opgestane Christus vlak achter haar. Hij vraagt haar: „Wie zoekt Gij? "

Maria herkent Jezus niet. Zij denkt dat het de hovenier is. De gedachte aan de opstanding komt ook bij haar niet op. Zij leeft en denkt in de sfeer van voorheen.

Ze heeft Jezus nog steeds voor ogen in Zijn aardse gestalte, in Zijn vernedering.

Met één woord breekt Jezus echter haar banden: „Maria."

Door de intonatie van Zijn stem herkent dit dwalende schaap de stem van de goede Herder. In aanbidding valt ze neer en grijpt Jezus' voeten en roept uit: „Rabbouni" d.w.z. „Mijn Meester". Ze wil in haar overstelpende vreugde Jezus vasthouden en weer terug naar het vroegere leven van de tastbare omgang met Christus. Maar dat kan niet. Door de opstanding van Christus komt er nu een andere, een veel heerlijker betrekking en verhouding dan voorheen. Daarom zegt Christus tegen haar: „Raak Mij niet aan, " lett. „houd Mij niet vast."

Christus is thans in een proces van overgang, want straks gaat Hij ten hemel (vs. 17).

Maria mag de opstanding gaan boodschappen aan de discipelen. En dan op dezelfde avond bezoekt Jezus als de trouwe Herder Zijn discipelen, die als een klein kuddeke vol vrees bij elkaar zitten. De deuren zijn wel gesloten, maar voor de opgestane Christus bestaan geen gesloten deuren.

Wat zijn deze schapen verblijd, als ze de stem van de Herder horen.

Opnieuw wordt vervuld: De opgestane Levensvorst blijft de goede Herder.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 april 1966

Daniel | 16 Pagina's

BIJBELSCHETS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 april 1966

Daniel | 16 Pagina's