VRAGEN N.A.V. „HET GEZIN IN ONZE SAMENLEVING"
3.
In deze lezing kwamen nog even de moeilijke kinderen aan bod. Daarbij heb ik gezegd dat het me opgevallen is dat die kinderen dikwijls voorkomen in de middengroep van een groot gezin. Misschien heb ik het wat ongelukkig gezegd. In ieder geval concludeerde een van de aanwezigen hieruit dat ik tegen het grote gezin was. Ze vond het jammer dat ik het zo stelde en merkte op dat zij als moeder van elf kinderen meer kans heeft op een moeilijke zoon of dochter dan ouders met b.v. twee kinderen. Dit is inderdaad waar maar het is niet het enige wat hierover te zeggen valt. Ouders van een groot gezin hebben een zware taak. Ieder kind is een eigen persoonlijkheid en heeft de bij hem passende behandeling en aandacht nodig. Heeft men nu een groot gezin, dan valt het niet mee elk kind op de juiste wijze te behandelen. Voor de oudsten hebben vader en moeder nog wel voldoende tijd en aandacht, evenals voor de jongsten. De middelsten daarentegen moeten het met minder doen. Dit kan zo'n kind gesloten, stiekem en aggressief maken. De ouders merken dit meestal te laat of ze komen nooit achter de oorzaak van dat moeilijke gedrag. En dit nu heb ik hiermee willen zeggen. Hoe druk een gezin ook is, er moét gelegenheid blijven voor een openhartig gesprek met ieder van de kinderen. Overigens wil ik hierbij wel opmerken dat een groot gezin bijzondere voordelen biedt. Het kind leert snel z'n eigen boontjes te doppen, zowel in het gezin als daarbuiten. Zijn er niet zo veel kinderen, dan zijn de ouders vaak geneigd hun kind teveel te helpen. Ongemerkt wordt het daardoor zo egoistisch en egocentrisch dat het aan de eisen van de maatschappij niet kan voldoen. De problemen en moeilijkheden werden altijd voor hem opgelost. Hoe kan het dan bij z'n intree in de maatschappij ineens in staat zijn dit zelf te doen? Van jongsaf moet de mens dit steeds meer leren, waarbij de hulp van de ouders geleidelijk aan minder wordt.
Hieraan wil ik tegelijkertijd de vraag vastknopen wat mijn mening is over het buitenshuis werken van de moeder. Om dit te kunnen beoordelen moeten we de motieven nagaan. Baby, kleuter en schoolkind zijn zozeer op de zorg van de moeder aangewezen, dat ze niet gemist kan worden in het gezin. Zijn de kinderen echter groter en zelfstandiger, dan schrompelt de taak van de moeder in. Voor haar gezin en haarzelf is het niet goed dat ze zich hoofdzakelijk met haar huishoudentje bezig houdt, al wil dit nog niet zeggen dat ze nu ook direct een baan moet gaan zoeken. Maar is dan niet het moment gekomen waarop U uw werkterrein kunt uitbreiden? Wat een dankbaar werk wacht U niet in uw kerkelijke gemeente en omgeving? Zieken, bejaarden, een bezoekje hier, een attentie daar. Ik geloof dat dit zelfs plicht is. Vooral zij, die waarschijnlijk verdrietig zijn over het feit dat ze geen kinderen hebben, kunnen hierin veel voldoening vinden. In dit laatste geval is het ook helemaal niet erg dat deze mensen een baan zoeken. Als een vrouw alleen maar het wereldje van haar huishoudentje en wat bezoekjes heeft moet ze wel een onvoldaan gevoel krijgen, hetgeen haar heus niet zal steunen in haar verdriet en gemis. Dan is het haar taak zich op een andere manier nuttig te maken. Wanneer een vrouw echter gaat werken voor een mooi-
er en beter ingericht huis, een auto, een dure vakantie etc. en daarvoor een goede ontplooiing van haar kinderen moet opofferen, dan zit ze op een verkeerd spoor. Maar dat is voor iedereen duidelijk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 april 1966
Daniel | 16 Pagina's