JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Een rubriek voor en van onze jeugd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een rubriek voor en van onze jeugd

6 minuten leestijd

We beginnen nu eens met een gelijkenis.

„De barmhartige Samaritaan"

Er reisde een man van Jeruzalem naar Jericho. De weg liep langs rotsen, kuilen en woestijnen. De weg was erg onveilig. De reiziger had veel goederen bij zich: goud, zilver, klederen, enz. Hij was al een eind op weg, toen opeens struikrovers op hem toesprongen. O, verschrikkelijk, ze namen alles mee, wat hij bij zich had en sloegen hem zo hard, dat hij halfdood op de grond viel. En de struikrovers er natuurlijk vandoor. O, wat had hij een pijn, hier een wond en daar een, hij bloedde verschrikkelijk. Toen hij daar zo lag hoorde hij voetstappen. Zie eens goed ja hoor, het is een priester. O, maar die zal hem vast wel helpen. Natuurlijk, 't is een vroom man. Hij is een dienstknecht van God. Hij heeft gebeden in de hemel en heeft daarna zijn handen uitgebreid om het volk te zegenen. En nu is hij op weg naar zijn vrouw en kinderen, naar Jericho. Maar de priester heeft nauwelijks de ongelukkige zien liggen of hij begint harder te lopen. Hij heeft maar even gekeken. Zal ik die man helpen? Nee hoor, straks vallen ze mij ook nog aan, laat ik maar gauw maken dat ik wegkom. Och, denkt die arme man, helpt hij mij niet eens! Kent hij dan Gods wet niet? Teleurgesteld laat hij het hoofd weer zakken. Even later hoort hij weer voetstappen. Wie zou dat nu wezen? Ook een priester? O, als die hem eens hielp, wat zou dat fijn zijn. Maar neen, 't is een leviet. Maar dat is ook een vroom man, die zal hem zeker helpen. Maar deze loopt nog haastiger dan zijn voorganger voorbij. Nu begint de man, die op de grond ligt zich zorgen te maken; moet hij met die vreselijke pijn hier heel de nacht blijven liggen? O, maar dat kan niet. En dat hoeft niet. Hoor, daar klinken zware voetstappen, die snel naderbij komen. Wie zou het zijn? Een Samaritaan met z'n ezel. O, maar die zal hem vast niet helpen. De Joden hebben immers een hekel aan Samaritanen en Samaritanen aan Joden. Wie weet, zal deze man hem nog meer leed aandoen. Maar neen, dat valt mee. Deze man weet wat het betekent de naaste lief te hebben. Hij houdt direkt stil en knielt naast de ongelukkige neer. Als hij ziet wat er aan de hand is gaat hij aan het werk. Hij wast de wonden en giet er olie in. Wat verzacht dat. Dan beurt hij hem op zijn ezel en heel voorzichtig trekken ze samen verder op zoek naar een herberg. Eindelijk vinden ze er één. Daar zegt de Samaritaan: Waard, zorg heel goed voor die arme man. Hier heb je geld en als het niet voldoende is dan betaal ik je een andere keer de rest. Toen reisde hij verder. Na een paar weken was de overvallen reiziger beter. Hij dacht: „Kon ik nu die Samaritaan maar eens zien, dan kon ik hem voor alles bedanken." Maar hij heeft zijn helper nooit weergezien.

Bea Methorst - Scherpenzeel.

Ik ben in de loop der jaren al heel wat namen tegengekomen als ik voor „Daniël" werkte, maar jouw naam nog niet Bea. Het spreekt vanzelf, dat ik je nu wel meer per brief zal ontmoeten, want meisjes, die zo mooi kunnen schrijven en vertellen moeten het niet bij één keertje laten. Ik vind het keurig gedaan voor een 11-jarig meiske.

De SPREEKWOORDEN:

De oplossingen:

71. Altijd op hetzelfde aambeeld hameren.

72. Als het getij verloopt moet men de bakens verzetten.

73. Door de bomen het bos niet meer zien.

74. Elke dag een draadje is een hemdsmouw in een jaar.

75. Iets uit zijn duim zuigen.

76. Het is niet al goud wat er blinkt.

77. Van de hak op de tak springen.

78. Iemand de handschoen toewerpen.

79. Alles op haren en snaren zetten.

80. In de nood leert men zijn vrienden kennen.

Jullie hebben wel gezien dat er een klein foutje ingeslopen was. In plaats van alles stond er allen. Iedereen heeft dat wel begrepen. En dan nu weer aan de slag voor de volgende tien. Zoals beloofd zijn deze wat moeilijker. Ik zal wat meer onbekende spreekwoorden vragen. De moed niet opgeven hoor. Als je er niet uitkomt dan maak je van de overblijvende woorden zelf maar iets, misschien is het dan nog wel goed ook.

81. Van iemand die te lui is om te werken, zegt men wel eens:

82. Een schriftelijk bewijs van iets hebben.

83. Verkeerde zuinigheid, die achteraf onvoordelig blijkt te zijn.

84. Iets niet al te letterlijk opvatten.

85. Op zondagsarbeid rust geen zegen. 86. Afgunstig zijn op het geluk van anderen.

87. Voor geld vis kopen en die thuis brengen en doen alsof men ze zelf gevangen heeft.

88. Driftig en toornig op iemand afkomen. 89. Een vriendelijke aanspraak wekt een vriendelijke reactie.

90. Wie eens zijn goede naam heeft verloren zal die niet spoedig terugkrijgen.

Ja, dat ziet er toch wel ingewikkeld uit. Ga maar aan de gang met de volgende woorden:

bedriegt, dat, dat, de, de, de, die, die, een, een, een, een, een, een, geen, gerucht, goed, goede, hebben, hengel, het, houdt, hij, iemand, iets, iets, in, in, is, kan, korreltje, kunnen, kwaad, met, met, met, naar, nemen, niet, niet, op, opgestoken, plaats, ruiken, schijnt, staat, toekomen, vindt, vissen, water, wee, week, wit, wolf, woord, wijsheid, zout, zuinigheid, zeil, zien, zilveren, zon, zondagssteek, zweet, zwart, zijn. Oplossingen weer op tijd binnen!

Een gedicht:

DE ENGELSE DOG (1)

Op een der dorpen, die men vond Op Saksens grondgebied, Zat in 't november-avonduur, Daar 't buiten donker was en guur En storm zich horen liet, De grijze leraar met zijn vrouw En dienstmaagd bij de haard, Wijl 't houtvuur helder, knappend brandt, De lamp de duisternis verbant, Waar m' in de kamer staart.

Zo menig storm was over 't hoofd Des grijzen man gegaan; Maar wat hem ooit weervoer of trof, Hij had nog altijd dankensstof. God had hem bijgestaan, Bij alles wat hem treffen mocht. Naar 's Heeren wijze raad Had hij ervaren en geleerd, Dat nooit geen druk Gods volk verteert, Geen storm de zijnen schaadt.

Onlangs door ene erfenis Gered uit aardse nood, Zag hij zijn levensavondstond Zo zeer verhelderd, dat zijn mond Vaak dankend zich ontsloot.

Terwijl daar 't drietal nederzit En voor niets vreest of schrikt, Wordt eensklaps hun rust verstoord. De hond, die blaft, terwijl men hoort Dat op de huisdeur wordt getikt.

De dienstmaagd wendt zich naar de deur En opent die met spoed; En zie, een onbekende staat Voor haar, met een doornat gewaad En zegt, nadat hij minzaam groet: „Gij ziet een reizend vreemdeling Op heden voor U staan, Wiens reize was naar gindse stad, Maar ik verloor het rechte pad En weet niet voort te gaan.

Door storm en duisternis misleid Ben ik thans afgedwaald. Mijn schreden zijn hierheen gericht Op 't zien van 't helder brandend licht, Dat uit deez' woning straalt. Ik bid U, vraag uw heer voor mij Of hij voor deze nacht 't Vermoeide, natte, koude lijf Niet schenken wil een nachtverblijf Tot 't morgenlicht mij wacht."

(wordt vervolgd)

Dit was het dan weer voor dit maal. Allen een hartelijke groet en gezegende feestdagen toegewenst.

C. DE BODE

Ten Ankerweg 10 - Tholen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 april 1966

Daniel | 16 Pagina's

Een rubriek voor en van onze jeugd

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 april 1966

Daniel | 16 Pagina's