JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Vierhonderd jaar Psalmberijming van Petrus Datheen.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vierhonderd jaar Psalmberijming van Petrus Datheen.

5 minuten leestijd

In de maand maart was het 400 jaar geleden dat de volledige Psalmberijming van Petrus Dathenus in de Nederlandse kerken werd ingevoerd. Tot op die tijd (1566) was er geen algemeen gebruikte Psalmberijming in ons land. Wel was getracht sinds 1540 de z.g.n. „Souterliedekens" van Willem van Zuylen Nievelt in gemeentelijke samenkomsten te zingen, maar deze waren niet geschikt voor kerkelijk gebruik. Ze waren geen vrucht van de Calvinistische Reformatie, waarvan toen het gerucht nauwelijks in de Nederlanden was doorgedrongen. Bovendien waren ze gezet op de melodie van bestaande volksliederen, straatdeunen zouden wij zeggen. Daarnaast waren er de (onvolledige) Psalmberijmingen van Jan van Utenhove en L. D. H. Ghendt.

De berijming van Datheen vond direct goede ingang bij ons volk. De toen reeds bestaande Franse berijming van Marot en Beza is door Datheen nauwkeurig op de melodie en ook vers voor vers en regel voor regel op de voet gevolgd. Toen in 1568 het Convent van Wezel samenkwam bepaalde men: „Bij het kerkelijk gezang zal men in alle Nederlandse kerken de Psalmen, door Petrus Datheen overgezet, behouden; opdat niet door de verscheidenheid der overzettingen iets dat minder passend is en minder tot stichting dient, tussen beide kome." S g o a b D ( d v l g h e k i Z s g b v z

In 1580 verscheen de literair veel hoger staande berijming van Marnix van St. Aldegonde. De Synode van 's-Gravenhage (1586) liet aan de kerken de keuze tussen de berijming van Datheen en Marnix, maar de laatste (hoewel beter) vond O D w v v h d m v een ingang. Politieke omtandigheden schijnen hieran mede de oorzaak geeest te zijn; Marnix van t. Aldegonde was n.1. buremeester van Antwerpen; mdat hij in 1585 de stad an Parma overgaf, viel hij ij het volk in ongenade. e Psalmen van Datheen die ook de catechismus en e liturgische formulieren an de Palts in het Nederands vertaalde) bleven reel. Vierhonderd jaar lang ebben zij stand gehouden n zij worden in een aantal erken nog gezongen, o.m. n de Geref. Gemeenten in eeland, hoewel er de laatte jaren een sterke overang plaats heeft naar de erijming van 1773. Ook in ele Oud-Geref. Gemeenten ijn ze nog in gebruik.

fschoon de berijming van atheen gebrekkig was — at hij zelf heeft toegegeen — heeft deze berijming ierhonderd jaar stand geouden. Begrijpelijk wordt eze „oude rijm" meer en eer afgeschaft omdat, ooral onze tegenwoordige

jeugd, de vele verouderde uitdrukkingen niet verwerken kan. We willen in deze rubriek de vele gebreken niet opsommen; we zouden dat ook van de berijming van 1773 kunnen doen. Daar kleven ook gebreken aan. Weet U waarom de Psalmen van Datheen zo geliefd waren? Omdat ondanks de gebrekkige rijm de tale Kanaans er uit sprak. De Heere heeft er vier eeuwen lang Zijn volk uit verkwikt, wat niet wil zeggen, dat dit met de berijming van 1773, die we thans hebben, ook niet zo is. Uw rondkijker heeft geen behoefte de oude rijm van Datheen nu eens af te kraken — of bespottelijk te maken zoals velen doen — omdat de Heere er kennelijk Zijn zegen over geboden heeft. Wel schakelen steeds meer gemeenten over op de z.g. nieuwe rijm (die van 1773) maar het is toch wel uniek in de kerkelijke geschiedenis van Nederland, dat deze „oude rijm" in de openbare godsdienstoefeningen zich vier eeuwen lang heeft weten te handhaven.

Ouderwetse kerkzang.

De Psalmen worden in onze kerken (gelukkig) hetzij oude of nieuwe rijm nog altijd gezongen op hele noten, in tegenstelling tot de Gereformeerde en meer andere kerken, die vrijwel alle tot ritmische zang zijn overgegaan. Als men eens zo'n dienst meemaakt, gaat dit in sommige kerken zo snel, dat men bij dit zingen bijna geen tijd heeft om adem te halen.

De Gereformeerde kerk te Urk (van de 6600 Urkers behoren er 4200 tot de Gereformeerde kerk) maakt een uitzondering, men zingt daar op de wijze zoals wij het doen. Deze Gereformeerde Urkerzang heeft grote bekendheid gekregen door de uitgifte van grammofoonplaten, waarvan er tienduizenden worden verkocht. Er wordt zelfs in Amerikaanse bladen mee geadverteerd en de Urkers hebben van de opbrengst een kerk kunnen bekostigen en zelfs een missionair predikant naar Brazilië kunnen zenden. Dit initiatief heeft navolging gevonden in vele Gereform. bondsgemeenten.

Prof. dr. J. Waterink schreef in het Centraal Weekblad der Geref. kerken dat hij het machtig vond, die ouderwetse kerkzang op hele noten. Er ging van dat zingen op „ouderwetse" wijze iets uit. Laat Urk zo maar doorzingen meende de professor en hij was zelfs zo optimistisch te geloven, dat zelfs de jongeren dit gevoelen delen. In sommige Gereformeerde kerken had de prof. moeite om de zang bij te houden; hij sprak van de „overschrijding van de snelheidsgrens". Waar blijft dan de eerbied in de kerkzang? Mogelijk dat Urk en de andere kerken door hun voorbeeld er toe bijdragen dat men tot het „ouderwetse" terugkeert. Daarmee zal meer wijding komen en de liturgie zijn gediend.

Rondkijker.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 april 1966

Daniel | 16 Pagina's

Vierhonderd jaar Psalmberijming van Petrus Datheen.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 april 1966

Daniel | 16 Pagina's