JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Het Feest begint (Pasen 196G)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het Feest begint (Pasen 196G)

6 minuten leestijd

„En zie, daar geschiedde een grote aardbeving; want een engel des Heeren nederdalende uit de hemel, kwam toe en wentelde cle steen af van de deur, en zat op dezelve." (Matth. 28 : 2)

Zou er ooit groter gruwel plaats gevonden hebben op de aarde dan op de heuvel Golgotha?

Dat was, lezer en lezeres, door U, door mij. Het was ons werk. Zijn wij daaraan al ontdekt? Dat is beslist noodzakelijk!

'k Stond blind en van verre, in mijzelve zo rijk, ik dacht er niet aan dat ik zelf door mijn schidd Zijn kroon had gevlochten, Zijn beker gevuld. Maar toen mij Gods Geest aan mijzelf had ontdekt, toen werd in mijn ziele de vreze toen voelde ik wat eisen Gods geivekt, heiligheid deed, daar werd al mijn deugd een ivegwerpelijk Meed.

Die gruwel op Golgotha vond plaats nadat de Joden hadden uitgeroepen: „Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen."

Pilatus had, in een plechtige vertoning, water genomen en de handen voor het volk gewassen, zeggende: „Ik ben onschuldig aan het bloed van deze Rechtvaardige, gijlieden moogt toezien."

Het Joodse gebruik van het wassen der handen (Ps. 26 : 6; Deut. 21 : 6) was Pilatus bekend en uit de uitroep van het volk blijkt duidelijk dat zij deze rechter goed hebben begrepen. Pilatus had met één woord Jezus kunnen loslaten. Hij mag dan de verantwoordelijkheid hierover door een symbolische handeling willen overdragen op het muitende volk der Joden, hij blijft verantwoordelijk, evenals de Joden voor de uitroep, die zij als antwoord aan Pilatus gaven. Maar ook wij, als wij het bloed van Jezus Christus onrein achten en Hem door ongeloof blijven verwerpen.

De verwerping van de Messias is hetzelfde als het bloed der verzoening te vertreden.

In Lucas 23 : 25 lezen we, dat Pilatus Jezus aan het volk overgaf tot hun wil. Wij blikken medelijdend neer op de Joden, die in hun totale blindheid de wil uitspraken Jezus te kruisigen. Maar zijn wij, onbekeerde medereizigers, beter? Mochten wij door diezelfde Geest, zoals Die ook spreekt in de dichtregels die wij aan het begin van deze meditatie aanhaalden, leren smeken: Uw bloed,

Iïeere Jezus, kome over mij, die zich een schuldenaar weet te zijn. U te missen is de dood; U te bezitten is het le-

Zijn bloed kome over ons! En dat bloed heeft gevloeid op Golgotha. De Joden hadden nu alles voor elkaar. Jezus was gedood. Deze Verleider, Die vertelde dat Hij de Zoon van God is, was gekruisigd. Veiligheidshalve was door Pilatus op hun verzoek de grafsteen met een keizerlijk zegel verzegeld. Een sterke wacht in de hof waar Jezus begraven was bestaande uit zwaar gewapende krijgsknechten, deed hen rustig het Pascha vieren in de oude zuurdesem op oud-testamentische wijze. De leiders des volks konden nu rustig gaan slapen. De discipelen en vrouwen die Jezus innig lief hebben, zijn in rouw en smart gedompeld. Hun dierbare Jezus is dood. Alles is afgelopen. Al hun verwachtingen van Jezus waren gedoofd en ten ondergegaan in een smartelijk gemis. Behalve hun liefde tot Jezus. Want de liefde Gods in het hart van Gods kinderen wijkt nimmer meer. Nog nooit hadden zij zulk een Pascha beleefd. Nu waren ze in de letterlijke zin weeskinderen. Maar waar het bij de mens ophoudt, gaat God in Jezus Christus beginnen. Het feest begint. Toen het begon te lichten, bij het krieken van de dageraad, in het oosten ongeveer 3 uur, op de eerste dag der week stond Jezus op. Hij, de Zoon van God, bezat de macht om zijn leven af te leggen, maar ook op te nemen. Majesteitelijk rees Hij op uit het graf.

Mensen-ogen hebben dat niet gezien. Met majesteitelijke tekenen zal Jezus' opstanding geschieden. Plotseling begint de grond te beven. Soldaten rollen door en over elkaar; vallen met wapens en al tegen de grond. Zij zijn in panische schrik als doden, bij het zien van de aardbeving.

Tevens daalt er een tweetal engelen neer. Hun gedaanten zijn gelijk de bliksem. Hun kleding is wit gelijk de sneeuw. Twee heilige troongeesten wier lust het is op Zijn wenk te staren, treden toe en rollen de zware steen weg. Ze verbreken het keizerlijke zegel en wachten tot hun Vorst en Gebieder uit het geopende graf te voorschijn treedt.

Wie is Die Vorst zo groot in kracht? 't Is 't Hoofd van 's Hemels legermacht, Hem eren wij met lofgezangen.

Het feest begint n.1.: het Feest der opstanding. Bevestigd is het teken van Jona de profeet: alzo zal de Zoon van God drie dagen en drie nachten zijn in het hart der aarde.

Daar was een oceaan van lijden aan vooraf gegaan. Maar nu leeft Jezus! en sterft nooit, nooit meer.

Het feest begint op de eerste dag der week in Jeruzalem bij Gods volk. Het zal zich voortzetten tot aan de einden der aarde. De heerlijke Paasboodschap luidt: Jezus is waarlijk opgestaan.

Het feest begint — in Jezus Christus stond de gehele uitverkoren kerk op! Want ware Jezus in de dood gebleven, dan waren ze de ellendigsten van alle mensen. Jezus leeft! Het feest neemt een aanvang, zet zich voort in Zijn doorluchte hemelvaart, en 50 dagen na Zijn opstanding in de uitstorting van de Heilige Geest.

„En Gij vernieuwt het gelaat des aardrijks." Dat is in het werk der schepping, maar nog oneindig veel meer in het werk der herschepping.

„Ziet, Ik maak alle dingen nieuw." Ik ben dood geweest en zie Ik ben levend in alle eeuwigheid. En, lezer(es), bij een feest is een feestlied:

„Laat ons verheugd van zorg ontslagen. Hein roemen Die ons blijdschap geeft."

Dat kunnen wij van nature niet wezenlijk, echt meezingen, omdat alleen Gods kinderen op grond van genade mogen

en kunnen zingen. Dat dit zo weinig gebeurt is een andere zaak en is zeker niet ter eer van Gods volk.

Daarom is nodig om uit het graf deizonde opgewekt te worden. Dan alleen krijgt het feest van de opstanding waarde en betekenis voor ons persoonlijk zieleleven. In de wedergeboorte wordt de dode zondaar(es) opgewekt. Smeek daarom, om die Geest der levendmaking.

Het feest begint, het feest gaat door anders gaat voor ons persoonlijk het feest uit.

Dan gaan wij niet naar de feestzaal, niet naar de bruiloft des Lams, dan missen wij het feestlied en het feestkleed. Dat zal ontzettend zijn!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 april 1966

Daniel | 16 Pagina's

Het Feest begint (Pasen 196G)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 april 1966

Daniel | 16 Pagina's