Verslag v. d. Bondsdag van Jeugdverenigingen gehouden zaterdag 12 maart te Gouda.
Uit alle delen van het land waren ook dit jaar de jongeren naar de Bondsdag gekomen. Voor velen is dat een goede traditie geworden. En terecht, zo'n dag verdient in ere gehouden te worden. Daar getuigden ook de vele reakties van. Het vreemde dit keer was dat we in Gouda, niet in Utrecht samenkwamen. De sfeer was er niet minder goed om, dachten we. Gouda heeft ons hartelijk en gastvrij ontvangen en de regeling was in goede handen.
1. Opening.
Om kwart voor elf werd de Bondsdag geopend door ds. H. Rijksen. Deze liet zingen Ps. 68 : 13 en 14, las 1 Kon. 21 : 1—7 en ging voor in gebed.
In zijn openingswoord riep dominee een hartelijk welkom toe aan alle aanwezigen, inzonderheid aan een aantal predikanten, aan enkele afgevaardigden van andere Bonden en aan een aantal afgevaardigden van kerkeraden. „We hopen op een goede, gezellige dag", zo zei dominee.
Daarna sprak hij kort n.a.v. het gelezen Schriftgedeelte, dat handelde over: „de wijngaard van Naboth." In deze geschiedenis maakt Achab de maat van zijn zonde vol en krijgt hij de boodschap: „Gij en uw huis zult uitgeroeid worden."
Achab wil n.1. Naboths wijngaard hebben en er een moestuin van maken. Zo eenvoudig begint deze geschiedenis. Het begint met: begeren! Zo gaat het meestal in het leven. En het schijnt lang goed te gaan. Toch ziet de Heere het en Hij zoekt het. Daarom is het altijd: „Heden zo gij Zijn stem hoort!
Naboth weigert echter op Achabs voorstel in te gaan. Hij geeft „de erve deivaderen" niet. Dat had hij alleen in uiterste noodzaak mogen doen, zeker niet „omdat de koning dat zo graag wilde." Zo blijft deze man trouw aan Gods verbond, terwijl hij de gevolgen misschien voorzag. Hij zegt: „Dat late de Heere verre van mijn zijn.." Hij schuilt bij God.
Zo hebben wij ook erfstukken, die we te bewaren hebben. Bij voorbeeld Gods Woord! Vele geslachten hebben het elkaar overgedragen. Wij hebben het nu. We zijn rijk en we beseffen het niet. Blijf trouw, jongelui, aan dat Goddelijk Woord.
Nog een voorbeeld: Gods Kerk. Hebben we haar lief? Strijden we ervoor? Dienen we haar? En denk eens aan je doop en je belijdenis! Dit alles is „de erve deivaderen." Deze grenst aan de lusthoven van de Achabs wereld. Die wil annexemen, en.... niet voor niets! Je kan er veel voor terugkrijgen: een aardige jongen of meisje, een goede positie, feestvreugde en ga maar door. Dan past ons:
„Dat late de Heere verre van mij zijn.." Denk aan je opvoeding, je doop, je belijdenis, de God van je voorgeslacht. De Achabswereld wil wel annexeren. Zeg dan met Naboth: „dat late de Heere verre van mij zijn...." Gemakkelijk is dat niet. Dan komen er soms raadselen in je leven. Klaag dan niet. We leven in de lijdensweken. Onze gedachten gaan naar Golgotha, het grootste raadsel in de Godsregering. God verklaart het Zelf. Voor Zijn kinderen is dat de oorzaak van hun eeuwige vreugde: Jezus in hun plaats. Ken je dat? Het is onmisbaar. Smeek er anders om: „Wie Mij needrig valt te voet...."
Daartoe gebiede de Heere Zijn zegen over al het werk op de verenigingen en make Hij waar, wat we zingen uit Ps. 103 : 9:
„Maar 's Heeren gunst zal, over die Hem vrezen In eeuwigheid altoos dezelfde wezen. Zijn trouw rust zelfs op 't late nageslacht."
2. Bestuurswisseling.
Allereerst sprak de voorzitter in hartelijke woorden tot de heer H. Iloogendoorn, die 35 jaar lang secretaris was van de Bond. Hij zei daarbij o.a.: „U bent vergroeid met de Bond. U hoorde er bij. Gelukkig blijft u als administrateur van „Daniël." We respecteren uw besluit, 't Is toch al een wonder dat u hier zit. Het past, wat Jeremia sprak, ook u te zeggen: „Het zijn de goedertierenheden des Heeren dat wij niet vernield zijn." Namens hoofdbestuur en alle leden hartelijk dank voor alles wat u deed. De Heere zij met u en en Hij zij ti een Schild, uw loon zeer groot!"
Daarna werd de heer Hoogendoorn namens de Bond een bedrag onder couvert overhandigd, als stoffelijk blijk van waardering voor zijn werk.
Ook mevrouw Hoogendoorn werd dank gezegd en dit werd met een fikse bos bloemen bekrachtigd.
Mijnheer Blom, onze penningmeester, was de tweede jubilaris. Ook hij is 35 jaar lang hoofdbestuurslid. De voorzitter zegde ook hem hartelijk dank en wenste hem toe dat hij in ons midden de 40 jaren nog mocht halen.
Ds. A. Vergunst, een jaar lang onze 2e voorzitter, werd hoewel niet aanwezig, eveneens bedankt voor zijn werk voor dc Bond. Iiij heeft ons verlaten i.v.m. zijn drukke werkzaamheden.
Verder nam ook de heer Möhlmann, afgevaardigde van het district Noordwest, afscheid. „In korte tijd, " aldus ds. Rijksen, „verdiende u uw sporen door uw waardevolle steun vooral in financiële zaken."
Daarna werd allereerst welkom geheten ds. C. Harinck, die de plaats van ds. Vergunst gaat innemen. Voorzitter zei te hopen op een prettige samenwerking met hem in het Bondsbestuur. De heer J. Driessen — tot voor kort namens district Centrum in het bestuur en nu tot le secretaris gekozen — werd op deze post sterkte toegewenst.
Tot slot werden twee nieuwe afgevaardigden, de heer M. Zoetewey namens district Noordwest en de heer Z. de Graaf namens district Centrum een hartelijk welkom toegeroepen, waarna de agenda kon worden vervolgd.
Het verdere verloop van deze bondsdag, o.a. de gehouden referaten, wordt in het volgend nr. (of nrs.) van „Daniël" opgenomen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 maart 1966
Daniel | 16 Pagina's