JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De intocht in Jeruzalem.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De intocht in Jeruzalem.

3 minuten leestijd

(Luc. 19 : 28-44).

De koninklijke intocht in Jeruzalem van de Heere Jezus op de palmzondag (de zondag vóór Pasen) begint in Bethanië, het dorpje, waar Jezus zo vaak en zo graag vertoefd heeft.

Jezus zendt twee discipelen uit om Zijn rijdier te gaan halen, een nog niet eerder bereden ezelsveulen. Waarschijnlijk was de eigenaar één van de volgelingen van de Heere.

En dan, gezeten op dit ezelsveulen stelt de Heere Jezus Zichzelf aan het hoofd van de pelgrimsstoet, die op weg is naar Jeruzalem, om daar het Oud-Testamentisch Pascha te gaan vieren. Jezus weet, dat Zijn ure nu nabij is. Nu zal bij deze intocht éénmaal de hulde Hem ten deel vallen, die Hem op aarde iedere dag van Zijn leven hier had moeten gebracht zijn.

Hij rijdt op een ezelsveulen. Hier wordt letterlijk Zacharia 9 : 9 vervuld. Normaal reed een koning op een paard, maar nooit op een ezel. Door nu op een ezel te rijden wil de Heere Jezus zeggen, dat Zijn koninkrijk niet van deze wereld is.

De feestvierende schare, op weg naar Jeruzalem brengt Hem als Koning hulde door een loper voor Hem te maken van hun klederen.

Men huldigt Hem als Koning, omdat men zich al zijn machtige daden herinnert (vs. 37).

De schare jubelt Psalm 118 : 26, het intochtslied van de pelgrims, maar nu betrekt de menigte dit lied op Christus. Men zingt ook van de messiaanse vrede, die Hij brengt en van de verheffing van Gods eer door Hem, Die het welbehagen, het heilsplan Zijns Vaders volvoert.

Het lijkt nu toch echt, of Israël, dat Zijn Messias verwachtte en de gekomen Messias, , nu elkaar zullen vinden.

Dat is ook zo, zij zullen elkaar vinden, maar anders dan men verwachtte: straks aan het kruis zullen God en Zijn Israël elkaar vinden door Christus' voldoening en verzoening.

De Farizeën zijn het natuurlijk met deze huldiging van Christus heel niet eens. Zij zijn bang voor onenigheid met de Romeinse machthebbers en natuurlijk gunnen zij Christus deze eer niet. Jezus laat het echter bewust toe.

Het volk zal immers goed moeten weten, Wie zij straks gaan kruisigen. Bovendien weet Hij, dat het dwars door de vernedering voor Hem naar de glorie

gaat, door lijden tot heerlijkheid en Jezus ziet hier een profetie van de vreugde, die Hem is voorgesteld.

Dichtbij de stad schreit Jezus bittere tranen (Grieks: luid snikkend) over Jeruzalem. Och, dat deze „vredesstad" op deze bijzondere dag toch bekende, wat tot haar vrede diende.

Door eigen schuld en door de verblinding, die daardoor over haar kwam, ziet ze het echter niet.

Op ontroerende wijze kondigt Jezus nu het oordeel aan, dat nu om haar eigen schuld over haar komen zal.

Uit het slotvers blijkt zo duidelijk, dat iedere stad en ieder land een bijzondere tijd kent, waarin God haar kennelijk bezoekt. Dat die tijd van bezoek voor ons een vindenstijd zij.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 maart 1966

Daniel | 16 Pagina's

De intocht in Jeruzalem.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 maart 1966

Daniel | 16 Pagina's