JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

LEZERS OVER HUN WERK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

LEZERS OVER HUN WERK

7 minuten leestijd

Wij, jongeren

Verkiezende liever ....

Er ligt nog steeds een brief te wachten die eigenlijk moeilijk nog behandeld kon worden. Want de schrijfster vertelt over haar ervaringen op haar werk tijdens het afgelopen Kerstfeest en op Oudejaarsavond. Jammer dat ze er niet bij schreef welk werk ze doet. Daarom moesten we deze brief wat laten wachten. Het was juist onze bedoeling om eerst wat beroepen te bespreken.

Maar nu — zo kort na biddag en vóór het komende Paasfeest — kunnen we mooi aan de hand van deze brief opnieuw nadenken over onze houding op ons werk, juist tijdens deze a.s. feestdagen. Zo wordt deze brief nu toch weer actueel. En om de inhoud zullen we hem jullie helemaal laten lezen:

„Wat mijn beroep is, — ik hoop dat u me dat niet kwalijk neemt —, zou ik liever in het midden willen laten.

Tot voor kort werkte ik in een gemeenschap die men neutraal pleegt te noemen. Het was de eerste keer in mijn leven dat ik voor dag en nacht het huis uitging, ver van m'n ouderlijke woning. De eerste tijd hadden we weinig ernstige gesprekken, omdat ik nog erg wennen moest aan de omgeving en de sfeer waarin ik terecht gekomen was, maar ook omdat ik altijd erg gesloten van aard geweest ben. Daarom was ik 's avonds vaak alleen op m'n kamer, wat ik erg fijn vond, terwijl de andere meisjes avond aan avond bij de t.v. zaten. Maar al gauw kwamen ze me halen om me mee te laten genieten van de prachtige films e.d. Ik heb ze toen eerlijk verteld dat ik niet zo erg van t.v. houdt omdat de meeste dingen die er voor komen alleen maar waren om mensen te verheerlijken en onze gedachten en handelingen af te houden van de dingen van Gods Koninkrijk. Dat was eigenlijk het begin van een hele reeks gesprekken die vaak pas diep in dc nacht eindigden.

Maar toen ik er nog niet lang werkte kwam de maand december met al z'n feestelijkheden in zicht. Zelf vind ik het een fijne maand, vooral de Kerstdagen waar we de komst van Jezus Christus in het vlees herdenken, maar ik had nooit gedacht dat me dat daar zo tegen zou vallen. Volop Kerstbomen in huis, maar toch een grote leegte waarin zo weinig beleefd wordt van het echte Kerstgebeuren. Ook dat waren weer aanleidingen tot gesprekken waarin toch steeds de grote leegte zonder Christus in die dingen duidelijk werd. We hadden dan ernstige gesprekken en dan merkte ik toch vaak de onrust die er leefde, ook in het hart van de andere meisjes en dat ze vaak zo uitgelaten waren om die onrust te verbergen. Dat waren altijd fijne gesprekken waardoor je heel anders tegenover elkaar kwam te staan.

Na de Kerstdagen werd het oudejaarsavond waartegen ik ook erg opzag. Allen gingen bij de t.v. zitten behalve ik. Dat vond ik heel gewoon omdat ik anders ook nooit ging, maar de anderen vonden dat blijkbaar niet gewoon want na een poosje kwamen ze me halen. Maar u begrijpt wel dat ik daar helemaal geen zin in had. „Was dat de weg om de Heere te erkennen voor de grote weldaden die Hij aan ons bewezen had en was dat de weg om het jaar zonder de Heere te beginnen, " vroeg ik haar. „Was het geen wonder dat de Heere ons nog gespaard had en was Hij het daarom niet dubbel en dwars waardig dat we Hem zochten, speciaal op de laatste dag en avond van het jaar." Maar het meisje dat me kwam

halen zag er zelf geen kwaad in, zei ze, en ze ging even later weer terug naar het hoofdgebouw. Tot even over twaalf had ik zitten lezen en ging toen naar de anderen, nieuwjaar wensen. Maar dat viel me even tegen. Uit beleefdheid wensten ze me nieuwjaar maar verder lieten ze me links liggen. Had ik soms een misdaad begaan dat ze niet tegen me wilden praten? Niet dat ik berouw had over m'n wegblijven maar ik heb een gruwelijke hekel aan een scheve verhouding. Ik wenste iedereen een goed jaar toe en deed verder heel gewoon in de hoop dat het de volgende dag wel gezakt zou zijn. En gelukkig was dat bij m'n collega's ook zo behalve bij het hoofd van het huis waar ik werkte. Ze zei alleen het allernodigste tegen me, maar dat werd zo een ondraaglijke sfeer. Aan de ene kant was ik dan ook ontzettend blij dat ik 's avonds bij haar op het matje werd geroepen maar aan de andere kant zag ik er ontzettend tegen op. Want wat moet je antwoorden als de Heere je niet de woorden in de mond geeft? Met loden schoenen ging ik die avond naar haar kamer toe om me te verantwoorden over de dingen die ik gedaan had. Maar wat viel dat mee. Waar ineens alle woorden vandaan kwamen weet ik niet en ik zou u lang niet allemaal kunnen vertellen wat ik daar gezegd heb, maar dit weet ik wel dat de Heere voor Zijn eigen eer opkomt. En dan zullen we ook de kracht mogen ervaren waarvan Gods Woord spreekt: „Overdenk niet bij uzelf wat ge spreken zult, want in de ure als ge het nodig zult hebben dan zal Ik het u geven.”

Daarom zou ik iedereen op willen wekken: kom gerust uit voor de zaak des Heeren. Zijn we moeilijk en zwaar van tong of weten we niet hoe we het zeggen moeten, dan antwoordt de Heere: „Wie heeft de mens de tong gemaakt? Ben ik het niet, de Heere? " Ook daarmee mogen we tot de Heere vluchten en dan zullen we zeker ervaren dat Hij ivil maar ook zal helpen, als het ons werkelijk om Hem en Zijn eer te doen is. En is de Heere het dan niet waard dat we Zijn eer bedoelen. Daarop zouden we wel mogen zingen: „Wat zal ik met Gods gunsten overlaan, die trouwe Heer' voor Zijn gena vergelden." Ja, vanaf die tijd hebben ze me nooit meer kwalijk genomen als ik iets liever niet deed, maar ik heb er een fijne tijd gehad, ook met de meisjes onder elkaar. Als er kerk was in de week kwamen ze het me altijd zeggen, als ze het wisten, en als er moeilijkheden onderling waren kwamen ze naar mij toe. Dat vond ik fijn maar ook moeilijk en ik heb altijd geprobeerd om ze naar Hem heen te wijzen Die alle problemen en moeilijkheden kent en voor Wie niets te wonderlijk is."

Tot zover deze briefschrijfster. Hartelijk dank voor de openhartigheid waarmee je ons geschreven hebt. We dachten niet dat we er nog iets aan toe moesten voegen. De brief spreekt voor zichzelf. We vinden het fijn als zo de lezers zelf hun bijdrage leveren aan deze jongerenrubriek. We laten nu het slot van de brief volgen, dat over roeping gaat.

„Nu wat betreft uw vraag over roeping. Dat vind ik een heel moeilijk punt. Ik geloof zeker dat als we een beroep kiezen of van beroep veranderen, dit een zaak van gebed zal en moet zijn en dat de Heere ook hierin ons de weg wil wijzen. Is dit dan roeping? Dat weet ik niet, maar als we Gods gunst en bijstand in ons werk mogen ervaren dan geloof ik toch dat we goed zitten. Dan , zal het heus niet altijd een gemakkelijke tijd zijn, maar wat zegt dat vergeleken bij de gunst des Heeren. Daarom, laten we ons niet schamen voor de Heere, maar laat in handel en wandel uitkomen voor Wie we gekozen hebben. Hij is het toch zo eeuwig waard. Maar vraag, ook voor je beroep, steeds de Heere om kracht en wijsheid en dan zal Hij ons zeker niet laten staan.

(C. en A.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 maart 1966

Daniel | 16 Pagina's

LEZERS OVER HUN WERK

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 maart 1966

Daniel | 16 Pagina's