VERTROUWEN, EEN GOUDEN KLEINOOD
(Slot)
Dit vertrouwen is een eigenschap van het zaligmakend geloof. Op de catechisatie hebben we allemaal geleerd dat het geloof uitgaat in kennis, toestemmen en vertrouwen. Het is met schroom dat ik hierover spreek, vooral in het bijzijn van een theoloog, maar als het gaat over het vertrouwen als een gouden kleinood dan kunnen we toch niet zwijgen over het echte en hechte geloofsvertrouwen, waarbij alle andere vertrouwen niet is te vergelijken, en de wijduitgestrektheid niet uit te spreken. Wij zien hier vele voorbeelden van in de Bijbel, lees maar in de Hebreënbrief de lange opsomming in het 11e hoofdstuk met aan het slot de samenvatting: „En wat zal ik meer zeggen, zou ik verhalen van Gideon en Barak en Simson en Jefta en David en Samuël en de profeten, welke door het geloof koninkrijken hebben overwonnen, gerechtigheid geoefend, beloftenissen verkregen, de muilen der leeuwen toegestopt, de kracht des vuurs hebben uitgeblust, de scherpte des zwaards zijn ontvloden, uit zwakheid krachten hebben gekregen, heirlegers der vreemden op de vlucht hebben gebracht."
Ook in onze vaderlandse geschiedenis zijn hiervan vele voorbeelden te vinden, één van de meest sprekende is wel het getuigenis van onze Prins Willem I dat hij een verbond had gemaakt met de Potentaat der Potentaten.
Vanzelfsprekend wordt dit levend geloofsvertrouwen alleen daar gevonden waar de Heilige Geest het heeft ingeplant, maar daar zal het ook nooit meer sterven. Dit levend vertrouwen kan soms onder stof en as begraven liggen maar breekt toch door de genadige werking des Heiligen Geestes altijd weer door.
Wij vinden daar veel van in de Psalmen en zingen daarvan in de berijmde Ps. 42 : 3 eerst in Davids tweespraak: Voedt het oud vertrouwen weder", en in het 5e vers de verdere doorbraak: Ik zal in dit vertrouwen leven en dat melden in mijn lied". Ook is dit vertrouwen niet altijd zo volkomen. In de Bijbel wordt er tweeledig over gesproken n.1. een „toevluchtnemend" vertrouwen en een „bevestigend" vertrouwen. Door het toevluchtnemend vertrouwen vlucht men tot de Heere, ziende op Zijn macht en gewilligheid om te verlossen, maar missen de zekerheid van het bevestigend vertrouwen, waar de Catechismus van spreekt in Zondag 9: at de Eeuwige Vader van onzen Heere Jezus Christus, om Zijns Zoons Christus wille MIJN God en MIJN Vader is op welken ik alzo vertrouw dat ik niet twijfele of Hij zal mij met alle nooddruft des lichaams en
der ziel verzorgen, en ook al het kwaad dat Hij mij in dit jammerdal toeschikt, mij ten beste keren, dewijl Hij zulks doen kan als een Almachtig God en doen wil als een getrouw Vader.
Hier hoef ik niets meer aan toe te voegen. Dit geloofsvertrouwen wens ik u allen toe. Ik dank u.
Naschrift: Mogelijk rijst bij u de vraag: „Wat is nu het kenmerkend onderscheid tussen de beide soorten van vertrouwen? " Het antwoord hierop moet zijn, dat het kinderlijk vertrouwen zich grondt op Gods Almacht, Goedertierenheid, Barmhartigheid, enz. Het echte geloofsvertrouwen echter grondt zich geheel op de verdienste van Christus, waar ook in de aangehaalde Zondag 9 de woorden: „om Zijns Zoons Christus' wille", op wijzen.
VRAGEN N.A.V. „HET GEZIN IN ONZE SAMENLEVING"
1
Op de Bondsdag in Utrecht zijn diverse vragen over dit onderwerp gesteld. Misschien zit u met soortgelijke problemen en dan is het prettig via „Daniël" tot de ontdekking te komen dat anderen in eenzelfde situatie verkeren als u. Hopelijk kunnen we elkaar op deze manier tot steun zijn. Dit eist echter vraag en antwoord. Het kan zijn dat u het niet eens bent met het gelezene of dat het u nog geen stap verder brengt. Houdt het niet voor uzelf, maar laten we met elkaar proberen tot een mogelijke oplossing te komen.
Dan wil ik deze keer beginnen met twee vragen, die eigenlijk op hetzelfde neerkomen. De eerste is meer een opmerking. In deze lezing kwam het voorbeeld van Augustinus voor, dat bedoeld was als een aanmoediging voor ouders, die grote moeilijkheden hebben met hun kinderen. Dit was bij Monica, de moeder van Augustinus, ook het geval. Zij was ten einde raad en kon niets anders meer doen dan veel bidden en smeken tot de Heere om het behoud van haar kind. En dit deed ze met zoveel ernst, dat van Augustinus gezegd werd: „Een kind van zoveel gebeden kan niet verloren gaan". Nu luiden de vragen als volgt:
„Van Augustinus is niet gezegd: een kind van zoveel gebeden, maar van zulke gebeden kan niet verloren gaan".
En de tweede vraag: „Ik meen dat er staat van de moeder van Augustinus, dat een kind van zulke gebeden niet verloren kan gaan. Waren dit gebeden in eigen kracht of was het de Heere die het kind op haar hart bond? Laten de ouders daarom vragen of de Heere hen toch kracht geeft voor deze zeer wezenlijke taak".
Bij het beantwoorden van deze twee vragen kon ik in Utrecht op dat moment niet nagaan wat de juiste weergave was. Nu heb ik „Augustinus' Belijdenissen" uit de boekenkast gehaald en lees daar: „het is onmogelijk dat een zoon van zulke tranen verloren gaat". Dus deze twee dames hadden gelijk, hoewel ik in Utrecht voet bij stuk gehouden heb. Mijn excuses hiervoor. Toch ben ik blij dat ik me vergist heb, omdat deze vraag anders niet aan de orde was gekomen. We zijn n.1. aangaande deze kwestie zo gauw geneigd louter verstandelijk te werk te gaan. Zodra het gesprek over geestelijke dingen gaat komen we tot de conclusie dat we er zelf niets aan kunnen doen, want God moet het je toch geven; in eigen kracht heeft het geen waarde. Maar redeneren we ook zo aangaande de aardse dingen? Waarschijnlijk niet. Je maag kan totaal van streek zijn door de spanning voor een examen. Je kunt liggen woelen in je bed met de vraag of je promotie zult maken of niet. Je bent moe van het piekeren over die scheve verhouding in je verloving. Dan gaan we niet zo makkelijk slapen, in de wetenschap dat God het toch allemaal reeds beslist heeft. We gebruiken daarentegen alle middelen om het gewenste resultaat te bereiken. Maar in het geestelijk leven zeggen we zo gemakkelijk, dat we niets in eigen kracht kunnen. En dat is waar! Maar daarom berusten we er niet in, want dan zou ons hele leven van die berusting moeten spreken. De oorzaak is hierin gelegen, dat het ons in feite zo weinig doet. We hebben het zó druk dat we geen tijd overhouden voor de vraag naar onze verhouding tot God. 's Avonds val je moe in bed en heb je geen zin meer om over de belangrijkste vraag in je leven na te denken, omdat je het niet zo belangrijk vindt! En overdag is er helemaal geen tijd voor. Zo zoeken we een verontschuldiging. Maar als we echt verdriet hebben over ons zondige leven en daarbij bedenken hoeveel zegeningen de Heere ons ondanks onszelf geeft, dan kunnen we niet meer rustig verder gaan. Nee, dan gaan we alle middelen gebruiken die Hij ons gegeven heeft: kerkgang, bijbellezen en gebed. Dan zeggen we niet meer dat we niet kunen bidden en het daarom ook maar niet doen. We vragen ons niet meer af of ons gebed in eigen kracht is of niet, maar we huilen als een kind en vertellen al onze noden, gebreken en zorgen, ook die over onze kinderen, aan
de Heere en vragen voortdurend of IIij in genade op ons wil neerzien en met Zijn Geest in onze harten wil werken. Prachtige dingen hierover kunt u lezen in „Veertien preken over het gebed" van R. Erskine, een boekje dat nu nieuw te koop is. En als het zo bij u is, dan zal God verhoren, want dat heeft Hij beloofd. Achteraf echter kunt u pas merken dat uw gebed toen niet in eigen kracht was en dat de Heere reeds toen met u bezig was. Dan merkt u dat zulke en zoveel gebeden samengaan, want zijn we niet onder de indruk van ons diep-zondige leven tegenover zo'n barmhartig, maar ook rechtvaardig God, dan bidden we niet met ons hart en houden het daarom niet lang vol, maar zullen telkens weer proberen het zonder God te doen. Gebruik daarom op elk terrein alle middelen die u ter beschikking staan. In uw verhouding tot God zijn dit vooral: het spreken van God tot u — Zijn Woord — en het spreken van u tot God — uw gebed.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 maart 1966
Daniel | 16 Pagina's