Een populaire samenvatting en een werk voor weinigen.
Prof. Dr W. Jappe Alberts: „De Middeleeuwse Stad". Fibulareeks 6. Uitgave van Uitgeversmaatschappij C. A. J. van Dishoeck te Bussum, 1965. 120 blz., geb. f 5.90.
Onlangs hebben wij voor 't eerst een Fibulaatje in ons blad besproken, een der goed verzorgde boekjes over een of ander onderwerp uit de geschiedenis die speciaal voor jongeren geschreven zijn, maar evengoed voor ouderen aantrekkelijke leesstof vormen. Met het toen besproken boekje waren wij biezonder ingenomen, en dit geldt niet minder van het werkje waar wij nu op willen wijzen, dat betreffende de Middeleeuwse stad.
Professor Jappe Alberts heeft getracht een algemene indruk van het leven in een Middeleeuwse stad te geven en is daarin wonderwel geslaagd. Er zij hier echter op gewezen dat hij zich beperkt heeft tot de steden in de Noordelijke Nederlanden. In een „Inleiding" schetst hij eenvoudig het ontstaan der steden, waarna hij een hoofdstuk wijdt aan het bestuur, het ekonomische en dagelijks leven, en aan deze eigenlijke tekst nog onder meer een woordenlijst — om de citaten op te helderen — en een register toevoegt. Alles bij elkaar genomen werkelijk een keurig afgerond geheel.
Dit boekje is een voorbeeld van een prima, populaire samenvatting. Stofbeheersing — schrijver weet zijn weg in de materie — goede ordening — de hier geboden stof is overzichtelijk — en algemeen begrijpelijke formulering — het betoog is uiterst leesbaar — gaan hier hand aan hand. Een aantal aardige biezonderheden is ter staving van de voorgedragen stellingen gekozen, en doet tevens dienst als middel ter verlevendiging van de tekst. Er staan maar weinig drukfouten in deze kleine publikatie en geen enkele daarvan is ergerlijk. Ook overigens valt er van de technische verzorging van dit boekje zeer veel goeds te zeggen. Het werd ruim geïllustreerd, met mooie tekeningen in de tekst en fraaie foto's op afzonderlijke bladen. Al met al is dit een alleraardigst stukje werk.
„Bacchus en Christus. Twee Lofzangen van Daniël Heinsius." Opnieuw uitgegeven door L. Ph. Rank, J. D. P. Warners en F. L. Zwaan. Zwolse Drukken en Herdrukken voor de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden Nr. 53. Uitgave van N.V. Uitgeversmaatschappij W. E. J. Tjeenk Willink te Zwolle, 1965. 352 blz., geb. f 23.50.
Heinsius, in onze Gouden Eeuw een man van Europese faam, is een betrekkelijk veelzijdig mens geweest. Als Leids hoogleraar in het Grieks was hij een man van veel verdiensten, voorts verwierf hij zich een naam als neoklassicistisch dichter, schreef hij voor die tijd voortreffelijke Nederlandse verzen en bewoog hij zich ook nog op godgeleerd terrein. Uit volle overtuiging Contra-Remonstrant, heeft hij als sekretaris van de kommissarissen der Staten-Generaal de kerkvergadering die, het is algemeen bekend, in Dordrecht ter beslechting der geschillen in de godsdienst is gehouden, bijgewoond.
Zijn Nederlandse verzen, destijds uitgegeven door zijn — Remonstrantse — vriend Scriverius, die ze voorzag van kommentaren, worden thans, ten onrechte, maar weinig meer gelezen, ook door letterkundigen. De oude uitgaven zijn zeld-
aBMB—B—B zaam; bijna niemand heeft ze bij de hand. Alleen al daarom is het toe te juichen dat de twee althans van naam bekendste stukken nu herdrukt zijn. En op welk een wijze dan nog wel!
De literator Warners kreeg destijds van het betreffende departement de opdracht zich te zetten aan de voorbereiding van een heruitgaaf van beide lofzangen van Heinsius. Van zijn kollega Zwaan ontving hij daarbij zeer veel hulp, terwijl ook Rank zijn steentjes bijdroeg. Het geheel is nu zo ingericht dat na een inleiding — die vrij uitvoerig is, maar nietemin alleen het nodigste bevat — cle oude teksten — Heinsius' gedichten en de toelichtingen van Scriverius — gedrukt zijn op de linker bladzij, waarnaast op de rechter pagina de kommentaar van Warners staat, waaronder Zwaan weer allerlei taalkundige verklaringen geplaatst heeft. Uiteraard kreeg deze publikatie zo iets ingewikkelds, maar we mogen blij zijn met dit resultaat. De hedendaagse lezer die zich niet in de Klassieken heeft gespecializeerd, kan moeilijk buiten kommentaar bij 't lezen van de lofzangen in kwestie, en wie kent de vele plaatsen waarnaar een Scriverius verwijst? Het hele toelichW8WB— tingenapparaat maakte deze fraaie poëzie met wat er bij hoort — voorredes en opdrachten en enkele gedichten in het voorwerk — leesbaar. Wat er ter verduidelijking aan gedaan kon worden, is er aan gedaan.
Het feit dat Heinsius én Bacchus heeft verheerlijkt én de lof van Christus heeft gezongen, is reeds vaak een aanleiding geweest tot niet geheel verantwoorde kritiek. De opzet toch van beide werken is geheel verschillend. Bacchus wordt door Heinsius geroemd zoals Erasmus eens de dwaasheid heeft geprezen. In de Christushymne echter wordt de levensovertuiging van de dichter poëzie! Vooral om deze laatste lofzang — bij het lezen van de eerste blijven vragen — zijn wij blij dat wij op deze nieuwe uitgaaf mogen wijzen. Ook al is het onzes inziens jammer dat de schrijver hier zelfs vasthield aan een heidens woordgebruik — de duivel heet, bij voorbeeld, bij hem Pluto — daarom moeten wij dit werkstuk toch wel zeer waarderen: een zo indrukwekkend, calvinistisch dichtwerk in het Nederlands van een zo vroege datum is iets zeldzaams. Wie het leest bedenke dat het reeds van 1616 is! Scriverius was over deze Nederlandse
poëzie van een zo groot geleerde zonder meer verrukt. Van harte hopen wij dat deze nieuwe uitgaaf er toe bij zal dragen dat de dichter Heinsius bij de Neerlandici niet langer iemand wezen zal wiens naam men enkel kent. Wij hebben van zijn beide vaak genoemde lofzangen nu eindelijk een degelijke, nieuwe uitgaaf, waaraan niet alleen verzorgde kommentaren, maar ook nog de nodige registers werden toegevoegd. Een publikatie als de onderhavige stelt hoge eisen aan de drukker. Daarom is een enkel drukfoutje in dit geval te verontschuldigen. Op pagina 285 echter treffen wij iets lelijks in de toelichtingen aan: de eigenlijke regel 14, kolom 1, is uitgevallen, en vervangen door de vijfentwintigste. Maar ondanks deze ongerechtigheid bevelen wij natuurlijk deze zeergeleerde uitgaaf onze letterkundigen met aandrang aan.
J. Kwekkeboom.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 maart 1966
Daniel | 16 Pagina's