RESERVAAT
(Helena Wolthers)
Eerst zal ik het gedicht Reservaat in zijn geheel overnemen. Het is het gedicht waarmee de bundel „Reservaat" van Helena Wolthers begint.
Wacht niet te lang, nu zijn er nog geen autowegen door dit stil moeras de zwarte grond is nog veerkrachtig, dras en wars van flitsendsnel verchroomd bedrog.
Een pad voert van de landweg af alleen voor hem die zeer behoedzaam gaat; ver ligt het dorp, gekakel en geblaf dringen van daar tot dit geheime reservaat.
Zo ligt in mij voor jou dat stille oord bewaard, waar alles nog als vroeger zingt dezelfde melodie, hetzelfde woord, verborgen, door gedachten dicht omringd;
wacht niet te lang — er is een harde weg geprojekteerd dwars door het land dat je als lusthof hebt begeerd.
Wanneer we eerst over de vorm gaan spreken, merken we dadelijk, dat we met een sonnet te doen hebben. Deze schone vorm hanteren zelfs nog dichters, die het eigenlijk met de vorm niet zo nauw nemen. Onberispelijk is dit sonnet niet. Het heeft in het tweede kwartrijn andere rijmwoorden dan het eerste. Het is ook geen gemakkelijke opgaaf om het oktaaf (de eerste acht regels) slechts twee rijmwoorden te geven. Verscheidene dichters gingen daarom in het tweede kwatrijn andere rijmwoorden inlassen. Willem de Mérode heeft dit ook verschillende malen gedaan. Maar goed, we merken toch heel goed, dat het gedicht na het oktaaf (na de achtste regel dus) een wending neemt en dat is een kenmerk van een goed klinkdicht.
Nu is er al meerdere malen opgemerkt, dat we met een gedicht alle kanten kunnen uitgaan. Wij kunnen er iets in vinden, dat de dichteres of dichter er misschien voor zichzelf niet in gevonden heeft; of liever, het is niet met opzet gebeurd.
Laten we „Reservaat" eerst eens letterlijk nemen, zonder de diepe achtergrond te noemen. Dan is het heel eenvoudig. Luister maar en lees het gedicht ondertussen mee.
Er is een reservaat, een beschermd gebied, waar alles leeft en beweegt, zoals het over eeuwen al geweest is. De grond is moerassig en veenachtig; zie maar naar „zwarte grond", „veerkrachtig", „moeras" en „dras". Het stukje grond ligt er ongerept, heel stil. Autowegen zijn er nog niet door gelegd en daarom is er nog geen flitsendsnel verchroomd bedrog. Dat zijn de auto's, die wel mooi blinken (pas opgepoetst), maar die niet zo mooi zijn als ze lijken: verchroomd bedrog. Aan de buitenkant zien we prachtig blinkende lak en glanzend nikkel, maar het is bedrog. Deze dingen moorden op de weg (elke dag vallen er mensenlevens te betreuren) en jagen de rust uit het land.
Je moet het reservaat echt weten. Een pad voert van de landweg af en alleen zij, die voorzichtig gaan (behoedzaam) zullen het vinden. Als we er zijn, ligt het dorp ver van ons af; alleen het gekakel van kippen en het blaffen van een hond dringen tot dit oord door. Maar die geluiden zijn niet hinderlijk; het verhoogt de eenzaamheid van het landschap en het geeft een weldadige rust, nu we zo ver van de bewoonde wereld zijn.
In dat stille oord is alles gebleven zoals vroeger: de vogels zingen dezelfde melodie van altijd en je bent wég uit de lawaaierige samenleving, maar dat zal niet zo lang meer duren. Dus niet te lang wachten om deze intense stilte te ondervinden, want de paaltjes zijn al geslagen; er zijn al metingen verricht voor de nieuwe weg voor het snelverkeer en om toegang te geven tot dit begeerde landschap. Het is een lusthof en als de mensen dat weten, komen ze bij drommen er heen. Dan zal het geen lusthof meer zijn. Als je er van profiteren wil, dan niet te lang gewacht. Nu voert er slechts een pad heen, want de hoofdweg, wel uitgestippeld, is er nog niet. Zó gezien, heeft de dichteres willen beschrijven hoe alles opgeslokt wordt door wegenaanleg en huizenbouw en dat er op den duur geen rustig plekje meer zal overblijven. Maar als we dieper op de zaak ingaan, zien wij een verschraling van de kuituur. En om maar te blijven bij de literatuur: de dichteres heeft het over de melodie van vroeger en over hetzelfde woord. Het zijn verborgen woorden, woorden met diepe inhoud, woorden die vol gedachten zitten. Het is de moeite waard
om er naar te luisteren. De dichters hebben iets te zeggen, diepe gedachten in een schone vorm en op een welluidende toon. Maar al dat mooie zal weggaan. Misschien blijft er niets meer over dan abakadabra, met weinig inhoud. De weg is al geprojekteerd en zal er van de lusthof van de poëzie nog iets overblijven? Ik heb, zonder zelfverheffing, zegt de dichteres, in mij voor jou dat stille oord bewaard.
Over de stilte van het reservaat laat ik het volgende gedicht van dezelfde dichteres volgen. Zelf moeten we maar leestekens zetten.
STILTE
Laat de stilte voor wat zij is het is niet nodig haar te breken laat de stilte tot je spreken totdat je hoort hoe diep zij is
want ook de stilte woont in kreken van nacht en ontij en gemis.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 februari 1966
Daniel | 16 Pagina's