INDIVIDU en gemeenschap
Dat de mens niet in z'n eentje, maar samen met andere mensen in deze wereld verkeert, is voor ons wellicht een zo vanzelfsprekende zaak, dat we er nooit over nadenken. Toch is dit iets dat het menselijk leven in sterke mate karakteriseert. Een heel enkele keer krijgen we de gelegenheid om te zien wat er van een mens wordt, als hij de omgang met zijn medemensen mist, wanneer er namelijk een menselijk wezen gevonden wordt, dat als klein kind door de wilde dieren is geroofd en bij hen is opgegroeid. Dan blijkt dat het essentieel menselijke kenmerken als bijvoorbeeld de spraak, niet vertoont.
Wat een mens is, dat is hij dus mede onder invloed van de hem omringende medemensen geworden. Onze samenleving heeft op ons een zeer grote invloed, waarvan wij ons lang niet altijd ten volle bewust zijn. Men zegt dan ook wel: de mens is een sociaal wezen (socius betekent in het Latijn metgezel).
Dit samenleven met andere mensen is ook door God gewild; we lezen immers in het Scheppingsverhaal, dat het niet goed was dat de mens alleen zou zijn. Dat slaat wel in de eerste plaats op de huwelijksrelatie, maar daarnaast in bredere zin genomen, ook op de andere vormen van menselijk samenleven. Aan de andere kant is de mens ook weer geen kuddedier, is hij beslist niet zonder meer het produkt van de gemeenschap waartoe hij behoort. Elk mens heeft immers een eigen individualiteit, er zijn geen twee mensen te vinden die innerlijk en uiterlijk volledig aan elkaar gelijk zijn.
En nu is het nodig dat we in onze visie op de mens aan deze beide onderdelen recht doen, dat we tussen de gemeenschappelijkheid en de individualiteit van de mens het juiste evenwicht bewaren. Want er zijn genoeg voorbeelden te geven van geestelijke stromingen, waarin öf het ene, öf het andere element werd verabsoluteerd.
In het algemeen gesproken was de vorige eeuw de eeuw van het individualisme, waarin de maatschappij louter werd gezien als een optelsom van zelfstandige individuën. In staatkundig opzicht kreeg dit individualisme vooral gestalte in het destijds machtige liberalisme.
Gedeeltelijk als reactie daarop, is men
in onze eeuw nu sterk de nadruk gaan leggen op de collectiviteit (gemeenschap) en op het grote belang dat deze voor haar leden heeft. Deze collectivistische tendens komt op politiek gebied tot uitdrukking in totalitaire bewegingen als het fascisme, het nationaal-socialisme en het communisme en evenzo, zij het in veel gematigder vorm, in het hedendaagse socialisme. Maar ook op allerlei andere levensterreinen vindt men die grotere nadruk op de betekenis van de gemeenschap ten opzichte van de enkeling. Dat geldt niet in de laatste plaats ook voor hedendaagse theologische stromingen, bij wie een sterke beklemtoning van de medemenselijkheid, de ontmoeting, de gespreksrelatie (dialoog) en de intermenselijke solidariteit duidelijk valt waar te nemen.
Dat alles staat niet los van het feit, dat in onze tijd de verticale relatie — de verhouding tot God — zo ze al niet geheel verdwenen is, veel minder aandacht krijgt, waardoor men dus als het ware op de horizontale intermenselijke relaties wordt teruggeworpen en de neiging heeft die te gaan verabsoluteren.
Maar ook al hoedt men zich nu voor dergelijke verabsoluteringen, dan is onze verhouding tot de medemens beslist nog wel belangrijk genoeg om op bepaalde aspecten daarvan eens in te gaan. Zo zou ik dat dan ook in een aantal artikelen willen doen en dan met name bezien vanuit het gezichtspunt, dat wij die in orthodox-gereformeerde kring zijn opgevoed, voortdurend omgaan met andersdenkenden en daardoor dus ook steeds geconfronteerd worden met andere levensbeschouwelijke opvattingen.
C. S. L. Janse.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 februari 1966
Daniel | 16 Pagina's