JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Zending

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zending

5 minuten leestijd

Sinds het bestaan der Gereformeerde Gemeenten in Nederland is er direct al een zekere zendingsdrang geweest, al wordt zeer ten onrechte wel eens beweerd dat zending-drijven in onze Geref. Gemeenten eerst van veel latere datum zou zijn. Men heeft verstaan dat een Kerk die geen zending beoefent eigenlijk de naam van Kerk niet mag dragen, omdat dan niet voldaan wordt aan het zendingsbevel: „Gaat dan henen, predikt het Evangelie alle creaturen."

Speurend in oude paperassen vond ik, dat kort na de vereniging van de Kruisgemeenten en die, welke door de arbeid van ds. Ledeboer tot stand gekomen zijn, al vrij vlug een zendingscommissie in het leven werd geroepen. Die vereniging had in 1907 plaats en op de synoden werd door deze commissie verslag uitgebracht van haar werkzaamheden. In 1911, dus slechts een paar jaar nadat die verschillende kerkgroepen in het verband der Geref. Gemeenten waren opgenomen, staan als deputaten van de generale synode voor de zending bekend ds. G. H. Kersten, ds. J. Overduin en ds. G. van Reenen. In de handelingen van de

In de handelingen van de op 28, 29 en 30 mei gehouden synode te Krabbendijke komt een rapport voor van genoemde deputaten, waaruit blijkt dat men in correspondentie stond met buitenlandse kerken inzake de zending. De Amerikaanse (geref.) gemeenten hadden een akkoord aangegaan met de predikantzendeling ds. D. Benjamin, die arbeidde onder de Koerden in Perzië en uit genoemd rapport bleek, dat aan dit zendingswerk door de Geref. Gemeenten in Nederland werd meebetaald. (In het historisch overzicht dat (wijlen) ds. G. H. Kersten over onze gemeenten en die van Noord Amerika geschreven heeft, maakt hij ook melding van dit geval (blz. 75). Deze ds. Benjamin is in 1911 zelfs op een synodale vergadering te Rotterdam aanwezig geweest en ontving een toelage voor de reis, die hij — overigens uit eigen beweging — naar ons vaderland had gemaakt.

Wie deze ds. Benjamin geweest is en tot welke kerkgroepering hij behoorde, konden wij uit de historie niet opdiepen. Wel werden zijn bekwaamheden geroemd, want in het zoëven aangehaalde verslag van de zendingscommissie valt van hem te lezen dat hij een zeer ijverig zendeling maar overigens een zeer wispelturig man was. Het is interessant te vernemen, wat er in het zendingsrapport van 1912 over hem wordt vermeld. Een klein stukje geven wij daarvan, in de toen gebruikelijke spelling hieronder weer.

„Niet weinig werden uwe deputaten dan ook verrast, toen zij in eens, nu ongeveer vier maanden geleden, vernamen, dat ds. Benjamin van Urmiah vertrokken was, vier dagen verder landwaarts in, naar Soubulah. Vanuit Soubulah gewerd ons bericht, van onzen zendeling, dat hij nu daar werkte, omdat er zoveel meer arbeid was, en ook, omdat zijn vervolgers hem er toe gedrongen hadden. Men had hem weer eenige dagen in de gevangenis gezet. Toen nog wisten we niet, dat ds. Benjamin zich bij een Amerikaansch zendingsgenootschap had aangesloten. Maar op zichzelf reeds was dat vertrekken uit Urmiah, zonder eenige toestemming onzerzijds, een stap, die uwe deputaten vragen deed, wat hier gedaan moest worden. Dat steeds trekken is een moeilijkheid, in ds. Benjamin reeds van oudere datum. Weleer, toen ds. Benjamin nog werkte onder Dr. Labori, ontstond hieruit menige moeilijkheid en eindelijk zelfs scheiding. En nu weer gaat het dezelfde weg. Zonder ons goedvinden, tegen alle beloften in, vertrok ds. Benjamin weleer van Urmiah naar Rusland; wij mochten alleen de onkosten betalen. Zonder iets te vragen, ondernam ds. Benjamin verleden jaar den reis naar Holland, en 't kostte ons extra f 750, —. En nu weder vertrekt hij van Urmiah naar Soubulah, zonder ook maar ons advies te hebben ingewonnen. Dat mogen we niet onderschatten. Onze kerken offeren zodoende aan ds. Benjamin en doen aan zending weinig. En hierbij komt dan nog, dat ds. Benjamin zich bij een Lutersch Zendingsgenootschap aangesloten heeft; zooals een blad van dat genootschap berichtte. Uwe deputaten, een en ander overwegende, kunnen niet anders oordeelen, dan dat ds. Benjamin, zich van ons heeft losgemaakt. Wij adviseeren de Synode zich daarbij neer te leggen en niet in te gaan op voorstel van ds. Benjamin zich weder los te maken van de Amerikaansche zending, 't Spijt uwe deputaten uit liefde voor den persoon en uit hoogachting voor de bekwaamheden van ds. Benjamin, maar toch kunnen zij tot geen ander besluit komen, dan dat ds. Benja-

min met onze gemeenten niet meer in eenig verband staat. Mocht de Heere hem trotsch alle wispelturigheid nog dienstbaar maken tot de uitbreiding van Zijnen Naam en Zijn Koninkrijk" aldus besluit dit rapport.

Op de Generale Synode van 30 augustus 1911 van de Amerikaanse gemeenten gehouden te Grand Rapids was reeds besloten het aangegane akkoord inzake de Zending met Rev. D. Benjamin op te zeggen.

Wat nu verder te doen? werd op de Synode te Krabbendijke overwogen. Al had men kleine kracht men was zich terdege de zendingsroeping bewust en al had men geen zendeling toch wilde men zich niet aan de roeping onttrekken maar doen wat de hand vond om te doen, opdat het Evangelie gepredikt zou worden alle creaturen. Op voorstel van de deputaten viel er een besluit, zolang men geen zendeling naar de heidenwereld kon zenden, jaarlijks voor een bepaalde som boeken en bijbels aan te kopen om die te verspreiden onder hen, die van Gods Woord tot nog toe niet hoorden, vooral naar het toenmalige Indië.

Vermeldenswaard is, dat de collecten die in die jaren in de gemeenten (lang niet in alle) gehouden werden zo ongeveer f 1300, — tot f 1700, — per jaar opbrachten. Dat was toen niet veel. Gelukkig is men in onze gemeenten meer en meer de zendingsroeping gaan verstaan. In ons zendingsblad Paulus kan men lezen hoe er met gulle hand wordt gegeven. Maar bovenal moge er gebed zijn voor hen, die door ons naar de zendingsvelden zijn uitgezonden. Opdat Zijn Koninkrijk kome en het waar worde: „Ik zal Rahab en Babel vermelden onder degenen die Mij kennen; ziet, de Filistijn en de Tyriër met de Moor, deze is aldaar geboren."

Rondkijker.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 februari 1966

Daniel | 16 Pagina's

Zending

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 februari 1966

Daniel | 16 Pagina's